www.ou.nl

Proef eens van...
..............Psychologie

Voorkennis en verwachtingen

De waarnemingstheorieŽn die we tot nu toe besproken hebben, gaan er alle van uit dat onze zintuigen allerlei kleine elementen uit de buitenwereld herkennen, deze analyseren en doorsturen naar onze hersenen waar deze elementen in een aantal fasen weer worden samengevoegd tot een samenhangend beeld van de wereld.

Bottum-up en top-down
De representatie van de wereld in ons bewustzijn wordt volgens deze theorieŽn vanaf onder opgebouwd. Daarom noemen we deze waarnemingsprocessen ook wel bottom-upprocessen. Er zijn echter ook theorieŽn die stellen dat onze waarneming bepaald wordt door wat we verwachten waar te nemen. Onze reeds aanwezige kennis over de aard van de wereld stuurt als het ware vanaf boven onze waarneming. Deze waarnemingsprocessen noemen we dan ook top-downprocessen.

kegelvormige stekels?Subjectieve contouren
Bij deze laatste processen wordt, vanuit onze verwachtingen over wat we zullen zien, het beeld dat we op het netvlies hebben als het ware aangevuld, soms zelfs met zaken die er helemaal niet zijn. Kijk bijvoorbeeld eens naar figuur 6. Wat ziet u hier eigenlijk?

Waarschijnlijk probeert uw waarnemingssysteem u wijs te maken dat u een bol ziet met kegelvormige stekels. Het enige dat uw ogen echt zien is een verzameling driehoekachtige figuren. Meer is er niet. De rest van die bol met stekels wordt er dus door uw hersenen bij verzonnen! Subjectieve contouren noemen we dat, omdat het contouren zijn die geen onderdeel zijn van het object, maar door het subject, de waarnemer, worden toegevoegd.
Een doodshoofd?Ziet u cijfers of letters?Ambigue figuren
Bewijs voor de dergelijke top-downprocessen wordt bijvoorbeeld ook geleverd door het onderzoek naar ambigue figuren. Dergelijke figuren zijn zo gemaakt dat ze op meerdere manieren te interpreteren zijn. Bij de herkenning van dergelijke objecten is het vaak de context die bepalend is voor wat we uiteindelijk zien.

Bekijk figuur 7 bijvoorbeeld eens. Wat ziet u als u deze van dichtbij bekijkt? En wat ziet vanaf een grotere afstand? In dit geval is de afstand tot de afbeelding het belangrijkste contextuele gegeven dat bepalend is. Maar hoe is dat bij figuur 8? De figuur in het midden van beide reeksen is identiek, toch zien we in de eerste reeks iets heel anders dan in de tweede. In dit geval is het duidelijk onze voorkennis over cijfer- en letterreeksen die van invloed is op onze waarneming.

Woorden
Een vergelijkbaar effect zien we bij het herkennen van woorden. Een onduidelijke letter herkennen we bijvoorbeeld op verschillende manieren, afhankelijk van de omringende letters. We herkennen letters ook makkelijker wanneer ze onderdeel uitmaken van een woord. Dit noemen we het woordsuperioriteitseffect, omdat we het gehele woord in feite sneller herkennen dan de afzonderlijke letters. Het woord zelf helpt ons vervolgens om de afzonderlijke letters te herkennen.

Een dergelijk contexteffect in onze taalherkenning zien we zelfs optreden bij het lezen van hele zinnen of alineaís. De aanwezigheid van een betekenisvolle verhaallijn maakt het makkelijker om afzonderlijke woorden te herkennen. Sterker nog, een betekenisvolle zin creŽert een verwachting in onze geest die maakt dat we foutieve woorden over het hoofd zien, gemankeerde woorden automatische aanvullen of zelfs corrigeren.

  Vlgones een oznrdeeok op een Eglnese uvinretsiet mkaat het neit uit in wlkee vloogdre de ltteers in een wrood saatn, het einge wat blegnaijrk is is dat de eretse en de ltaatse lteer op de jiutse patals saatn.
De rset van de ltteers mgoen wllikueirg gpletaast wdoren en je knut vrelvogens gwoeon lzeen wat er saatt. Dit kmot odmat we neit ekle ltteer op zcih lzeen maar het wrood als gheeel.
Letters

Bottom-up of top-down?

Al met al hebben psychologen dus heel wat theorieŽn ontwikkeld om te verklaren hoe wij vanuit de beperkte informatie die onze zintuigen ons bieden, toch een totaal wereldbeeld kunnen creŽren. Hoewel het soms zo mag lijken, sluiten deze theorieŽn elkaar zelden uit. Template matching en feature detection kunnen bijvoorbeeld goed opgevat worden als twee afzonderlijke, elkaar aanvullende fasen in het waarnemingsproces.

Het is bijvoorbeeld goed voorstelbaar dat we de samenstellende delen van een object in eerste instantie herkennen op basis van template matching. Daarvoor zouden we slechts een beperkt aantal sjablonen in ons geheugen hoeven te hebben, bijvoorbeeld de 36 geons van Biederman. Objecten die samengesteld zijn uit deze geons zouden we dan vooral herkennen op basis van feature detection.

Op vergelijkbare wijze vormen ook bottom-up- en top-downprocessen een aanvulling op elkaar. Op basis van bottom-upprocessen worden visuele elementen, afkomstig uit onze zintuigen, samengevoegd tot al maar grotere eenheden en objecten. Tegelijkertijd wordt dat beeld op basis van top-downprocessen aangevuld vanuit onze bestaande kennis met gegevens die er in werkelijkheid niet zijn.

Op deze manier ontstaat een robuust waarnemingssysteem dat alleen in extreme gevallen zal falen. Wanneer een grote hoeveelheid informatie uit de zintuigen beschikbaar is, dan zijn bottom-upprocessen voldoende, en berust onze waarneming zoveel mogelijk op feitelijke informatie uit de wereld. Wanneer deze informatiestroom te arm is zullen top-downprocessen een grotere rol spelen, zodat wij ons op basis van eerder verworven kennis en verwachtingen toch een redelijk accuraat beeld van de wereld kunnen vormen.

Diepte en grootte (1) »