Beschrijving project
Eindresultaat
Producten
Planning
Nieuws
Contactpersoon
Samenwerkingspartners
Financiering
Deelname
Onze bijdrage
Een van de doelstellingen van competentiegericht onderwijs (c.g.o.) is de reductie van kwalitatieve aansluitingsproblemen tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Het valideren van het curriculum is een essentieel element in de constructie van c.g.o. Validatie wordt hierbij omschreven als het onderzoeken en vaststellen van de arbeidsmarktrelevantie van curricula.
Dit project betreft een haalbaarheidsstudie inzake de mogelijke verbetering van de gebruikte methoden voor de validatie van curricula. Voor dit doel wordt een exploratieve studie onder opleidingsinstituten en arbeidsorganisaties het meest adequaat geacht.
In het project komen drie thema’s aan de orde:
1. De huidige toepassing van het concept van competenties
Hoewel de aandacht voor competenties sterk groeit, is onduidelijk hoe stakeholders (arbeidsorganisaties en instellingen voor hoger onderwijs) competenties definiëren. Voorts is onduidelijk in welke mate het concept competenties daadwerkelijk wordt toegepast in onderwijs en arbeidsorganisaties. Onderzoek naar de opvattingen en naar het daadwerkelijk gebruik is derhalve noodzakelijk. Vragen in dit verband zijn:
1a. Voor welke doeleinden wordt het concept competenties toegepast in arbeidsorganisaties en onderwijsinstellingen?
1b. Welke (impliciete) conceptuele noties worden door arbeidsorganisaties en onderwijsinstellingen gebruikt ten behoeve van de beschrijving en classificering van competenties?
2. De validatie van c.g.o
Bij de toepassing van c.g.o. leggen onderwijsinstellingen het accent op de didactische uitwerking
van competenties. Hoewel validatie beschouwd wordt als een belangrijk onderdeel van de curriculumherziening, treedt er een grote variatie op in gebruik van methoden en het tijdstip van validatie. Globaal kunnen er twee strategieën worden onderscheiden: een pro-actieve en een reactieve strategie. In de meeste situaties wordt een reactieve strategie gehanteerd: de validatie wordt uitgevoerd aan het einde van het proces van curriculumherziening (zie bijvoorbeeld Bos, 1998). Relevante vragen in dit verband zijn:
2a. Welke methoden/procedures gebruiken onderwijsinstellingen om de arbeidsmarktrelevantie van hun c.g.o te valideren?
2b. Hoe kunnen de methoden/procedures voor validatie worden verbeterd?
3. Ondersteuning van het validatieproces
Het uiteindelijke doel van dit project is om onderwijsinstellingen te ondersteunen bij hun inspanningen inzake de responsiviteit van curricula. Voor alle duidelijkheid: het is geenszins de intentie van dit project te suggereren dat arbeidsorganisaties een voorschrijvende rol dienen te vervullen inzake de curriculumherziening. Wel is het de intentie om de basis voor curriculumherziening te verbeteren en onderwijsinstellingen te ondersteunen bij de adoptie van een meer pro-actieve strategie met betrekking tot validatie van curricula.
Het faciliteren van het validatieproces van curricula door middel van het gebruik van een web-based monitoring systeem wordt beschouwd als een veelbelovende en haalbare bijdrage aan de verbetering van de kwaliteit van het validatieproces. In de laatste fase van het project vindt een beoordeling plaats van de haalbaarheid van zo’n monitoring systeem. Onder het kopje ‘further elaboration’ wordt nadere informatie over het monitoring systeem verschaft.
In het onderzoeksproject wordt dit gedefinieerd als:
3. Is het mogelijk een monitoring systeem te ontwikkelen om onderwijsinstellingen en arbeidsorganisaties te informeren over actuele ontwikkelingen in aanbod van en vraag naar competenties
Tekst
Volledige projectbeschrijving (Engelstalig)

Tekst
Tekst
Jo Boon en Marcel van der Klink
Tekst
Tekst
Tekst
Tekst