Leereenheid 6: Informatieoverdracht en signalen

In deze leereenheid staan twee onderwerpen centraal, te weten:
  • de stappen die doorlopen worden bij het overdragen van informatie;
  • signalen

In de eerste paragraaf bespreken we de stappen die algemeen doorlopen worden tijdens het overdragen van informatie: ze worden doorlopen bij het sturen van een brief, maar ook als u dezelfde informatie telefonisch of via e-mail overdraagt. Tevens geven we aan door welke functionele delen van het communicatiemodel (bron, zender, kanaal, ontvanger en bestemming) elk van de stappen wordt uitgevoerd.

Zo wordt bij het versturen van een brief gebruikgemaakt van een fysiek object, het briefpapier in een envelop, als drager van informatie. De huidige communicatietechnologie is zo succesvol omdat onder andere gebruik wordt gemaakt van dragers van informatie die niet meer direct fysiek herkenbaar zijn met onze zintuigen zoals bij een brief wel het geval is. Ook het communicatieproces is bij communicatietechnologie minder herkenbaar maar in deze leereenheid richten wij ons in de eerste plaats op de dragers. We spreken in dit geval van signalen. In de rest van deze leereenheid gaan we in op wat signalen zijn, welke vormen deze kunnen aannemen, hoe we deze kunnen beschrijven en hoe informatie in een signaal kan worden ondergebracht.

Leerdoelen

Na het bestuderen van deze leereenheid wordt verwacht dat u:

  • kunt uitleggen welke stappen algemeen doorlopen worden om informatie van een bron naar een bestemming over te dragen;
  • de begrippen communicatie, informatie en signaal kunt omschrijven;
  • kunt uitleggen waarmee signalen van het ene naar het andere fysische domein kunnen worden overgeheveld;
  • kunt uitleggen op welke wijze informatie in een signaal is ondergebracht;
  • kunt aangeven welke continue en discrete signalen er zijn;
  • het verschil kunt aangeven tussen trillingen en golven en deze beide kunt karakteriseren;
  • kunt werken met de begrippen uitwijking, amplitude, fase, golflengte, faseverschil en sinus;
  • het verschil kunt uitleggen tussen een digitaal, binair en discreet signaal.

Animaties

In paragraaf 3.1 (Continue signalen) worden de begrippen "trilling", "golf" en "sinus" uitgelegd. Ter verduidelijking zijn een tweetal animaties gemaakt. Bij elke animatie is een experiment beschreven inclusief toelichting. Ook zijn hier twee animaties beschikbaar die de amplitude- en frequentiemodulatie, die kort genoemd worden in paragraaf 3.2, inzichtelijk proberen te maken. De animaties zijn niet meer te benaderen.

Binaire getallen

In paragraaf 3.2 en in de rest van blok 2 wordt regelmatig gesproken over binaire getallen en over het omzetten van decimale naar binaire getallen en omgekeerd. Wanneer u onbekend bent met deze materie, kunt u de bijlage "Het decimale en binaire talstelsel" bij deze leereenheid bestuderen.

De verwachte studielast voor deze leereenheid bedraagt 6 uur.

Begrippen

In deze leereenheid komen de volgende begrippen aan bod:

Amplitude
Analoog signaal
Bemonsteren
Bestemming
Binair
Bit
Bron
Broncodering
Byte
Coderen
Communicatie
Communicatiefase
Continu
Digitaal signaal
Discreet
Duplex
Equidistant
Fase
Faseverschil
Fourierreeks
Frequentie
Gegeven
Golf
Golfsnelheid
Half duplex
Informatie
Kanaalcodering
Manchestercodering
Medium
Moduleren
Ontvanger
Periodiek signaal
Signaal
Signaalelement
Simplex
Simplexverkeer
Teken
Tekenvoorraad
Trilling
Trillingstijd
Zender