Leereenheid 3: De vertelsituatie

Inhoud

Introductie
Verdere inhoud van leereenheid 3

Te downloaden via de downloadpagina

Leereenheid 3
Oefentekst 2: Maria Dermoût
Oefentekst 3: Willem Brakman
Oefentekst 5: Nel Noordzij
Oefentekst 6: Anna Blaman

Let op: in de PDF-files van de oefenteksten staat een andere nummering dan in de cursus weergegeven. Negeer de nummering die in de PDF-files staat gegeven.


Introductie

Deze leereenheid gaat nader in op de structuur van de verhalende tekst zelf. Het gaat daarbij om de manier, waarop de vertellende stem en het perspectief van waaruit wordt verteld, vorm krijgen in de vertelsituatie die zich voordoet in verhalende teksten.

Het begrip vertelsituatie wordt in deze leereenheid uiteengerafeld. We onderscheiden in de eerste plaats de verteller, waarvan de identiteit en zichtbaarheid, de deelname aan de geschiedenis, en de taal- en vertelhouding relevant zijn. Vervolgens worden de verschillende woordvoerders die verder nog kunnen optreden in een verhalende tekst besproken. Een specifiek probleem is de vermenging van twee woordvoerders die wel met de term 'vrije indirecte rede' wordt aangeduid. Deze vertelvorm wordt wel beschouwd als typisch literair.

In de tweede plaats komt de focalisatie aan bod. Eerst wordt focalisatie besproken als relatie tussen het standpunt of subject van waarneming en datgene dat gepresenteerd wordt. Die relatie heeft grote invloed op de manier waarop we tegen de vertelde wereld aankijken, ofte wel, de betekenis die we aan de geschiedenis hechten. Vervolgens worden verschillende, ingebedde focalisatoren binnen een enkele vertellerstekst besproken, alsmede de effecten van zulke verschijnselen. Dit alles betreft de relatie tussen subject en object, ofwel tussen presentatie en inhoud.

Dwars door deze bespreking heen wordt ook de relatie besproken tussen de subjecten die in de vertelsituatie onderscheiden worden en de tegenhangers daarvan in het leesproces. De vertelhouding van een verteller doet namelijk een beroep op de lezer, een daarbij passende, adequate leeshouding aan te nemen. De lezer kan expliciet worden aangesproken of impliciet gemanipuleerd, tot een bepaalde visie worden overgehaald. Pogingen tot dat overhalen zijn soms in de tekst aan te geven. Deze twee relaties, die tussen subject en object en die tussen subject en toegesprokene of adressaat, vormen samen de vertelsituatie.

Leerdoelen

Na bestuderen van deze leereenheid dient u

Top


Verdere inhoud van leereenheid 3

Leereenheid 3 bestaat uit

Top

© 2017 Open Universiteit | Disclaimer | Contact
» Cultuurwetenschappen
» Informatica
» Natuurwetenschappen
» Onderwijswetenschappen
» www.ou.nl

 

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.