Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.

De nieuwe Omgevingswet: nu kansen ook benutten!

Webcolumn Rechtswetenschappen - door Frans Tonnaer - september 2013

Minder ingewikkelde regels, meer bestuurlijke afwegingsruimte, versnelling van besluitvorming over projecten, bevordering van integraal beleid, stimulering van bestuurlijke cultuurverandering. En ook nog een forse kostenbesparing realiseren: wie kan daar tegen zijn? Maar is dat allemaal ook haalbaar?

Vlak voor het zomerreces heeft de ministerraad ingestemd met het wetsvoorstel Omgevingswet. Het wetsvoorstel is inmiddels aan de Raad van State om advies gezonden.

Het tot stand brengen van de nieuwe Omgevingswet kan met recht een grote wetgevingsoperatie worden genoemd. Daardoor zal het juridische landschap van de fysieke leefomgeving in Nederland ingrijpend veranderen. Niet minder dan 15 wetten gaan op in de nieuwe wet of worden afgeschaft en zo'n 25 wettelijke regelingen worden gedeeltelijk of later geheel daarin geïntegreerd. Tal van plannen, beleidsnota's en -visies worden in elkaar geschoven tot omvattende documenten. Daarvan blijven er maar twee soorten over: de strategische omgevingsvisie en de operationele omgevingsprogramma's. Hetzelfde gaat gebeuren met de grote hoeveelheid voorschriften die gebundeld worden in algemene regels en verordeningen. Het toepassingsbereik van de omgevingsvergunning wordt verder vergroot en er komt één loket waar die kan worden aangevraagd. Er is nog slechts één projectbesluit nodig voor projecten met een publiek belang. Dit alles moet resulteren in een integrale wet die een adequaat en toekomstbestendig instrumentarium moet bieden voor het aanpakken van de maatschappelijke opgaven op het brede gebied van de fysieke leefomgeving. Ronkende woorden afkomstig van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Komt er dan toch een 'Codex Environmentis'? Het lijkt erop dat dit gaat lukken, ondanks de forse kritiek van met name de gemeenten. Daar lijkt de roep om rust aan het wetgevingsfront intussen plaats te hebben gemaakt voor behoefte aan een eenvoudig en beter hanteerbaar instrumentarium. Ook uit wetenschappelijke hoek is de storm tegen de zoveelste herziening van de wetgeving op dit terrein enigszins gaan liggen en valt een meer constructieve houding waar te nemen. En dat is maar goed ook, want nu het toch ervan lijkt te komen, is het maar beter om de kritische energie in te zetten ten behoeve van een goede wettelijke regeling dan tegen de maan te blijven blaffen.

Dat wil niet zeggen dat het allemaal rozengeur en maneschijn is wat de wet te bieden heeft. Zo wordt er in de toelichting hoog opgegeven over een beoogde verandering van de bestuurscultuur maar zet de regeling, onder druk van de provinciale lobby, in op het gebruik van instrumenten zoals instructies en instructieregels. Daarmee kan, zonder dat die daarbij hoeven te worden betrokken, worden ingegrepen in de beleidsvrijheid van de gemeenten. Nu het Rijk terugtreedt in het ruimtelijke domein, door het beleid te concentreren rond een beperkt aantal rijksbelangen (zie de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte), ontstaat er ruimte voor decentraal beleid. Het is een reëel gevaar dat de daarmee geschapen decentrale ruimte wordt gevuld door een actief provinciaal (instructie)beleid, waarbij de gemeenten het nakijken hebben.
Planmatig werken en integraal beleid staat hoog in het vaandel, maar een gemeentelijke omgevingsvisie, waarin dat wordt bevorderd, hoeft niet te worden vastgesteld. En dat terwijl een verplichting daartoe voor de provincies en het Rijk wél is opgenomen. Wisselgeld voor versterking van de provinciale doorzettingsmacht?

En ten slotte wordt, zoals ik met anderen eerder heb bepleit, een instrument node gemist dat echt een stimulans zou zijn voor meer horizontale interbestuurlijke verhoudingen: de bestuursovereenkomst (Besturen op afspraak, Tijdschrift voor Bouwrecht 2013 nrs. 4 en 21.) Op het terrein van de fysieke leefomgeving, maar ook elders, worden tal van afspraken gemaakt tussen besturen onderling zonder dat daar een heldere regeling voor bestaat. Daardoor is onduidelijk wat de (rechts)gevolgen zijn van dergelijke afspraken en wat de rol van de burgers en andere besturen daarbij is.

Dat alles neemt niet weg dat de nieuwe wet een serieuze kans verdient: voor burgers en bedrijven heeft ze het nodige te bieden. En dat zijn: heldere en kortere procedures, een duidelijker beeld van welk bestuur waarvoor aan de lat staat en een vroegtijdige inschakeling van initiatiefnemers en belanghebbenden. En ten slotte de inzet van digitale middelen, waardoor men vanuit woonkamer of kantoor de vergunningaanvraag kan indienen of zich op de hoogte kan stellen van de ter plaatse of elders geldende voorschriften.
Is Het Nieuwe Besturen dan toch in aantocht?

Voor professionals die zich verder willen verdiepen heeft de Open Universiteit de cursus Omgevingsrecht ontwikkeld.

* Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer is deeltijdhoogleraar Omgevingsrecht bij de Open Universiteit en heeft praktijkervaring als adviseur op dat gebied.



Meer columns