Middelnederlandse letterkunde als literair erfgoed

De verankering in de huidige tijd (3)

Voorbeeld 3

Van Oostrom last met enige regelmaat grappige passages in die beogen een verband tussen het verleden en het heden te leggen. Hierboven kwam al de teleurstelling van W.P. Gerritsen bij het lezen van de Brandaan ter sprake, maar er is meer. In het hoofdstuk "Wereld in losse woorden", het is veelvuldig door de recensenten gesignaleerd (en positief gewaardeerd), is er veel belangstelling voor de taal.

In de periode die Stemmen op schrift beslaat, zien we het Nederlands als cultuurtaal als het ware "opkomen", een cultuurwetenschappelijke ontwikkeling van de eerste orde. Van Oostrom begint hoofdstuk 1 met een uitleg van de talige situatie van die periode en in dit verband komt hij ook te spreken over het Oudnederlands (d.i. het Nederlands van vr 1200; van 1200 tot 1500 spreekt men van Middelnederlands).

Via de studie van dit Oudnederlands ("Het allervroegste Nederlands is inderdaad omvangrijk en complex genoeg om specialisten levenslang bezig te houden, en de 'oudneerlandistiek' heeft inmiddels haar eigen congressen", p. 26) wordt verder het volgende grapje gemaakt, typisch bedoeld om de aandacht van de hedendaagse (niet-specialistische) lezer te vangen en te behouden: "Ging het in de letteren zoals in de geneeskunde, dan waren voor het Oudnederlands allang bijzondere leerstoelen ingesteld" (p. 26).

© 2017 Open Universiteit | Disclaimer | Contact
Cultuurwetenschappen
Informatica
Natuurwetenschappen
Onderwijswetenschappen
www.ou.nl

 

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.