Bachelor Algemene cultuurwetenschappen
Cultuurwetenschappen | 180 EC | 2016-2017
Code BCW
Deze opleiding bestaat uit vier disciplines: cultuurgeschiedenis, kunstgeschiedenis, filosofie en letterkunde. U leert om cultuuruitingen te analyseren, te interpreteren en in een breder perspectief te plaatsen. Daarnaast krijgt u inzicht in de diverse onderzoeksmethoden en -technieken. Zo ontwikkelt u zich tot een expert die de ‘taal van de cultuur’ beheerst en in staat is om het geleerde op professionele wijze toe te passen in uw werkveld. Met uw diploma kunt u straks aan de slag in culturele en maatschappelijke organisaties, diverse staf- en beleidsfuncties bij de overheid, of in het onderwijs, de journalistiek of voorlichting.

Algemeen

Introductie

De opleiding is gedeeltelijk vernieuwd en bestaat nu uit cursussen met een vast of variabel startmoment. Kijk voordat u een studieplanning maakt in het Jaarrooster bachelor Algemene cultuurwetenschappen wanneer een cursus van start gaat en wanneer de begeleiding is ingeroosterd.

De bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen kent vier constituerende disciplines: cultuurgeschiedenis, kunstgeschiedenis, filosofie en letterkunde. Met uw diploma kunt u aan de slag in staf- en beleidsfuncties bij overheid, culturele- en maatschappelijke organisaties, of in het onderwijs, de journalistiek of voorlichting.

Beschrijving

De opleiding wordt aangeboden in drie varianten: 
1. De reguliere variant: u kiest voor het meeste brede aanbod van cultuurcursussen. 
2. De vrije of open variant: u combineert cultuurwetenschappen met onderdelen van andere, niet-verwante opleidingen, bijvoorbeeld omdat u een beleidsfunctie ambieert in een culturele instelling. 
3. De educatieve variant: u ambieert een tweedegraads bevoegdheid Geschiedenis of Nederlands in het voorgezet onderwijs. 

De bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen start met de Oriëntatiecursus cultuurwetenschappen waarin u kennis maakt met de cultuurwetenschappelijke benadering. Daarna volgen inleidingen in de disciplines cultuurgeschiedenis, kunstgeschiedenis, letterkunde en filosofie, waarin ook cultuurwetenschappelijke vaardigheden aan bod komen. De propedeuse wordt afgesloten met een interdisciplinaire cursus, waarin de verbanden tussen de vier disciplines van cultuurwetenschappen nogmaals centraal staan. 
Aan het eind van de propedeuse (60 EC) moet u een keuze maken tussen de drie varianten waarin het vervolg van de bacheloropleiding, de postpropedeuse, wordt aangeboden. 
Kiest u voor de reguliere variant, dan kiest u voor het meest brede aanbod van cursussen van Cultuurwetenschappen. In de postpropedeuse kiest u één discipline als verdiepingsvak. Daarin schrijft u ook uw bachelorscriptie. De andere drie disciplines van CW bestudeert u om uw kennis en inzicht van het verdiepingsvak in te bedden in de cultuurwetenschappen (blok ‘verbreding’). Daartoe dient ook het verplichte blok ‘integratie’ waarbinnen u interdisciplinaire cursussen bestudeert.  U komt in uw opleiding in aanraking met een zeer breed scala van cultuuruitingen. In de loop van de opleiding raakt u optimaal geëquipeerd om verbanden tussen de verschillende vormen van cultuur te leggen en deze in hun cultuurhistorische context te plaatsen. 
De reguliere variant van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen is als volgt opgebouwd: 
1. De propedeuse (60 EC). Deze verschilt niet van de andere varianten. 
2. Het blok ‘verdieping’ (30 EC) + de bachelorscriptie (15 EC);  
3. Het blok ‘verbreding’ (25 EC) voor de andere drie CW-disciplines; 4. Het blok ‘integratie’(20 EC);
5. De vrije ruimte (30 EC), die u mag invullen naar eigen inzicht met minoren, andere vakken en ‘overgebleven’ cursussen van CW.
 
Als u kiest voor het opnemen van een educatieve minor in uw bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen, hebt u belangstelling voor het behalen van een tweedegraads bevoegdheid in de schoolvakken Geschiedenis of Nederlands. Daarmee legt u ook de inhoud van het postpropedeutisch deel van de bachelor voor een belangrijk deel vast. U dient zich immers de nodige inhoudelijke kennis van het vakgebied eigen te maken. 
De educatieve variant van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen is als volgt opgebouwd: 
1. De propedeuse (60 EC). Deze verschilt niet van de andere varianten. 
2. Het verplicht inhoudelijk blok (‘verdieping’) van cursussen waarvoor de educatieve minor wordt behaald (ca. 45 EC). In het vak waarin u uw educatieve minor wenst te halen, schrijft u ook uw bachelorscriptie (15 EC). Kiest u voor een educatieve minor voor het schoolvak Geschiedenis, dan zijn vrijwel alle cursussen van de discipline cultuurgeschiedenis verplicht. Ligt uw voorkeur bij een educatieve minor voor het schoolvak Nederlands, dan zijn alle cursussen van de discipline letterkunde (incl. taalkunde en taalbeheersing) verplicht.  
4. De educatieve minor (30,1 EC). Deze is uiteraard verplicht. Drie cursussen kunnen gekenschetst worden als ‘algemene didactiek’, ‘pedagogiek’ en ‘onderwijswetenschappen’. Ze zijn voor de schoolvakken Geschiedenis en Nederlands gelijk. De andere vier betreffen een cursus vakdidactiek en de vakdidactische stage op een middelbare school van 12,9 EC. De cursussen van de educatieve minor worden ondergebracht in de vrije ruimte, die daardoor bij deze variant vervalt. 
5. Een blok ‘verbreding’ van 30 EC. Uit het aanbod van cursussen van de andere CW-disciplines maakt u een keuze. In de open (vrije) variant van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen combineert u cultuurwetenschappen met studieonderdelen van één of meer andere, inhoudelijk niet-verwante opleidingen. Die laatste brengt u onder in een zogenaamd ‘verbredingpakket’ van ca. 45  EC. U kunt het verbredingpakket nog uitbreiden met de 15 EC van de vrije ruimte. 
Zo’n combinatie van vakken kan interessant zijn, als u bijvoorbeeld een beleids- of managementfunctie bij een culturele instelling ambieert. U kunt dan het CW-programma van de bachelor combineren met een verbredingpakket uit de opleidingen Management- en Rechtswetenschappen. We noemen dat de Beleidsvariant. 
De open bachelor is ook bedoeld voor studenten die ‘in een vorig studieleven’ al een (gedeeltelijke) academische opleiding hebben gevolgd. Deze studenten kunnen in het verbredingpakket (eventueel plus een deel van de vrije ruimte) eerder behaalde studiepunten inbrengen. Voorwaarde hiervoor is, dat de behaalde vakken een eenheid vormen en dat het om onderwijs van academisch niveau gaat. 
Wanneer u de open variant van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen wenst te volgen, dient u een gemotiveerd verzoek daartoe in te dienen bij de Commissie voor de Examens (CvE). De Commissie Vrijstelling en Toelating Cultuurwetenschappen adviseert de CvE inzake de te nemen beslissing. 
Zie ook de regeling. 
De open variant van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen bestaat uit een ‘facultair programma’ of ‘gebonden programma’ van minimaal 115 en maximaal 122 studiepunten , een ‘verbredingpakket’ van minimaal 43 EC en de vrije ruimte De open bachelor is als volgt opgebouwd: 
1. De propedeuse (60 EC). Deze verschilt niet van de andere varianten. 
2. Een gebondenkeuzeblok van circa 30 EC. Uit het aanbod van cursussen dient u 30 EC te kiezen uit 2 van de 4 CW-disciplines. De ‘algemene CW-cursussen’ kunt u uiteraard ook opnemen. 
3. Het verbredingpakket van circa 45 EC, gevuld met elders behaald onderwijs. U mag het verbredingpakket uitbreiden met 15  van de vrije ruimte tot circa 60 EC. 
4. Een vrije ruimte van 30 EC; maximaal 15 EC hiervan mag u gebruiken ter uitbreiding van het verbredingspakket. . 
5. Het afstudeertraject, het Onderzoekspracticum bachelorscriptie (12,9 EC, in de toekomst 15 EC).

Competenties

De eindtermen van de Bachelor Algemene cultuurwetenschappen zijn:
Kennis en inzicht
1. U heeft aantoonbaar kennis van en inzicht in een breed spectrum van de Algemene cultuurwetenschappen. Daarnaast heeft u kennis van en inzicht in enkele specialistische vakonderdelen.
2. U heeft aantoonbare kennis van en inzicht in de wetenschapsfilosofische achtergronden van cultuurwetenschappelijk onderzoek.
3. U heeft kennisgemaakt met het begrippenapparaat en de belangrijkste onderzoeksmethoden en -technieken binnen het cultuurwetenschappelijk onderzoek.

Toepassen van kennis en inzicht
1. U bent in staat om de door u verworven kennis en inzicht op dusdanige wijze toe te passen, dat dit getuigt van een professionele benadering van de aan de opleiding gerelateerde werkvelden/beroepen.
2. U beschikt over de competentie om problemen op het vakgebied van de opleiding helder uiteen te zetten en, voor zover van toepassing, op te lossen. Hiertoe beschikt u over de volgende vaardigheden: het zelfstandig vergaren, verwerken, analyseren, interpreteren en contextualiseren van zowel secundaire literatuur en primaire bronnen.

Oordeelsvorming
1. U bent in staat om op het vakgebied van de opleiding relevante gegevens te verzamelen en te interpreteren met als doel een eigen oordeel te vormen dat is gebaseerd op een afweging van zowel de wetenschappelijke als de – voor zover van toepassing – sociaal-maatschappelijke en/of ethische aspecten.
2. U bent in staat om publicaties op het vakgebied van de opleiding die zijn opgesteld in het Nederlands of het Engels, correct te interpreteren en in uw oordeelsvorming te betrekken.

Communicatie
1. U bent in staat om zowel mondeling als schriftelijk informatie, ideeën en oplossingen over te brengen op verschillende publieken, waaronder (aankomende) specialisten op het vakgebied van de
opleiding maar ook geïnteresseerde leken.

Leervaardigheden
1. U bezit de leer- en planningsvaardigheden die noodzakelijk zijn om een vervolgstudie succesvol af te ronden.
2. U bezit de leervaardigheden die noodzakelijk zijn om u zelfstandig te verdiepen in nieuwe onderwerpen en problemen waarmee u in de sfeer van werk en/of beroep wordt geconfronteerd.

Titel

Bachelor of Arts (BA).
Deze titel is internationaal erkend.

Diploma

Getuigschrift bachelor.

Studieduur

Indicatie bij een studietempo van 30 EC (840 studie-uren) per jaar van 44 weken (19 uur per week) en zonder vrijstelling:
propedeuse 2 jaar
postpropedeuse 4 jaar.

Indicatie bij een studietempo van 15 EC (420 studie-uren) per jaar van 44 weken (10 uur per week) en zonder vrijstelling:
propedeuse 4 jaar
postpropedeuse 8 jaar.

Raadpleeg ook het Temposchema bachelor Cultuurwetenschappen.

Bedoeld voor

Iedereen die academische belangstelling heeft voor de cultuurwetenschappen.

Aanmelden

Toelichting inschrijving

Bij een bacheloropleiding schrijft u per cursus in.

Vrijstelling

Heeft u in het verleden een wo- of hbo-opleiding afgerond, dan komt u in aanmerking voor vrijstelling. Lees meer....

Toelating

18 jaar of ouder.

Startmoment

U start bij voorkeur met de Oriëntatiecursus cultuurwetenschappen. Deze cursus start op 1 september of 1 februari. Starten met andere cursussen uit de propedeuse is mogelijk, maar wordt niet aangeraden.

Prijsinformatie

U betaalt collegegeld OU op basis van het aantal afgenomen studiepunten (EC). Voor iedere cursus geldt dat studiebegeleiding, een tentamen en twee herkansingen zijn inbegrepen.
De Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) maakt onderscheid tussen wettelijk en instellingscollegegeld. Dit is afhankelijk van uw nationaliteit en studieverleden. 
Lees meer informatie over kosten, kortingsregeling (KCOU) en fiscale aftrekbaarheid.

Begeleiding

Begeleidingsvorm

De opleiding is gedeeltelijk vernieuwd en bestaat nu uit cursussen met een vast of variabel startmoment. Kijk voordat u een studieplanning maakt in het Jaarrooster bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen wanneer een cursus van start gaat en wanneer de begeleiding is ingeroosterd.

Standaardbegeleiding (telefonisch of e-mail), elektronische begeleiding via de digitale leeromgevinge. Afhankelijk van de cursus ook groepsbijeenkomsten en landelijke studiedagen.
Lees meer op de betreffende cursussites.

Samenstelling

Toelichting samenstelling

De bacheloropleiding bestaat uit 180 EC verdeeld over twee fasen:
propedeuse (60 EC)
postpropedeuse (120 EC).

Samenstelling

CB0004 Oriëntatiecursus cultuurwetenschappen
CB0702 Inleiding kunstgeschiedenis 1: de kunst van het kijken
CB0802 Inleiding kunstgeschiedenis 2: Historisch overzicht
CB0404 Inleiding letterkunde
CB0502 Inleiding cultuurgeschiedenis 1: Europa in het ancien regime (1450-1800)
CB0602 Inleiding cultuurgeschiedenis 2: De Nederlandse republiek (1500-1800)
CB0204 Inleiding filosofie
CB0002 Academisch schrijven
C19111 Kijken naar Amerika. Twintigste-eeuwse Amerikaanse cultuur in de VS en in Nederland
C1911Z Kijken naar Amerika. Twintigste-eeuwse Amerikaanse cultuur in de VS en in Nederland. Aanvulling
C51211 Schrijfpracticum 2: academisch schrijven
C49211 Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 2
C18311 Onderzoek en analyse I
C19311 Onderzoek en analyse II
C21211 Cultuurgeschiedenis van de Oudheid
C06211 Cultuurgeschiedenis van de middeleeuwen
C13221 Sociaal-economische geschiedenis
C10222 Nederland in de 19e en 20e eeuw
C39211 Historiografie. Geschiedschrijving in de Nederlanden van Renaissance tot heden
C48331 Lieux de mémoire
C36321 Modernisering: Nederland en Vlaanderen 1948-1973
CB0902 Zomerschool cultuurgeschiedenis
C14211 Rembrandt in perspectief
CB0402 Kabinetten, galerijen en musea
C08321 Stedenbouw. De vroegmoderne stad in de Nederlanden
C17311 Oudnederlandse schilderkunst
C20311 Modern Art. Facts and Views
C17211 De Italiaanse renaissance 1300-1600
CB0504 Zomerschool Florence
C02211 Literatuurwetenschap
C33211 Culturele dialoog: lezen en schrijven tussen twee culturen
CB0102 Wereldliteratuur
C08211 Bewerkte boeken
CB0202 Fonologie, morfologie, spelling
CB0302 Externe taalgeschiedenis, met speciale aandacht voor het Nederlands
C24212 Taalbeheersing van het Nederlands
C16211 Schoolgrammatica
C59331 Zomerschool letterkunde
C07211 Analytische filosofie
C23221 Ethiek
C52211 Argumentatieleer
C21311 Denken over cultuur
C60321 Zomerschool filosofie
C53211 Het cultuurwetenschappelijk debat
C54211 Cultuurwetenschappelijke seminars
C18211 Cultureel Erfgoed
C56312 Zomerschool Roma Caput Mundi
C80212 Stage cultuurwetenschappen
C32232 Cultuurfilosofie vanuit levensbeschouwelijke perspectieven
C27231 Bewegend beeld
C35211 Leraarschap en didactiek
C46321 Kennis van leren en onderwijzen
C47221 Kennis van de leerling
C30211 Vakdidactiek Geschiedenis
C31211 Vakdidactiek Nederlands
C62313 Vakdidactische stage Geschiedenis
C63313 Vakdidactische stage Nederlands
C42333 Onderzoekspracticum bachelorscriptie
 

Tentaminering

De tentamens verschillen per cursus. Er zijn multiple-choice tentamens, tentamens met open vragen, open-boektentamens, opdrachten, schriftelijke werkstukken en mondelinge presentaties.

Meer info

Contactpersonen

Mw. Leonie Boon-Daalmeijer MA (ldm@ou.nl).