www.ou.nl

Proef eens van...
..............Psychologie

Zelftoets Waarneming

Deze zelftoets bestaat uit 8 multiple choice vragen. Beantwoord de vragen aan de hand van hetgeen u in deze proefcursus heeft bestudeerd, zonder dit studiemateriaal te raadplegen.
  1. Dat we geneigd zijn om objecten die op elkaar lijken, waar te nemen als een eenheid noemt men in de gestaltpsychologie het principe van

  2. gelijkheid
    nabijheid
    geslotenheid
    symmetrie


  3. Volgens de feature detection theorie herkennen we objecten doordat we

  4. het object vergelijken met een beperkt aantal sjablonen in ons hoofd
    een aantal karakteristieke kenmerken van het object herkennen
    uit de omgeving van het object af leiden welk object het moet zijn
    op basis van verwachtingen een voorspelling formuleren over de aard van het object


  5. Op basis van onderzoek naar ons waarnemingssysteem kunnen we, ten aanzien van de verhouding tussen bottom-up en top-down processen, concluderen dat

  6. we nog onvoldoende weten om iets te zeggen over deze verhouding
    onze waarneming hoofdzakelijk bestaat uit bottom-up processen
    onze waarneming hoofdzakelijk bestaat uit top-down processen
    onze waarneming bestaat uit zowel bottom-up processen als top-down processen


  7. Wanneer we, vanuit onze verwachtingen over de aard van een object, een visuele stimulus aanvullen met lijnen of vlakken die er in werkelijkheid niet zijn, dan spreken we over

  8. ambigue figuren
    subjectieve contouren
    lineair perspectief
    interpositie van objecten


  9. Het woordsuperioriteitseffect houdt in dat

  10. woorden door ons eerder herkend worden dan niet talige objecten
    in onze taalwaarneming woorden altijd voorrang krijgen boven complete zinnen
    het woord waar een letter deel van uitmaakt, helpt bij het herkennen van die letter
    in onze taalwaarneming woorden altijd voorrang krijgen boven afzonderlijke letters


  11. Volgens welke theorie vergelijkt het perceptuele systeem een visuele stimulus met sjablonen in ons geheugen, die alle ons bekende voorwerpen vertegenwoordigen?

  12. de theorie van Ames
    de twee factoren theorie
    de template matching theorie
    de theorie van figuur-achtergrondscheiding


  13. De zintuiglijke prikkel die daadwerkelijk de zenuwuiteinden in onze ogen stimuleert, noemen we de

  14. proximale stimulus
    perceptuele stimulus
    sensorische stimulus
    distale stimulus


  15. De bewegingsparallax is

  16. een binoculaire diepteaanwijzing
    een perceptueel groeperingsprincipe
    een vorm van patroonherkenning
    een monoculaire diepteaanwijzing