null De Nederlandse Opstand: een 'grote vergissing'?

CW_NederlandseOpstand_head_large.jpg
De Nederlandse Opstand: een 'grote vergissing'?
Webcolumn Cultuurwetenschappen - door Martijn van der Burg - september 2018

Het blijft merkwaardig: in de jaren 1560 breekt in de Nederlanden, een verre uithoek van het grote Habsburgse rijk, een opstand uit tegen de machtigste vorst van die tijd, koning Filips II van Spanje. Het machtsverschil is enorm: enerzijds het uitgestrekte 'rijk waar de zon nooit ondergaat' en anderzijds een gelegenheidscoalitie van onwillige edellieden, steden en gewesten. Geheel tegen de verwachtingen in weten de Staten-Generaal met succes verzet te bieden aan de koning. De opstandige Noordelijke Nederlanden worden een Republiek, die vervolgens zou uitgroeien tot een van de machtigste landen van Europa. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de Nederlandse Opstand en de daaropvolgende Republiek der Zeven Verenigde Provinciën (1588-1795) een unieke plaats innemen in de Nederlandse geschiedschrijving.

Vergissingen

Hoe kon de Opstand slagen? De historici Jan en Annie Romein hebben wel gesteld dat de Nederlandse Republiek eigenlijk het resultaat was van 'een reeks vergissingen'. Om te beginnen was de stichting van de Republiek voor tijdgenoten geen vooropgezet plan. Nadat een groep gewesten en steden in 1581 de Spaanse koning van zijn soevereine rechten vervallen had verklaard, werd pas in 1588 bij gebrek aan een competent alternatief staatshoofd besloten dat voortaan de soevereiniteit in de Noordelijke Nederlanden niet langer bij een vorst lag maar bij de afzonderlijke gewesten die samenkwamen in de Staten-Generaal.

Feitelijk hebben nog veel meer vergissingen een bepaalde rol gespeeld in het verloop van de Opstand. Om te beginnen had de Spaanse koning niet in de gaten dat zijn centralistische plannen om zijn macht te laten gelden juist leidden tot meer verzet in de Nederlanden. Ook de adel vergiste zich. De adel hoopte door in opstand te komen losser te komen staan van de koning – geen inmenging van bovenaf. Maar zij konden niet voorzien dat de opstand zou leiden tot meer macht voor de burgers en kooplieden. De adel speelde hooguit in de landprovincies van de Republiek nog een rol van betekenis.

Zelfs de 'Vader des vaderlands' beging een vergissing. Willem van Oranje was als Duitse prins een bijna feodale heer geweest. Hij speelde een hoofdrol in een opstand, maar dat die opstand juist zou leiden tot een republikeinse staat waarin zijn nakomelingen weinig vrijheid kregen had hij niet kunnen bevroeden. De Oranjes waren als stadhouders gebonden aan de Provinciale Staten en de Staten-Generaal (al zou menig stadhouder de confrontatie kiezen). En vergeet niet dat Willem van Oranje zijn carrière was begonnen als een van de rijkste edelen van zijn tijd, maar eindigde als een van de armste.

Nieuw staatsverband

Om een laatste tegenstrijdigheid te noemen: de provincies waren in opstand gekomen om de eigen autonomie te beschermen. Maar de Opstand leidde tot een nieuw staatsverband waarbinnen alle gewesten juist nauw moesten samenwerken, of op zijn minst rekening met elkaar moesten houden. De discussie over de grenzen van de provinciale macht zouden nog meer dan tweehonderd jaar bepalend zijn in het Nederlandse politieke debat. Pas de revolutionaire grondwet van 1798 legde de macht definitief in Den Haag.

Toch bleken het voor velen gelukkige vergissingen te zijn geweest. Om Jan en Annie Romein nog eens te citeren: 'Het wonderbaarlijkste van alles was, dat, nog geen derde eeuw later hier in Nederland iets gans nieuws geboren werd – uit de zucht het oude te behouden.' Toegegeven, de interpretatie van het echtpaar Romein is sterk gedateerd, maar Jan en Annie Romein verwoorden treffend de paradoxen van de Republiek. De Opstand, die was begonnen om alles zoveel mogelijk bij het oude te laten, leidde tot een geheel nieuwe staat die binnen enkele tientallen jaren internationaal een dominante rol zou gaan spelen. De Noordelijke Nederlanden kenden een ongekende economische groei en een bloeiperiode van de 'Ware Vrijheid'. Niet voor niets staat dit tijdvak wereldwijd bekend als de Gouden Eeuw, in verband waarmee steevast namen als die van Rembrandt, Vondel, De Ruyter en Huygens genoemd worden.

Bloei

Historici buigen zich al generaties over de vraag waarom de Republiek gedurende de Opstand zo’n bloei kon doormaken. Sommigen benadrukken de moderniteit van de nieuwe staat, anderen wijzen juist op continuïteit met de periode vóór de Opstand. Er zijn vele interpretaties mogelijk. De historicus Maarten Prak heeft betoogd dat er een soort 'gouden succesformule' is geweest. Er was eigenlijk sprake van een unieke chemische reactie: wisselwerking tussen samenwerkende stedelijke gemeenschappen, in combinatie met culturele groei en internationale economische ontplooiing.

Complexe staatsinrichting

Dat gezegd hebbende, niet iedereen deelde in de voorspoed en vrijheid: in de Republiek waren katholieken tweederangs burger en het aantal inwoners dat in armoede leefde was enorm. De omstandigheden hadden bovendien geleid tot een complexe staatsinrichting. Wat bedoeld was als een confederatie met evenredige macht voor alle gewesten, werd al snel een gecompliceerd geheel van machtsverhoudingen waarbij vele partijen van elkaar afhankelijk waren en trachtten te domineren. Ondertussen spreidde de Republiek een flinke expansiedrift tentoon, om in de achttiende eeuw te worden voorbijgestreefd door buurlanden. Uiteindelijk bleek de 'chemische reactie' uitgewerkt.

Cursus cultuurgeschiedenis

Wilt u meer te weten komen over de geschiedschrijving over de Nederlandse Republiek, over de meest recente inzichten in historisch onderzoek, en zelf aan de slag gaan met originele bronnen uit de vroegmoderne tijd? De cursus 'Inleiding cultuurgeschiedenis 2: De Nederlandse Republiek (1500-1800)' van de Open Universiteit beoogt de vele gezichten van de Republiek te laten zien aan de hand van overkoepelende thema's als maatschappij, economie, politiek, religie en kunst. Naast het standaardbeeld, dat bepaald is (en wordt) door grote namen, besteedt 'De Nederlandse Republiek' aandacht aan andersdenkenden, vrouwen, armen, migranten en slaven. Zij hebben net zozeer bijgedragen aan de illustere Republiek. De combinatie van literatuur en bronnen maakt deze cursus tot een fascinerende introductie op de Gouden Eeuw.

Martijn van der Burg, universitair Hoofddocent, onder andere gespecialiseerd in de geschiedenis van staatsvorming en nationaal denken.



Meer columns