Lees voor

Zoeken

Zoeken

Corrie Veldman en Evert Stamhuis in De Schijnwerper

corrie veldman en evert stamhuisIn 1990 begon Corrie Veldman (CVE) haar studie Nederlands recht aan de Open Universiteit. Zij was destijds werkzaam bij de provinciale bibliotheek in Groningen en was daar ook lid van de Ondernemingsraad waar zij merkte dat het juridisch gedeelte van die functie, lekker steggelen met de directie, haar aantrok. Als een van de laatste studenten van de ongedeelde WO-opleiding pakte zij in augustus 2007, na een time-out van zes jaar voor de opvoeding van haar kinderen, de oude titulatuur nog mee. Zelf denkt ze daarmee een van de langst ingeschreven studenten te zijn. Momenteel woont zij in Eindhoven en is als buitengriffier werkzaam bij de rechtbank in Den Bosch.
Haar belangstelling ging uit naar de kwaliteit van de rechtspraak en de positie van de verdediging in het strafproces. Met de keuze van haar scriptieonderwerp, Is de wijziging van art. 359 lid 2 Sv een stap op weg naar een meer accusatoir gericht strafproces?, zoekt zij aansluiting bij deze onderwerpen. Haar aanpak geeft blijk van een onafhankelijke geest, zoals Jopie Huisman die met zijn schilderij Het Botervlootje de omslag siert van haar scriptie. Voor Huisman was de botervloot, die gevuld bleek te zijn met suiker, de verbeelding van iemand die zijn eigen pad volgt, zijn eigen mening vormt en zich daarbij niet door conventie laat leiden.

De kwaliteit van haar scriptie was voor haar examinator prof. mr. Evert Stamhuis (EST) aanleiding haar te vragen om samen aan een artikel te werken. Dit artikel is gepubliceerd in het septembernummer van het tijdschrift Delikt en Delinkwent.


Waarom de Open Universiteit?

CVE: Ik heb gekozen voor de Open universiteit omdat ik wel wilde studeren maar niet in de collegebanken wilde zitten. Dat vond ik te verplichtend. Ik wilde gewoon thuis in mijn eigen tempo studeren. Ik zat in de ondernemingsraad van de provinciale bibliotheek van Groningen die de hele provincie overkoepelde en merkte dat ik het juridisch gedeelte erg leuk vond, lekker steggelen met de directie. Ik werkte dus in de bieb en daar zal wel ergens een folder gelegen hebben. Ik heb ook nooit spijt gehad van mijn keuze. Ik wist vanaf het begin al dat ik de studie af wilde maken. Niet dat ik van nature zo een doorzetter ben. Als ik iets niet leuk vind stop ik er ook gelijk mee.

Heb je nooit momenten gekend in je studie waar je problemen hebt ondervonden of op een dood spoor zat? En zocht je in zo een geval steun bij medestudenten of docenten?

CVE: Nou, dood spoor is iets te veel gezegd. Natuurlijk waren er tentamens die ik lastig vond. Maar dat moet gewoon. Klaar. Ik ben wel eens naar een begeleidingsbijeenkomst geweest, maar dat vond ik eigenlijk zonde van mijn tijd. Niet omdat ik het slecht vond, maar de boeken waren duidelijk genoeg. Het lesmateriaal is echt van prima kwaliteit. Later heb ik via internet ook de cursus Procesrechten gedaan, maar dat was erg onderhevig aan het nieuwe leren. Dat vond ik minder, dat werken in een groep. Ik doe het liever alleen. Ik had altijd het gevoel dat ik iets miste. Je kreeg een opdracht, zoals bij ons de casus Öçalan bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Ik had een klein aspect gekozen uit het proces tegen Öçalan, en daar bijt je je dan helemaal in vast. Maar het procesrecht is nog veel meer. Ik had het liever wat breder gezien. In die cursus was er ook helemaal geen feedback. Je leverde het in, kreeg een voldoende en dat was het dan.
En als je daar dan mee klaar bent, denk je, er is nog meer, ik mis iets. Ik heb dan wel iets wat ik op grond van de bronnen bedacht heb, maar ik had nog meer kunnen leren als iemand me meer had verteld.

EST: Daar hebben we het al vaker over gehad. Corrie is geen aanhanger van de moderne onderwijsvisies die in Nederland dominant zijn en die wij hier bij de Open Universiteit ook aanhangen. Haar stelling is: als de student zelf zijn weg moet vinden, dan is dat wel mooi aan de kant van de vaardigheden, maar op het gebied van de kennisverwerving kom je doorgaans niet veel verder dan daar waar de student de horizon ziet.

Jouw favoriete manier van studeren is dus met de neus in de boeken. Was er ook nog een cursus bij waar je problemen mee hebt gehad?

CVE: Er waren zeker lastige cursussen bij zoals Burgerlijk procesrecht. Dat was taai. Allerlei procedures die je moet kennen, maar echt interessant is dat niet. Maar ik begrijp natuurlijk wel dat je zoiets moet weten.

Zijn er verder nog activiteiten die concurreerden met je studie?

CVE: De studie was eigenlijk mijn voornaamste hobby, maar ik lees ook heel graag en verder kan ik heel goed niets doen, gewoon een uur uit het raam kijken.

Wist je vanaf het begin in welke richting je wilde afstuderen?

CVE: Nee, absoluut niet. Ik ben tot het einde toe wisselvallig geweest wat de keuze van afstudeerrichting betreft. Eerst dacht ik aan strafrecht, later dacht ik dat het ook wel verstandig zou zijn iets aan privaatrecht te doen. Het is uiteindelijk een mix geworden. Bij de keuze van de scriptie dacht ik dat ik iets moest doen dat ik echt leuk vond. Ik kan me niet een jaar lang vastbijten in iets waarvan ik denk, is het dat nou? Dus ging ik toch weer meer de kant uit van het strafrecht. Ik heb een onderzoeksvraag geformuleerd, onderzoeksplan ingediend, alles volgens de richtlijnen van de Handleiding Scriptie en toen aan de slag met informatie verzamelen, lezen en ordenen van mijn kaartenbakje. Ik dacht in die eerste fase al dat ik veel zou weggooien, maar dat deed er niet toe. Ik ben gewoon begonnen. Ik kon natuurlijk niet klakkeloos citeren, een emmertje informatie leeggooien en zeggen, dit is mijn scriptie. Analyseren is heel belangrijk. Wat lees ik en wat kan ik gebruiken. Na een uurtje turen uit het raam wist ik het. Ik ga al die jurisprudentie op het standaardarrest van de Hoge Raad leggen en kijken of het allemaal klopt. De Hoge Raad heeft de wetswijziging geduid en de richting aangegeven.

Vertel iets over je functie als buitengriffier.

CVE: Buitengriffier betekent dat je invaller bent. Via via kwam ik terecht bij de rechtbank Den Bosch, familie- en jeugdrecht, bij de ondertoezichtstelling. Ik heb gemiddeld een zitting per week, die ik moet voorbereiden, proces-verbaal maken tijdens de zitting en de beschikking uitwerken. Ik zit dan wel niet bij strafrecht, maar ik ben al lang blij dat ik de kans heb gekregen ervaring op te doen. Het bevalt me prima.

Werk je als griffier ook mee aan de uitwerking van arresten?

EST: Op dit niveau worden geen arresten gewezen. Dat woord gebruiken we alleen voor de hoven en de Hoge Raad. In jeugdzaken worden beschikkingen genomen. Dat is ook maar een juridische term voor beslissing, maar we noemen het een beschikking omdat het niet in het openbaar wordt uitgesproken. En in het geval van Corrie worden beslissingen genomen over de beperking van de ouderlijke macht.

Toen je in de eindfase van je studie zat, dacht je er toen al aan ooit griffier te zullen worden?

CVE: Nee, ik heb nooit een planning gehad. Ik wil op den duur wel graag in het strafrecht werken, maar werken op invalbasis geeft wel een zekere mate van vrijheid en dat kan ik zeer waarderen. Ik doe nu wel mee, maar hoor er nog niet echt bij. Als ik bij een zitting zit en ik zie de kinderrechter aan het werk, denk ik, dat zou ik ook wel leuk vinden. Maar daar ben ik te oud voor, dus daar hoef ik al niet meer over na te denken.

Na afronding van de scriptie ben je gevraagd om mee te werken aan een artikel. Was je daar meteen voor te vinden?

CVE: In het begin heb ik geaarzeld. Ik ben tenslotte geen ervaren onderzoeker. Dat we het samen zouden gaan doen heeft voor mij de doorslag gegeven. Bovendien vond ik het ook interessant om eens te zien wat er nog meer te zeggen viel over mijn scriptieonderwerp en dat er vast meer uit zou komen als we samen over de brug zouden denderen.

Waarom juist Corrie?

EST: Ik was onder de indruk van de kwaliteit van haar werk toen ik het als examinator aantrof. Het resultaat toonde een grondigheid en een juridische finesse die me opviel. Bovendien, als we niet waren gaan samenwerken, had ik het artikel niet geschreven, want daar lag mijn prioriteit niet meteen. Ik zou wel vaker dat pad op willen met studenten. Maar het moeten dan wel goede studenten zijn. Uit de scriptie moet blijken dat ze bepaalde kwaliteit hebben. In een cijfer uitgedrukt: een acht of hoger. Je moet niet vergeten dat slechts ongeveer een op de tien scripties geschikt is om omgewerkt te worden tot een artikel. In de golf afstudeerders waar Corrie in zat, zaten er welgeteld drie bij aan wie ik gevraagd heb een artikel te schrijven.

Wat was het punt dat jullie wilden maken met het artikel?

CVE: In mijn scriptie was de vraag vooral: is de positie van de individuele verdachte er nou op vooruitgegaan of niet, heeft het iets toegevoegd aan waarden die we aan de kant van de verdachte proberen te behartigen met het motiveren van strafvonissen?

EST: Ja, en dat punt hebben we in ons artikel helemaal losgelaten. We zijn meer juridisch in het diepe gedoken, zoals: lost de Hoge Raad nou de vragen op die je kunt stellen naar aanleiding van deze wetswijziging? Heel juridisch technisch. En dat is veel minder groot, denk ik dan altijd, van de andere kant toch heel belangrijk, want het gaat toch om de rol die de Hoge Raad speelt bij de uitleg van nieuwe wetten voor de lagere rechtspraak in het land. Corries vraag was er niet op gericht of de Hoge Raad het nou goed doet of niet. Dat was wel het geval in ons artikel.

CVE: Toen ik twee jaar geleden met de scriptie begon, speelde dat nog niet. De wetswijziging was er net en er was nog nauwelijks jurisprudentie. Wel waren er al artikelen geschreven, maar meer met de vraag wat dit allemaal zou kunnen betekenen. Toen wij met ons artikel begonnen was de vraag wat ervan was terechtgekomen en of de Hoge Raad het ook echt zou gaan uitvoeren zoals ze in de duiding van het standaardarrest heeft gezegd.

Dient een scriptie niet in de eerste plaats een bewijs te zijn van je onderzoeksvaardigheden en is het resultaat daarbij niet secundair?

EST: Het gaat te ver dit zo te stellen. We zeggen niet tegen studenten: het resultaat moet een publiceerbaar artikel zijn. Voor een deel is het ook het proces waarin je een student wil krijgen en aan de andere kant, doordat ik als examinator ook een minimum aan maatstaven hanteer voor een voldoende scriptie is het proces alleen niet genoeg. Het is niet genoeg wanneer een student hier komt en laat zien dat hij verschillende stappen in het onderzoeksproces heeft doorlopen, jurisprudentie- en literatuuronderzoek heeft gedaan. Nee, het verslag moet ook aan de wetenschappelijke maatstaven die gelden voor een afstudeerscriptie voldoen, anders laat ik hem niet passeren. Daarom is het goed dat we even hebben nagedacht over de vraag of we die resultaatbenadering overeind kunnen houden gezien de ervaringen van de begeleiders en ook gezien de klachten van studenten dat ze op die resultaatbenadering zo slecht zijn voorbereid, omdat ze ineens vaardigheden aan de dag moeten leggen die voorafgaande aan de scriptie zo weinig aan de orde zijn geweest.
En dan bedoel ik niet de juridische vaardigheden maar de onderzoeksvaardigheden. Juridische vaardigheden zoals wetsartikelen lezen en het lezen van jurisprudentie komen wel voldoende aan bod in de cursussen Juridische vaardigheden 1, 2 en 3, maar specifieke onderzoeksvaardigheden, wat wetenschapsbeoefening is, is toch weer even iets anders. De nieuwheidseis, dat je iets moet toevoegen, dat geldt niet voor een integratiepracticum. Dat je alleen al een vraagstelling moet verzinnen, die los staat van een complete casus, dat is een onderzoeksvraag en dat is niet een praktische vraag. Tot voor kort ging men er in alle juridische faculteiten van uit dat de studenten daartoe wel in staat zouden zijn en als ze dat niet waren, kregen ze er wel begeleiding bij. Daardoor werd de begeleidingslast wel erg zwaar en in plaats dat de student de scriptie naar het eind sleurde, was het vaak de docent die dat deed. De scriptie dient het bewijs te zijn van de kwaliteit van de student en niet die van de begeleider. Nu, en dat was in de tijd van Corrie niet zo, zit de cursus Voorbereiding onderzoek in het curriculum. Er zullen studenten zijn die zeggen dat ze hun scriptie zonder die cursus nooit zo ver hadden kunnen brengen, voor hen is die cursus echt een aanwinst, maar er zullen er natuurlijk ook zijn die het best zonder hadden gekund.

Voorheen was onze faculteit voornamelijk een opleidingsinstituut. Nu komt daar een facultaire onderzoeksgemeenschap bij. Uitingen hiervan zijn onder andere de cursus Voorbereiding onderzoek en de Work in Progress onderzoekspresentaties. Wat is het belang van de samenhang tussen onderwijs en onderzoek?

Tegenwoordig moet je aantonen dat je een samenhang hebt tussen onderwijs en onderzoek, anders verlies je de bevoegdheid om wetenschappelijke diplomas te geven. Je moet onderzoek doen en daarvan blijk geven door publicaties. Je moet zorgen dat je personeel in het onderwijs inzet dat blijk heeft gegeven tot onderzoek in staat te zijn. En dat betekent in de praktijk dat het publicerend of gepromoveerd personeel moet zijn. En dat is ten opzichte van de situatie die vóór 2006 gold voor de faculteit een grote verandering.
Ikzelf weet niet anders. Een van de belangrijke taken die er voor mij lagen toen ik hier kwam was het mede opzetten van deze onderzoekspijler. Ik kom van een universiteit (Groningen) die dat eigenlijk al driehonderd jaar doet.

U weet dat de faculteit Psychologie een eenjarige masteropleiding van veertien modulen Psychological Research heeft. Zou zo iets ook in onze faculteit mogelijk zijn?

EST: Dat zou wel erg mooi zijn, ik weet dat bij de invoering van de Bama juridische faculteiten grote moeite hebben gehad om een onderzoeksmaster erkend te krijgen. Toestemming moest er komen vanuit het ministerie voor al die masteropleidingen, ook over duur en omvang. Wat wij nu aan het bouwen zijn met de cursus Voorbereiding onderzoek laat zien dat wij in de master het accent leggen op de wetenschappelijke kant van de opleiding. In dat opzicht bewegen wij ons een beetje in de richting van een onderzoeksmaster recht Onze master gaat veel meer lijken op een onderzoeksmaster dan op de gewone master Nederlands recht. En dat is ook niet zo verwonderlijk, omdat wij de specialisaties die andere universiteiten allemaal kunnen aanbieden, niet in huis hebben. We hebben er de capaciteit niet voor om ze te gaan aanbieden. Ik verwacht dus niet dat wij een aparte legal research master gaan aanbieden, maar dat onze master er in de toekomst wel de kenmerken van zal hebben.
Wij brengen in Voorbereiding onderzoek studenten in aanraking met het facultaire onderzoek door ze aan de hand van hun onderwerpskeuze te koppelen aan de onderzoeker die met dat onderwerp bezig is hetzij in het kader van een promotieonderzoek, hetzij in het kader van een publicatie. Van de kant van de onderzoeker is het zo dat hij de student aan het werk kan zetten met onderdelen van zijn lopende onderzoek en hem kan laten doen waar hij zelf minder tijd voor heeft. Dus je besteedt stukjes onderzoek, in het kader van een groter promotietraject zijn het slechts snippers, uit aan studenten. Op die manier leveren studenten een bijdrage aan het welslagen van facultair onderzoek. Naar die verwevenheid streven we. Tegelijkertijd is het concrete leerdoel voor de student dat hij of zij als onderzoeker beter geëquipeerd is en zo bijvoorbeeld beter in staat is om een scriptie te schrijven. Het mes snijdt dus aan twee kanten.

Interview afgenomen door John Dohmen