Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
RW_Webcolumn_AnkaErnes_15668_head_large.jpg
Bestellen, bezorgen, eten
Webcolumn Rechtswetenschappen - door Anka Ernes - 27 maart 2019

Arbeidsovereenkomst

In 2019 is het niet nodig elke dag zelf te koken. Zo biedt bijvoorbeeld het bedrijf Deliveroo een maaltijdservice. Het is een digitaal platform, waarop onafhankelijke restaurants worden gekoppeld aan klanten. De maaltijden worden bezorgd door 'riders'.

De rechtbank Amsterdam heeft omtrent de arbeidsrechtelijke status van deze 'riders' vonnissen gewezen, die tegenstrijdig lijken. Op 23 juli 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:5183) oordeelde de kantonrechter dat de overeenkomst die een 'rider' sloot met Deliveroo géén arbeidsovereenkomst was. Op 15 januari 2019 oordeelde de kantonrechter dat de rechtsverhouding tussen de 'riders' en Deliveroo wél is aan te merken als een arbeidsovereenkomst (ECLI:NL:RBAMS:2019:198), die bovendien valt onder de werkingssfeer van de cao (ECLI:NL:RBAMS:2019:210). Hoe zit dat?

Het geding in 2018 betrof een individuele 'rider' die in juni 2016 in dienst trad bij Deliveroo. In november 2017 mailde Deliveroo al haar 'riders' dat er een nieuw betaalmodel zou worden geïmplementeerd, dat de bestaande arbeidsovereenkomsten geldig zouden blijven tot de einddatum en dat de 'rider' ervoor kon kiezen na de einddatum door te gaan als flexibele zelfstandige. Onderhavige 'rider' is voor Deliveroo blijven werken en stelt in het geding dat de overeenkomst een arbeidsovereenkomst is. De kantonrechter beziet de rechtsgevolgen die partijen aan hun verhouding hebben verbonden in hun onderling verband (holistische weging). Hij concludeert dat in de overeenkomst expliciet is vastgelegd wat partijen bij het aangaan van de overeenkomst voor ogen heeft gestaan, namelijk dat zij niet de intentie hadden een arbeidsovereenkomst te sluiten. De 'rider' heeft zijn eenmanszaak in het handelsregister ingeschreven; na november 2017 is bovendien veel veranderd in de verhouding tussen partijen. 'Rider' mocht zelf beslissen of hij zich aanmeldde voor werk en mocht een bestelling weigeren. Dit alles biedt voldoende grond om tot het oordeel te komen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Collectieve actie

Het geding in 2019 betrof geen individuele, maar een collectieve actie, ingesteld door FNV. FNV vordert een verklaring voor recht dat de rechtsverhouding tussen Deliveroo en haar 'riders' is aan te merken als een arbeidsovereenkomst.

De stelling van Deliveroo dat 'riders' een bestelling kunnen weigeren, relativeert de rechter. De omzetting van het contract en de eenvoudige manier om geen bestellingen meer toe te wijzen, maakt dat er geen wezenlijke verandering is ten opzichte van de eerdere arbeidsovereenkomst, waar ontslag op staande voet het gevolg was.

Het feit dat de 'rider' zich kan laten vervangen, is volgens de kantonrechter geen onderscheidend criterium tussen de arbeidsovereenkomst en de overeenkomst van opdracht. Dat betaling niet meer plaatsvindt op basis van het minimum(jeugd)loon per uur, maar per bestelling houdt niet in dat geen sprake meer is van loon. Dat het 'riders' vrij staat om ook voor concurrenten te werken, betekent evenmin dat er geen arbeidsovereenkomst kan zijn. Tot slot blijkt nergens van een onderhandelingspositie van de individuele bezorger. De rechter oordeelt dat het hier gaat om arbeidsovereenkomsten.

Hoger beroep

Hoe kan het nu dat deze uitspraak anders luidt dan het vonnis in 2018? Deliveroo wijst uiteraard op de zaak uit 2018. De kantonrechter echter rechtvaardigt de afwijkende uitkomst met de overweging dat hij eraan "hecht op te merken dat gezien de snelle ontwikkeling die de platformeconomie in Nederland doormaakt het voor de rechtsontwikkeling van belang kan zijn dat hierover verschillend wordt geoordeeld" (r.o. 24). Deliveroo gaat in hoger beroep.

*Prof. mr. A.L.H. Ernes, hoogleraar Dogmatiek privaatrecht



Meer columns