www.ou.nl

Proef eens van...
..............Psychologie

Waarneming van vormen (2)

U leest hier verder over de waarneming van vormen.
Puzzel

Patroonherkenning

Om betekenis te verlenen aan die eenheden moeten zij herkend worden als object dat voor ons een bepaalde relevantie heeft. Hiervoor is het nodig om een patroon te herkennen in de samenstellende elementen van een object. De groeperingsprincipes van de gestaltpsychologie zou je kunnen opvatten als een eerste stap in dit proces. Op basis van die principes worden in onze waarneming basale lijnen en vlakken immers samengesmeed tot samengestelde eenheden.

Template matching
De volgende stap is patroon- of objectherkenning. Sommige wetenschappers stellen dat dit gebeurt op basis van het principe van template-matching. Volgens deze theorie zou de mens een groot aantal templates, ofwel sjablonen, in het geheugen hebben. Een figuur dat tijdens de perceptuele organisatie is gevormd, wordt met deze sjablonen vergeleken. Zodra het voldoende overeenkomt met een van de sjablonen, treedt herkenning op en kunnen we het desbetreffende object benoemen.

Het probleem met deze theorie is echter dat de wereld om ons heen zeer veranderlijk is, terwijl de sjablonen in ons geheugen toch relatief rigide moeten zijn om herkenning mogelijk te maken. Hoe kan het dan dat we toch al die veranderlijke objecten telkens weer in het juiste sjabloon weten te passen? Herkennen we een koe van de voorkant met hetzelfde sjabloon als een koe van opzij? En een liggende koe? Of hebben we dan telkens weer een nieuwe sjabloon voor nodig?

Visuele illusieFeature detection
Op deze manier zouden we voor de herkenning van één object al een groot aantal sjablonen moeten hebben. Het aantal sjablonen dat dan nodig is om alle objecten in al hun verschijningsvormen te herkennen, is enorm. Daarom nemen onderzoekers aan dat er minstens nog een tweede mechanisme moet zijn dat ons helpt bij het herkennen van patronen. Dit mechanisme is feature detection.

Volgens deze theorie herkennen we objecten niet omdat we ze als geheel met een sjabloon vergelijken, maar omdat we een aantal karakteristieke kenmerken van het object herkennen. Een plat, stilstaand object met vier poten herkennen we als tafel; een ovaal, bewegend object met vier poten herkennen we juist als dier. Een dier met een krulstaart herkennen we vervolgens als varken, terwijl we een dier met een lange nek herkennen als giraffe. En zo verder.

Wetenschappers zijn het er overigens nog niet over eens welke eenheden in dit proces van herkenning bepalend zijn. Volgens Marr is bijvoorbeeld elk object op te bouwen uit een aantal cilinders en herkennen we objecten dus eigenlijk alleen maar aan de precieze grootte van de samenstellende cilinders en de manier waarop deze gegroepeerd zijn. Volgens Biederman gaat het echter niet alleen om cilinders, maar ook om andere geometrische figuren, die hij geons noemde. Hiervan definieerde hij er zesendertig, die bepalend zouden zijn voor de herkenning van objecten.

Voorkennis en verwachtingen »