Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
RW_Webcolumn_KarianneAlbers_15763_head_large.jpg
De vis wordt duur betaald: over 'Nutellawinkels' en 'Cheesy Business' in het centrum van Amsterdam
Webcolumn Rechtswetenschappen - door Karianne Albers - 9 mei 2019

Voorbereidingsbesluit

In de zomer van 2017 tekende de familie De Visscher een huurcontract voor tien jaar voor de huur van een winkelpand aan de Leidsestraat in Amsterdam. Zij wilden daar een viswinkel beginnen. Na een flinke verbouwing opent de familie De Visscher in november 2017 'The Seafood Shop' in het pand aan de Leidsestraat. In de viswinkel worden ook producten verkocht voor directe consumptie. Het gaat om porties kibbeling en broodjes haring. Dit laatste is echter niet toegestaan op basis van de lokale regelgeving (een voorbereidingsbesluit als bedoeld in art. 3.7 van de Wro). In de straten van het Amsterdamse centrum mogen in nieuw te openen winkels sinds 6 oktober 2017 (de datum waarop het voorbereidingsbesluit in werking trad geen producten meer worden verkocht voor directe consumptie ter plaatse (men noemt dit een 'mengformule' in verband met de combinatie van detailhandel en horeca) (zie voor de inhoud van het besluit de bijlage bij https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2018:4173). Het voorbereidingsbesluit werd in een besloten raadsvergadering (dus in het geheim!) genomen. Doel van het voorbereidingsbesluit was te voorkomen dat er een wildgroei zou ontstaan aan toeristenwinkels, waar fastfood (zoals wafels, churros en donuts) wordt verkocht. In de volksmond spreekt men over 'Nutellawinkels'. De gemeente acht een dergelijk wildgroei onwenselijk omdat deze winkels op een negatieve manier het straatbeeld van het centrum van de hoofdstad gaan bepalen. Verder - en dat lijkt nog wel een belangrijker punt - moet voorkomen worden dat winkels in de binnenstad zich alleen maar op toeristen richten en niet (meer) op de lokale bevolking. De binnenstad moet leefbaar blijven voor de inwoners.

The Seafood Shop handelt door het hanteren van de 'mengformule' in strijd met het voorbereidingsbesluit en wordt in 2018 dan ook geconfronteerd met een bestuursrechtelijke sanctie (meer precies een last onder bestuursdwang). Om sluiting van de zaak te voorkomen moet aan een viertal eisen worden voldaan:

  • De zit en staplaatsen voor het consumeren van visproducten moeten worden verwijderd
  • De verkoop van eten voor directe consumptie moet worden beëindigd
  • Het bereiden van eten (fastfood) in de winkel moet worden beëindigd
  • De apparatuur voor het bereiden van eten moet worden verwijderd.

Bezwarenprocedure

Tegen het handhavingsbesluit stelt The Seafood Shop bezwaar in. Daarnaast wordt bij de bestuursrechter een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend (dit laatste verzoek lijkt later weer te zijn ingetrokken). De bezwarenprocedure verliest The Seafood Shop. Het college van B&W besluit naar aanleiding van het bezwaar in april 2019 dat de winkel binnen vier weken definitief zijn deuren moet sluiten. Opmerkelijk is dat het college daarbij een rapport van een bezwaarcommissie, die oordeelde dat de winkel open mocht blijven, terzijde heeft gelegd. Juridisch kan dit, mits goed gemotiveerd (art. 7:13 lid 7 Awb). Tegenover 'De Telegraaf' geeft Pepijn de Visscher van The Seafood Shop aan dat het daarmee einde oefening is voor The Seafood Shop. Geld om verder te procederen is er niet en zonder de omzet van voor directe consumptie bestemde visproducten kan de huur niet worden betaald.

Intussen roert een aantal Amsterdamse centrumbewoners en vaste klanten zich. Van een ordinaire toeristensnackbar is volgens hen geen sprake. Veel bewoners maken dankbaar gebruik van het aanbod van de viswinkel. Een van hen begint een crowdfundingsactie om geld bij elkaar te brengen voor het doorzetten van de juridische procedure. Daardoor besluit de familie De Visscher om alsnog in beroep te gaan tegen het in de bezwarenprocedure gehandhaafde handhavingsbesluit.

Grensgeval?

Deze zaak heeft veel aandacht gekregen in de pers en bereikte ook de landelijke nieuwszenders. Op basis van de gegevens die uit deze bronnen af te leiden zijn valt niet zonder meer aan te geven of een beroepsprocedure kans van slagen heeft. De familie De Visscher heeft wel enkele ijzers in het vuur die mogelijk in hun onderlinge samenhang bezien tot een gunstige uitspraak kunnen leiden. Zo werden zij na sluiting van het huurcontract, tijdens de verbouwing van het winkelpand geconfronteerd met nieuwe regelgeving die in het geheim was voorbereid en vrijwel onmiddellijk in werking trad (het voorbereidingsbesluit dateerde van 27 september 2017, werd bekendgemaakt op 5 oktober 2017 en trad inwerking op 6 oktober 2017). Hier kan toch op zijn minst worden gesteld dat het (materiële) zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel onder druk staan. Ook het fair-playbeginsel zou mogelijk relevant kunnen zijn. Ligt het wel voor de hand om in dit soort temporele 'grensgevallen' zo streng te zijn? De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt in een vergelijkbare zaak van de Amsterdam Cheese Company (uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 19 december 2018) in elk geval dat de opgelegde last onder bestuursdwang onevenredig is (overweging 21 e.v. van de uitspraak). Ten tweede wordt (volgens de hier vermelde journalistieke bronnen) zowel door Amsterdamse binnenstadbewoners als door de familie De Visscher gesteld dat The Seafood Shop niet het soort winkel is waarop het beleid inzake het tegengaan van 'Nutellawinkels' ziet of hoort te zien (een nadere juridische uitwerking van dit argument kan worden ontleend aan de uitspraak over de Amsterdam Cheese Company, met name r.o. 11.1 e.v.).

Of de familie De Visscher gelijk zal krijgen in de beroepsprocedure valt - en dat is vaak zo in bestuursrechtelijke geschillen - echter moeilijk te voorspellen. Met de Afdelingsuitspraak over de Amsterdam Cheese Company lijkt de familie De Visscher echter een belangrijke troef in handen te hebben.

Overige geraadpleegde bronnen:

Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: sterke winkelgebieden in een groeiende stad

AT5: Ook 'bekend Amsterdam' steunt Seafood Shop: 'Dit kan echt niet'

* Mr. dr. C.L.G.F.H. (Karianne) Albers is universitair hoofddocent Staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.



Meer columns