Lees voor

Zoeken

Zoeken

Roundtables Ronde 1

Roundtable 1

Feikje van Stiphout:
Ontwerp van een training voor artsen met als doel effectief elektronisch medicatie management

Onderwijs is een wezenlijk element van de implementatie van nieuwe zorg-ICT. Er is echter weinig bekend over waar een training voor effectief gebruik van nieuwe zorg-ICT aan moet voldoen. Dit is verwonderlijk omdat nieuwe zorg-ICT vaak wordt ingevoerd om de veiligheid van zorg te vergroten. Maar als artsen de nieuwe zorg-ICT niet goed gebruiken zal de veiligheid niet verbeteren. Er zijn zelfs aanwijzingen dat verkeerd gebruik van zorg-ICT de patiënt veiligheid ook in gevaar kan brengen. Dit geldt zeker voor elektronische medicatie voorschrijfsystemen (EVS) die bedoeld zijn als instrument om het medicatie management te verbeteren, en daarmee medicatie bijwerkingen te voorkomen. Uit een eerdere studie bleek dat het gebruik van het EVS bij medicatie management nu niet optimaal is. Artsen hadden zowel procedurele- als "problem-solving" kennis en vaardigheden nodig. Daarnaast hadden zij niet altijd het juiste vertrouwen in het EVS, waardoor hun motivatie om het EVS te gebruiken erg varieerde. Daarom besloten we een training te ontwikkelen om artsen te leren medicatie te managen, waarbij zij effectief gebruik maken van een EVS (hierna "elektronisch medicatie management" genoemd).

Op dit moment zijn we bezig met een cognitieve taak analyse, waarbij we onderzoeken welke kennis en vaardigheden artsen nodig hebben voor effectief elektronisch medicatie management. We analyseren hierbij of experts gebruik maken van: (1) cognitieve strategieën (stap 5 van de Ten steps), (2) mentale modellen (stap 6 van de Ten steps), (3) cognitieve regels (stap 8 van de Ten steps), en (4) voorkennis (stap 9 van de Ten steps) en áls ze deze kennis en vaardigheden gebruiken dan onderzoeken we welke dat zijn.

We hebben reeds een opzet gemaakt voor de training waarbij we de 10 stappen van het 4C/ID model hebben gevolgd. Hierin verwerken we de informatie die we verkrijgen uit de taak analyse. Daarnaast voegen we een element "vertrouwen en motivatie" toe, waarbij we extra aandacht besteden aan het juiste vertrouwen in het elektronisch voorschrijfsysteem en waarin we informatie geven die een positieve invloed kan hebben op de motivatie om een EVS te gebruiken.

Tijdens deze "roundtable" wil ik u graag de opzet van de cognitieve taak analyse laten zien en bespreken hoe die gebruikt wordt bij de ontwikkeling van de training. Ik wil u ook laten zien hoe de training er nu uit ziet en hoe we het element "vertrouwen en motivatie" hebben toegevoegd. Ik wil graag met u discussiëren over de directe toepasbaarheid van de cognitieve taak analyse in de 4C/ID methode, en over het toevoegen van extra elementen.

Drs. Feikje van Stiphout is arts in opleiding tot internist en PhD-Candidate bij het UMC Utrecht. Zij doet onderzoek samen met Edith ter Braak, internist en hoogleraar medisch onderwijs en Toine Egberts, hoogleraar klinische farmacie. Het onderzoek is ZonMw gesubsidieerd

Roundtable 2

Dr. Elly Quanten
4C-Id designers 'balanceren in historisch interieur'

Nieuw design integreren vraagt komaf maken met het historische interieur ofwel een creatieve match zoeken met het bestaande. Het 4C-ID ontwerpmodel geeft aan een ontwerpteam de mogelijkheid om tabula rasa te maken met oude opleidingsprogramma's. Maar hoe bewaak je in deze vernieuwingsbeweging een aantal bestaande instellingsbrede keuzes van de hogeschool, houd je de balans kennis en vaardigheden in evenwicht en zorg je dat je elk teamlid enthousiast krijgt en houdt.

Bij het implementeren van een nieuw met het 4C-ID model gemaakt onderwijsontwerp stuit je op 'randvoorwaarden' uit het bestaande onderwijs. Die blijken vaak knellend voor de principes van het nieuwe ontwerp. Hoe doe je nu recht aan de ontwerpprincipes, terwijl je rekening houdt met niet te veranderen randvoorwaarden? Deze bijdrage laat zien hoe de designers van het nieuwe curriculum voor de professionele bachelor opleiding sociaal-agogisch werk van de XIOS Hogeschool Limburg (België) bij hun ontwerp al nadenken over waar stevig moet worden vastgehouden aan de ontwerpprincipes van het model en waar minder consequent aan de principes zou moeten worden vastgehouden bij een vertaling van het ontwerp in een ‘learning design', een implementeerbaar onderwijsprogramma.

Wij nodigen u uit met ons te discussiërenr over dit design-dilemma en elkaar te helpen bij het zoeken naar oplossingen hiervoor.

Dr. Elly Quanten is hoofd van de Dienst Onderwijs van de Xios Hogeschool Hasselt, België.

Roundtable 3

Monique van Bemmelen en Louis Friedrichs:
Flex-ID en 4C-ID, curriculum ontwikkeling als totaalaanpak

Na een aantal jaren experimenteren met competentiegericht beroepsonderwijs heeft ROC ID College in 2011 de stap gezet om al het onderwijs te herontwerpen op basis van het 4C/ID-model en het eigen onderwijs- en organisatiemodel Flex-ID. Onderwijsmodel Flex-ID  gaat uit van gestandaardiseerde onderwijsprocessen op het gebied van werving, instroom, studieloopbaanbegeleiding, opleiden en vormen, examineren en uitstroom. De onderwijslogistieke kant van het model lijkt soms strijdig het ontwerpmodel "4C/ID" maar is dit ook het geval? In deze presentatie vertellen we hoe wij een eigen onderwijsmodel onderwijskundig invulling hebben gegeven door de basisprincipes van 4C/ID te hanteren bij het herontwerp van middelbaar beroepsonderwijs.

Monique van Bemmelen en Louis Friederichs zijn programmamanagers van de strategische programmalijn 'Onderwijs & Begeleiding', dat als doel heeft studenttevredenheid en het schoolsucces van studenten te vergroten. Daarnaast zijn ze verbonden aan domein Techniek & ICT en domein Economie.

Roundtable 4

Dorien Gerards:
Klinisch redeneren in het fysiotherapie onderwijs

In het schooljaar 2005/2006 is in de opleiding Fysiotherapie, Hogeschool Zuyd te Heerlen, het competentiegericht onderwijs (CGO) ingevoerd. Het nieuwe curriculum is gebouwd mbv het 4 C-ID. Dit model zou er mede op gericht zijn bij studenten de cognitieve vaardigheid van het klinisch redeneren te bevorderen.Uit evaluaties in het werkveld werd immers duidelijk dat studenten te weinig in staat waren de transfer van het binnenschools geleerde naar de echte praktijk te maken.

Over deze cognitieve vaardigheden geven Bordage et al. aan dat de student naast een goede kennisstructuur ook moet beschikken over voldoende flexibiliteit in het denkproces. Met andere woorden: de student zal zijn professionele vakkennis wendbaar moeten kunnen toepassen.

Het uitgevoerde onderzoek ( bij vierdejaars studenten van het cohort 2004 (n=58) en het cohort 2006 (n=34) van de opleiding Fysiotherapie) is gericht op de vraag of in de perceptie van de studenten het competentiegericht onderwijs (CGO), ingericht volgens het 4 C/ID-model, het klinisch redeneren binnen de domeinen flexibiliteit in het denkproces en kennisstructuur, meer bevordert dan het meer traditionele, probleemgestuurde onderwijs (PGO).

Het resultaat van dit onderzoek laat zien dat er een statistisch significante verbetering is opgetreden in het klinisch redeneren van de vierdejaars studenten uit het cohort 2006 die het CGO volgden in vergelijking met studenten uit het cohort 2004 die het meer traditionele PGO doorliepen (klinisch redeneren p=0.01 en meer specifiek in het domein flexibiliteit in denken p=0.01 en kennisstructuur p=0.03).

De ronde tafel discussiezal zich bezig houden met de vragen:

  • hoe het klinisch redeneren van studenten kan worden verbeterdbinnen hetCGO, gebouwd middels 4 C-ID,
  • naar de factoren die dit proces mede beïnvloeden en
  • naar objectieve meetinstrumenten om het klinisch redeneren te evalueren.

Dorien Gerards is senior docent Zuyd hogeschool te Heerlen en onderwijswetenschapper

Roundtables Ronde 2

Roundtable 5

Herma Roebertsen
Academische vaardigheden als competentie binnen een bachelor programma:  hobbels en valkuilen van een op het 4C-ID model gebaseerd traject.

Binnen de opleidingen Bio Medische Wetenschappen en Gezondheidswetenschappen is in 2010 -2011 een grote herziening van de bachelor programma's gestart. Speerpunten hierbij zijn: innovatieve werkvormen binnen een probleem gestuurde leeromgeving en meer aandacht voor wetenschappelijk denken en handelen.
In de eindtermen van beide bachelors programma's staat al jaren dat de opleiding studenten wil opleiden die in staat zijn academisch te denken en te handelen. Echter bij het schrijven van het bachelor thesis in het laatste jaar van de bachelor vonden veel docenten dat de academisch vaardigheden van de studenten niet altijd even sterk aanwezig waren.
In 2011 is bij het ingaan van de herziene bachelor gestart met het invoeren van een academisch dossier, met daarbinnen een traject voor wetenschappelijk schrijven en presenteren.
Dit traject voor wetenschappelijk schrijven en presenteren is opgezet volgens de principes van het 4C-ID model, waarbij sprake is van betekenisvolle hele taken, integratie van deelvaardigheden binnen het competentie gebied, opbouw in complexiteit, het belang van feedback, en monitoring van competentieontwikkeling.
Onderwijsinnovaties kennen over het algemeen verschillende stadia; "intended" curriculum; "delivered"  curriculum and 'experienced' curriculum. Dat tussen deze drie stadia grote verschillen zijn, blijkt ook uit de ervaringen binnen de herziene bachelor programma's.
In deze keynote wordt geschetst hoe binnen de faculteiten Bio Medische Wetenschappen en Gezondheidswetenschappen een traject voor wetenschappelijk schrijven en presenteren is opgezet en geïmplementeerd en welke principes hierbij gebruikt worden, zoals 4C-ID model. Daarnaast zal gepresenteerd worden wat de ervaringen van docenten en studenten zijn, en hoe deze aanleiding zijn tot aanpassing en verandering.

Referenties:

A.M.B. Janssen-Noordman, J.J.G. van Merriënboer :Innovatief onderwijs ontwerpen , Hoger Onderwijs Reeks , Noordhof uitgevers, 2002
isbn 978 90 01 43246 1

Roundtable 6

Halszka Jarodzka
Visual expertise: characteristics and instructional attempts

Continuously we make eye movements of different kind; we close our lids (blinks), focus on a character within a word (fixation), move from one word to another (saccade), and our pupil changes its size (pupil dilation). Eye tracking is a technique to record all of these movements. This technique becomes a more and more popular tool in research on education. But why? This roundtable session introduces what eye tracking is and how it can be used in research on learning and instruction. We will see how this technique helps us to better understand expertise in different professions, such as medicine, air traffic control, or zoology. Furthermore, how eye tracking can be used directly to improve instructional design, for instance, by modeling examples that display the visual focus of an expert model and allows the learner to see through the eyes of an expert. Last, participants will be invited to discuss, how their domain could benefit from the use of this technique.

Dr. Jarodzka is onderzoeker bij de Open Universiteit, Centre for Learning Sciences and Technologies, Programma Learning & Cognition.

Roundtable 7

Han Spekreijse:
Het gebruik van rijke casussen uit de praktijk van management

Bij de faculteit managementwetenschappen van de Open Universiteit is de opleiding General Management ontworpen volgens de uitgangspunten van competentiegericht onderwijs. In diverse cursussen worden daarbij standaard Harvard cases gebruikt om te leren diagnosticeren, analyseren, beoordelen en - gebaseerd op wetenschappelijke kennis – te reflecteren op relevante managementaspecten van organisaties. In vergelijking met de praktijk missen deze cases echter de authenticiteit uit de beroepssituatie en de ‘ruis' die de student als hij expert wil worden uit probleemsituaties moet leren filteren. Bovendien zijn de cases vaak eendimensionaal gericht op probleemoplossing met onvoldoende aandacht voor contextvariabelen, zeker in vergelijking met de filosofie van de faculteit waarin de maakbaarheid van management en het bestaan van ‘beste' oplossingen worden gerelativeerd en waarin zeer diverse contextvariabelen van invloed worden geacht.
Op dit moment werkt het cursusteam van Advanced Studies in Management (ASM) van de faculteit aan het realiseren van rijke casusomgevingen, gebaseerd op vraagstukken van organisatie-inrichting, management control en financiering. Het casusmateriaal is afkomstig van twee organisaties: een fusie van twee private callcenter en een zelfstandige dienst binnen een publieke organisatie zijnde de belastingdienst. Het materiaal bootst, in de vorm van originele documenten, beelden, video- en audiofragmenten van interviews met interne en externe belanghebbenden, een managementaspect in zijn originele context – en daarmee een toekomstige taak en werkomgeving van student - zo ‘rijk' mogelijk na.
Bij het uitwerken van de taken in de casussen moeten de studenten zelf het probleem herkennen, omschrijven, analyseren, mogelijke oplossingen inventariseren en een beargumenteerde oplossing kiezen. Kerndoel van de cursus is dat studenten daarbij gefaseerd de benodigde competenties ontwikkelen zodat zij in staat zijn de aangeboden vraagstukken, maar ook alternatieve managementvraagstukken die zich in de toekomst kunnen aandienen in hun rol van manager en expert, aan te pakken. Om dat te kunnen, leren studenten een cyclus te hanteren van probleemherkenning, probleembeschrijving, probleemanalyse en probleemoplossing. Zo worden studenten uitgedaagd om hun tanden te zetten in een realistisch en motiverend probleem, maar krijgen ze geleidelijk aan meer vrijheid en verantwoordelijkheid om het probleem te beoordelen en oplossingen te bieden. Veelal zal blijken dat het casusvraagstuk geen optimale – enig juiste - oplossing kent. Echter de breedte, inhoudelijke diepgang en consistentie van hun uitwerking als resultaat van de gehanteerde oplossingssystematiek staat centraal en wordt in de feedback van de begeleidende docenten besproken. In een opdracht waarbij studenten elkaars uitwerkingen analyseren (blind peer-reviewed) leren ze dergelijke aspecten ook zelf te beoordelen.
Deze opzet van het casusmateriaal in combinatie met de probleemoplossingsystematiek is niet met het 4C-ID model ontwikkeld, maar lijkt zo sterk daarop dat deze wellicht als inspiratiebron kan dienen voor het toepassen ervan. In de discussie na de presentatie zal naar de overeenkomsten gezocht worden.

Han Spekreijse is docent Managementwetenschappen bij de Open Universiteit

Roundtable 8

Marian van de Venn:


'The Dutch approach' bij instructional design. Een 4C-ID-blauwdruk implementeren voor een training opdrachtgerichte commandovoering bij de Koninklijke Landmacht.

Het stereotype van de Landmacht is dat een commandant een opdracht geeft en dat die wordt uitgevoerd. Dus als de blauwdruk van een opleiding opnieuw wordt gemaakt op basis van het 4C-ID-model, dan zal implementatie vlekkeloos verlopen. Want ‘Befehl is toch immers befehl', geen discussie, uitvoeren…..mars….Het tegendeel is waar. Niets menselijks is ons vreemd bij de Landmacht dus ook hier dient nauw aandacht besteed te worden aan hoe je een nieuw ontwikkelmodel introduceert en implementeert.

Marian van de Venn werkt bij het opleidingscentrum voor de Koninklijke Landmacht in Utrecht en studeert Onderwijswetenschappen bij de Open Universiteit.