Leereenheid 2: Verhalende teksten

Inhoud

Introductie
Verdere inhoud van leereenheid 2

Te downloaden via de downloadpagina

Leereenheid 2
Oefentekst 2: Maria Dermoût
Oefentekst 3: Willem Brakman
Oefentekst 4: Mensje van Keulen
 Let op: in de PDF-files van de oefenteksten staat een andere nummering dan in de cursus weergegeven. Negeer de nummering die in de PDF-files staat gegeven.


Introductie

Op de regenachtige lentedag dat ik deze leereenheid zou gaan schrijven, zat ik hevig te piekeren hoe ik de leerkern zou beginnen. Plotseling viel mijn oog op een verslag, in een krant, van een vraaggesprek met een Egyptische arts. Het begon zo:

Citaat 1:

Vijfendertig jaar geleden deed de Egyptische arts en schrijfster Nawal El Saadawi wat nog niemand in de islam gedurfd had: de preoccupatie met het maagdenvlies aanvechten. De islamitische wereld was geschokt door haar eerste boek, Memoirs of a Woman Doctor, maar ze kreeg het voordeel van de twijfel. Het maagdenvlies was per slot van rekening een lichaamsdeel waar een arts zich over moest kunnen uitspreken. Maar haar uitspraken werden steeds minder medisch en steeds meer politiek.
(Ramdas, 1993)

Ik moest echter aan het werk, dus ik beheerste mijn zin om door te lezen, en pakte zuchtend de stapel teksten van het historische deel van de cursus, waar ik mijn voorbeelden uit moest putten.
Toevallig viel mijn oog toen op een Middelnederlandse tekst, waarvan aan het begin de volgende regels mij een behaaglijk gevoel van bekendheid gaven. Niet dat ik de regels kende, of dat de toch wat vreemde taal me 'gewoon' voorkwam; maar toch 'las het lekker':

Citaat 2:

Het was op ene avondstonde,
Dat Karel slapen begonde
t' Ingelem opten Rijn.
't Land was algader zijn;
Hij was keizer ende konink mede.
Hoort hier wonder ende waarhede,
Wat den konink daar gevel [...]
(Karel ende Elegast vs. 3-9)

Verder bladerend kwam ik nog tegen:

Citaat 3:

Het hemelsche gerecht heeft zich ten langen leste
Ontferremt over my, en mijn benaeude veste,
En arme burgery; en, op mijn volx gebedt
En dagelijx geschrey, de bange stad ontzet.
(Vondel, 1980)

en stuitte ik op:

Citaat 4:

Het is begonnen met dromen. Ik doolde door grotten, onderaardse gangen, labyrinten van dalende en stijgende kokers, die allen vroeger of later doodlopend bleken of veranderden in spleten, waar ik niet doorheen kon.
(Haasse, 1968)

Toen hield ik maar op met bladeren. Ik had mijn begin gevonden: ik zou gaan schrijven over de beginregels die ik zo, toevallig, gevonden had. En opgewekt zette ik mij aan het werk.

U zult het direct opmerken: wat er tot nu toe in deze introductie staat is een verhaal. Geen 'mooi', 'literair' of 'fictioneel' verhaal, maar wel een verhaal. Hoe weet u dat zo zeker? Wat maakt een tekst nu tot een verhaal? Is het mogelijk, en zinvol, ondanks de evidente, grote verschillen in historische, sociale, culturele achtergrond, in onderwerp en genre, deze teksten allemaal met die ene aanduiding 'verhaal' te lijf te gaan? Wat schieten we daarmee op? Deze leereenheid beoogt, op deze vragen een antwoord te geven.
Daartoe geeft de leereenheid een eerste overzicht van de begrippen die u kunt gebruiken voor de analyse van verhalende teksten. De toepassing van deze begrippen geeft inzicht in de opbouw, de mogelijke betekenissen en de manier waarop deze worden aangeboden, en de mogelijke effecten van een verhaal. U kunt ze daarom eveneens gebruiken wanneer u zelf een verhaal schrijft.
Aan de hand van de vraag wat een tekst herkenbaar maakt als verhalend, worden de elementen waaruit de vertelde geschiedenis wordt opgebouwd, kort besproken. Daaruit worden richtlijnen voor selectie en analyse van die geschiedenis afgeleid. Daarna worden de aspecten besproken, die de specifieke taalsituatie van verhalende teksten uitmaken. De combinatie van het antwoord op de vraag naar wie het woord voert, en wat voor visie op de geschiedenis wordt verteld, vormt de vertelsituatie. Deze komt uitvoeriger aan de orde in leereenheid 3.
Er wordt geen principieel onderscheid gemaakt tussen fictionele en niet-fictionele verhalen; over dit onderscheid gaf leereenheid 1 informatie. Het onderscheid tussen literaire en niet-literaire verhalen is slechts gedeeltelijk afhankelijk van de hier besproken begrippen. Dat onderscheid wordt mede gemaakt door - intuïtief - de kwesties uit leereenheid 1 bij het lezen te betrekken.

Leerdoelen

Na het bestuderen van deze leereenheid dient u

Top


Verdere inhoud van leereenheid 2

Leereenheid 2 bestaat uit

Alle materiaal is te vinden in de files die gedownload kunnen worden (zie bovenaan deze pagina).

Top

© 2017 Open Universiteit | Disclaimer | Contact
» Cultuurwetenschappen
» Informatica
» Natuurwetenschappen
» Onderwijswetenschappen
» www.ou.nl

 

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.