Introductie

De wereld van vandaag lijkt te worden beheerst door processen van globalisering (mondialisering) en europeanisering. Anderzijds zien we, en mede ook in reactie op het voorgaande, een verscherping van culturele tegenstellingen en een onmiskenbare opleving van nationale reflexen, vooral in de zoektocht en vraag naar de betekenis van de eigen identiteit.

Ook de moderne burger leeft en werkt binnen de kaders van een natiestaat. Die natiestaat kan worden beschouwd als een ingewikkelde politieke constructie waarin maatschappelijke voorhoedes(elites), al dan niet in bewuste samenwerking met het merendeel van de bevolking, een zekere politieke en culturele eensgezindheid creŰren, een besef of gevoel van wij Nederlanders, Fransen, Engelsen of Duitsers horen bij elkaar, wij hebben iets gemeenschappelijks dat ons onderscheidt van andere naties of, zo men wil, van de rest van de mensheid. Deze homogeniteit of liever identiteit is niet alleen een voorwaarde voor de groei en totstandkoming van de natie, maar ook voor de instandhouding en toekomst daarvan, met andere woorden een nationale, collectieve identiteit die we kunnen omschrijven als de permanente krachtbron van de natiestaat. Een gemeenschappelijke taal, geschiedenis (het besef van gedeelde lotgevallen) en vaak ook etnische achtergronden vormen, samen met strikt afgebakende grenzen van het nationale grondgebied, veelal de belangrijkste bouwstenen van een gedeelde nationale identiteit. Daarmee immers onderscheiden een volk en een staat zich van andere volkeren en staten met soortgelijke ambities.

Als politieke kracht bepaalt het nationalisme, een meerduidig en hybride begrip dat onder meer verwijst naar de oprichting en instandhouding van natiestaten, sinds het eind van de achttiende eeuw in belangrijke mate de politieke en culturele ontwikkeling van zowel Europese als niet Europese staten en hun onderlinge betrekkingen. Hoewel zich in de afgelopen twee eeuwen soms zeer ingrijpende politieke en maatschappelijke veranderingen voltrokken, duurt deze situatie tot op heden onveranderlijk voort. Het nationalisme is wel eens als een kameleontisch verschijnsel omschreven dat zich gemakkelijk aan steeds weer veranderende omstandigheden aanpast.

Na de Tweede Wereldoorlog is door velen gedacht dat het nationalisme definitief voorbij was, een spook uit het verleden dat in zijn verbinding met het fascisme tijdens de laatste grote oorlog tot zulke desastreuze gevolgen had geleid. De Koude Oorlog creŰerde mondiaal tal van nieuwe tegenstellingen, tegenstellingen die de grenzen van de afzonderlijke naties en landen ver overschreden. Met het einde van die Koude Oorlog, de val van het IJzeren Gordijn, het ineenstorten van de voormalige Sovjet-Unie, de diverse afscheidingsbewegingen in Oost-Europa en op de Balkan blijkt het nationalisme ineens weer springlevend te zijn. Met al deze processen van desintegratie en hernieuwde integratie ontstonden tal van nieuwe staten zoals de Baltische staten, Oekra´ne, TsjechiŰ en Slowakije, SloveniŰ, KroatiŰ en ServiŰ. De hereniging van de beide Duitslanden mag in dit verband uiteraard niet onvermeld blijven.

Echter, ook in de oude en gevestigde staten in het Westen, en niet in het minst in West-Europa, manifesteren zich de laatste jaren tal van nationale en nationalistische reflexen. Hoe moeten deze worden geduid? Als een antwoord op de sterk groeiende globalisering? Is het een reactie op de vrees voor de groeiende macht van de vermeende 'superstaat' Europa die Nederlanders en Fransen in 2005 bewogen tot afwijzing van een Europese 'grondwet', een reactie op de vrees voor het verlies van de nationale identiteit of soevereiniteit?

Historici houden zich in het algemeen niet bezig met voorspellingen. Maar de verwachting dat dergelijke nationale gevoelens en 'sentimenten' ook in de nabije toekomst de ontwikkeling van Europa en andere werelddelen in belangrijke mate mede zullen blijven bestemmen, lijkt niet al te gewaagd.

Wanneer u ge´nteresseerd bent in de moderne en eigentijdse Europese en wereldgeschiedenis is kennis van en inzicht in de historische ontwikkeling van het pluriforme fenomeen nationalisme noodzakelijk. De faculteit Cultuurwetenschappen biedt u deze mogelijkheid met de door haar ontwikkelde cursussen Veranderende grenzen. Nationalisme in Europa 1815-1919 en Veranderende grenzen. Nationalisme in Europa 1919-1989. Beide cursussen, geschreven door een keur van Nederlandse specialisten onder eindredactie van prof. dr. L.H.M. Wessels en dr. A. Bosch, beiden verbonden aan de faculteit Cultuurwetenschappen, bieden u een grondige en uitgebreide kennismaking aan met de boeiende ontwikkeling van het nationalisme in al zijn facetten tegen de achtergrond en in de context van de moderne Europese en wereldgeschiedenis. Deze gratis OpenER cursus vormt een uitstekende opstap naar beide cursussen.

Deze OpenERcursus bestaat feitelijk uit drie delen, die elk weer twee leereenheden omvatten. Bij wijze van eerste inhoudelijke kennismaking worden in deze cursus in een tweetal inleidende beschouwingen in vogelvlucht, en mede aan de hand van het nodige kaartmateriaal, de historische ontwikkelingen van en rond het nationalisme geschetst, respectievelijk in de negentiende en twintigste eeuw (leereenheid 1 en 2).
Daarna wordt in de leereenheden 3 en 4 nader gereflecteerd op de aard en ontwikkeling van het denken over natie en natievorming vanuit theoretisch-wetenschappelijk, intellectueel en cultuurhistorisch perspectief.
Deze cursus wordt afgesloten met enige opdrachten en opgaven (leereenheid 5 en 6) die op deze wijze tegelijk een terugkoppeling bieden op de stof van de voorafgaande leereenheden.

© 2017 Open Universiteit | Disclaimer | Contact
Cultuurwetenschappen
Informatica
Natuurwetenschappen
Onderwijswetenschappen
www.ou.nl

 

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.