Lees voor

Zoeken

Zoeken

NW-Symposium 2007: stijgend water

studiecentrum UtrechtHet jaarlijkse symposium van de faculteit Natuurwetenschappen wordt gehouden op zaterdag 3 november van 9:30-16:30 uur in het Studiecentrum te Utrecht, Vondellaan 202, 3521 GZ Utrecht, telefoon: 030 2511827.

Het thema is Stijgend water. Hieronder vindt u informatie over de achtergrond van het probleem. Verder vindt u op deze website het programma.

Zeespiegel

Volgens de prognoses van het IPCC (= Intergovernmental Panel on Climate Change, onder de paraplu van de Verenigde Naties) zal de zeespiegel deze eeuw 20-60 cm stijgen. Die verwachte stijging is de uitkomst van onderhandelingen tussen onderzoekers en beleidsmakers. Sommigen, waaronder de gerespecteerde NASA klimaat-onderzoeker Hansen, houden ernstig rekening met aanzienlijk grotere stijgingen.

landkaartRivieren

Daarnaast verwacht men dat de aanvoer van gletsjerrivieren door meer smeltwater zal toenemen en dat, als gevolg van kaalslag, bij alle rivieren de piekaanvoeren nog eens extra kunnen toenemen. Tot overmaat van ramp daalt de bodem in het Nederlandse kustgebied door inklinking, mineralisatie van veenlagen en door gas- en zoutwinning. Nederland en België, waarvan grote delen behoren tot de delta's van Schelde, Maas, Rijn en Eems, hebben dus een probleem. Ze krijgen meer water en raken het moeilijker kwijt.

Media

De berichten over dit probleem via de media zijn verre van helder. Begin februari van dit jaar werd bekend gemaakt dat de klimaatverandering zo goed als zeker door de mens wordt veroorzaakt (IPCC werkgroep 1). In april kwam een sombere boodschap over de ingrijpende gevolgen die zich al her en der voordoen (IPCC werkgroep 2), maar begin mei bleek opeens dat we een belangrijk deel van de gevolgen kunnen afkopen voor 60 tot 300 Amerikaanse dollar per wereldburger (IPCC werkgroep 3).

Vragen

Bij zo'n gefaseerde perscampagne kunnen vragen opkomen, bijvoorbeeld:
- wat is de wetenschappelijke waarde van rapporten waarover eerst uitvoerig op politiek niveau onderhandeld moet worden, en
- zijn deze rapporten misschien vooral bedoeld als psychologisch middel om het draagvlak voor verandering te verbreden?

Europees beleid

Voor grote delen van Europa valt het met die overlast wel mee, hoewel er op diverse plekken wel steeds vaker rivieren en beken ongebruikelijk ver buiten hun oevers treden en forse schade veroorzaken. Het belangrijkste probleem voor de EU is dat overal voldoende water van goede kwaliteit beschikbaar moet blijven. Daartoe is in het jaar 2000 de Kaderrichtlijn Water opgesteld, die in de komende decennia verder zal worden ingevuld. Daar zijn we in Nederland en België ook aan gebonden.

Nederlands beleid

In Nederland heeft dit in 2000 geleid tot een advies van de commissie Waterbeheer 21ste eeuw. Eén van de leden van die commissie was Cobi de Blécourt-Maas, docent in onze faculteit. Vervolgens hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen in 2003 het Nationaal Bestuursakkoord Water gesloten waaruit het Waterbeleid 21ste Eeuw ontwikkeld wordt. In dezelfde periode is door de ministeries van LNV, V&W en VROM uitgezocht hoe er meer Ruimte voor de Rivier kan worden gecreëerd om piekaanvoeren te verwerken. Dat heeft in januari van dit jaar geleid tot een door beide Kamers goedgekeurde Planologische Kern Beslissing (PKB): Investeren in veiligheid en vitaliteit van het rivierengebied.

Vlaams beleid

In Vlaanderen kreeg in 1996 het Vlaams Integraal Wateroverleg Comité (VIWC) de zorg over kwantiteit en kwaliteit van het grond- en (zoete) water. Na het Decreet betreffende het integraal waterbeleid in 2003, werden in 2004 de taken van het VIWC voortgezet door de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW). Dat is nu de centrale spil van het integraal waterbeleid in Vlaanderen.