Schrijven is een proces
Tijdens je studie aan de Open Universiteit zul je behoorlijk wat schrijven: werkstukken, opdrachten, verslagen en natuurlijk de scriptie. Een goede tekst moet aan een aantal eisen voldoen. Zo moet de boodschap duidelijk overkomen, mogen er geen taalfouten in staan en moet deze zo objectief mogelijk zijn. Schrijven kun je zien als een proces met een aantal stappen. In het filmpje geeft Lieke je wat tips en trucs die je op weg helpen. Als docente bij de OU weet zij uit ervaring waar je allemaal tegenaan kunt lopen.

Beter leren schrijven

Als we in de academische wereld spreken van teksten dan bedoelen we een paper/werkstuk, verslag of scriptie, proefschrift of een webpagina.
De samenstelling van deze schriftelijke of elektronische werkstukken kan variëren en is afhankelijk van het vak waarvoor de teksten geschreven worden en welke docent de eisen stelt. Schrijven kun je leren en als je je aan de richtlijnen houdt, zullen je teksten er professioneler uitzien.

Video Academisch schrijven

Schrijfstijlen

Er zijn gemeenschappelijke kenmerken waaraan de teksten moeten voldoen. Deze standaards zijn in de jaren 1990 ontwikkeld en worden steeds meer als normen gehanteerd. Ze schrijven voor hoe de opbouw van een artikel moet zijn, hoe er geciteerd mag worden, welke eisen er gesteld worden aan interpunctie, lengte etc. Een ruwe indeling in de voorgeschreven stijlen resulteert in drie gangbare stijlen:
De APA-stijl (American Psychological Association)
Chicagostijl (Chicago Manual of Style)
MLA-stijl (Amerikaanse Modern Language Association)

De APA-stijl

Bij de faculteit Psychologie en andere disciplines die sterk op de sociale wetenschappen georiënteerd zijn, wordt de ‘APA-stijl’ gehanteerd, ontwikkeld door de American Psychological Association.
In deze stijl wordt uitgegaan van een lijst met aangehaalde werken aan het eind van de tekst.
In de tekst zelf wordt bij citaten en parafrases naar items uit de lijst met geraadpleegde werken verwezen door middel van vermelding van de auteur(s), het jaar van publicatie en bij citaten ook altijd het paginanummer. Verwijzingen naar auteur(s) en jaar van publicatie staan veelal tussen ronde haakjes, maar kunnen ook in lopende tekst worden verwerkt.

Voor parafrases waarin de auteur van de brontekst in de lopende tekst wordt genoemd, wordt altijd de verleden tijd of het perfectum gebruikt.  
Bij vermelding van het paginanummer wordt altijd 'p.' voor het paginanummer genoteerd.
Als binnen één tekst meermalen naar eenzelfde bron wordt verwezen, volstaat aanduiding van het jaartal bij de eerste vermelding.

De Chicago-stijl

De stijl die wordt voorgeschreven door de klassieke ‘Chicago Manual of Style’ is tamelijk gangbaar in de filosofie en in algemene werken. Kenmerkend voor deze stijl is het verwijzen naar bronnen met behulp van voet- of eindnoten (onderaan de pagina, resp. aan het eind van de tekst), eventueel in combinatie met een lijst van geraadpleegde werken aan het eind van de tekst.
Voet- of eindnoten kunnen verschillende functies vervullen Bibliografische noten verwijzen naar bronnen voor geciteerde of geparafraseerde passages.
Explicatieve (of informatieve) noten bevatten extra inhoudelijke informatie die belangrijk genoeg is om te vermelden maar die het verloop van de eigenlijke tekst in de weg staan

De MLA-stijl

Literatuurwetenschappers en taalkundigen hanteren de ‘Humanities Style’, die ontwikkeld is door de Amerikaanse Modern Language Association (MLA), kortweg de MLA-stijl. De basis van deze stijl is de lijst van de aangehaalde werken die aan het eind van de publicatie wordt opgenomen.

 

Schrijven voor het web

Webteksten zijn anders dan teksten op papier. Op het web wordt vooral gescand en ‘gezapt’. Dat stelt andere eisen aan het schrijven. Pakkend en beknopt schrijven is belangrijk. Praktische schrijftips:
  • Produceer geen lange lappen tekst.
  • Maak korte alinea’s.
  • Kies 1 idee of thema per alinea.
  • Begin met je conclusie.
  • Zet informatieve kernbegrippen vooraan in de kop of in de alinea.
  • Gebruik puntsgewijze opsommingen.
  • Vermijd verwijswoorden als 'bovenstaand' en 'hierna'.
  • Woorden in hoofdletters lezen wat lastiger, gebruik dit selectief.
  • Maak teksten scanbaar, dus:
  • Maak belangrijke woorden (vet, cursief, kleur);
  • Werk met kopjes en tussenkopjes, dit zijn ‘instapplaatsen’ voor de lezer;
  • Laat de eerste zin van alinea’s niet inspringen, dat bemoeilijkt het scannen.

Werkbaarheid van webpagina’s:

Inventariseer welke randvoorwaarden de techniek stelt (internet en intranet).Hou bestanden zo klein mogelijk, zodat ze snel downloaden. Controleer spelling en grammatica, of laat dat doen. Test hoe je lettertype overkomt, zowel op een Mac als op een PC. Gebruik geen te grote contrasten, b.v. witte letter tegen zwarte achtergrond. Kies liever een lichtgrijze letter tegen een zwarte achtergrond, dat is prettiger voor de ogen. Ontwerp een macrostructuur, en de structuur per pagina. Maak de tekst.