Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
CW_ENKA_JannyBloembergen_head_large.jpg
Samenleving
Hoe schudde de ENKA fabriek het leven op tijdens het interbellum?
Ede, dat ooit begon als een klein dorp in Gelderland, gelegen tussen landerijen en heidevelden, ontpopte zich tijdens het interbellum tot een gemeente die forenzen trok en grote culturele ontwikkelingen doormaakte. De komst van de ENKA, een kunstzijdeproducent, speelde daar een grote rol in. Op een gegeven moment werkten er wel 3000 vrouwen in de fabriek. Wat vonden de dorpelingen daar eigenlijk van? En welke maatschappelijke gevolgen had de komst van de ENKA?

Janny Bloembergen, universitair docent geschiedenis, vertelt erover in het programma Een bezeten wereld van de NTR. In aflevering 2, die op vrijdag 6 september 2019 wordt uitgezonden, neemt Bloembergen de kijker mee naar Ede in de tijd tussen twee wereldoorlogen. 'De ENKA speelde in die tijd een grote rol, zowel op maatschappelijk als cultureel vlak.'

Komst van de ENKA

De eerste ENKA fabriek lag in Arnhem. Kunstzijde werd daar als nieuw product vervaardigd. Hartogs nam het procedé voor de productie van kunstzijde mee uit Engeland en verbeterde de productie ervan. Kunstzijde is wat we nu de viscose stoffen noemen, de komst daarvan zorgde destijds voor een enorme vraag. Kunstzijde was betaalbaar voor iedereen en had de soepele eigenschappen van zijde, in tegenstelling tot het stugge van wol bijvoorbeeld. In 1919 kwam de ENKA naar Ede en bouwde aan de rand van het dorp een enorme fabriekshal in de vorm van een carré. Het ontwerp was vrij modern voor die tijd en gebaseerd op het productieproces.

Meisjeswerk

De productie van kunstzijde vroeg om veel handarbeid en vrouwenhanden werden geschikter geacht voor het hanteren van de dunne draden bij het spinnen, spoelen en twijnen van de garens. Het garen moest gesponnen worden en daarna gewassen om de chemische stoffen uit het materiaal te spoelen. Daarna werden meerdere draden in elkaar gedraaid. In de eerste jaren werkten er voornamelijk vrouwen en meisjes. De ENKA had zelfs een manicuredienst om ervoor te zorgen dat er geen haakjes of oneffenheden aan de handen van de meisjes zaten, zodat de garens niet beschadigd raakten.

Ontevreden inwoners

De inwoners van Ede waren niet zo blij met de komst van de fabriek. Fabrieksarbeid werd gezien als minderwaardig. Ede wilde geen fabrieksdorp worden, daar werd door velen op neergekeken. Destijds was het de overtuiging dat meisjes in de huishouding moesten werken, om te leren koken en schoonmaken, waarmee ze meteen goed voorbereid werden op hun taken als huisvrouw na een huwelijk. Op grote delen van het platteland zagen velen vrouwen dus liever niet in de fabriek, zeker meisjes niet. Regelmatig kwam op de eerste maandag van de maand gemiddeld een kwart van de meisjes niet meer opdagen.

Busvervoer

De ENKA moest steeds nieuwe werkneemsters zoeken, en dat deden ze tot in Brabant en Friesland. Het bedrijf had het eerste grote bus-vervoersnetwerk van Nederland en bracht meisjes van heinde en verre naar de fabriek. Voor meisjes was het een kans om vooruit te komen, bijvoorbeeld als leidster van een groep werksters. Die functies werden voor die tijd goed betaald en konden zo bijdragen aan het gezinsinkomen. De ENKA bood haar werkneemsters daarnaast huishoudlessen aan om goed voorbereid te zijn op het getrouwde leven, om zo ouders over te halen hun dochters toch naar de fabriek te laten gaan.

Vrouwen horen thuis

Het merendeel van de meisjes stopte na hun trouwen met werken bij de ENKA. Getrouwde vrouwen waren echter wel welkom in de fabriek. Dat was in die tijd lang niet overal het geval: vanaf 1924 ontsloeg de Nederlandse overheid haar ambtenaressen op de dag van hun huwelijk. Het was een maatregel die een reactie was op de economische crisis in de jaren twintig, maar die tot ver na de Tweede Wereldoorlog in stand is gebleven. Eind negentiende eeuw kwam er meer en meer verzet tegen de lange werkdagen voor vrouwen en kinderen in de fabrieken. Tegelijkertijd werd huiselijkheid steeds belangrijker gevonden. De plaats van een vrouw was in het gezin, waar zij zorg moest dragen voor de huishouding en de opvoeding van de kinderen. Dit normatieve aspect werd langzaam aan versterkt door de opvatting dat het statusverhogend werkte als niet alleen de gegoede stand, maar ook een arbeider kon zeggen dat zijn vrouw niet buitenshuis hoefde te werken om te zorgen voor voldoende inkomen. Binnen protestants-orthodoxe kringen bleef het verzet tegen buitenshuis werkende vrouwen lang in stand, al was het wel normaal dat zij meewerkten in het eigen bedrijf. Het idee om buitenshuis te werken werd heel anders ervaren.

Culturele ontwikkeling

Vanaf de jaren dertig vond er een enorme mechanisatieslag plaats waardoor de meeste vrouwen uit de ENKA-fabriek verdwenen. De mannen die bij de ENKA werkten kwamen wel met hun gezin in Ede wonen. De ENKA bleef dus een belangrijke werkgever in het dorp en zorgde zowel voor huisvesting als voor scholing voor werknemers en hun kinderen. De ENKA heeft enorm veel bijgedragen aan de ontwikkeling van Ede op cultureel vlak en speelde een belangrijke rol in de samenleving. Het bedrijf bouwde voor de werknemers een schouwburg, tennisbaan, een wielerbaan en stichtte een speeltuinvereniging. Er kwam een badmintonvereniging, een atletiekvereniging en een dansclub. In de loop van de tijd werden deze voorzieningen opengesteld voor iedereen. Zo kwam er al in de jaren dertig een openluchtzwembad verwarmd met fabriekswater, inclusief een 25 meter bad. Dat was toen heel uitzonderlijk.

De ENKA leeft voort

In 2002 werd de ENKA gesloten, maar in de nieuwbouw aan het spoor leeft het complex voort. Er worden delen van het complex opgenomen in de huizen en in de contouren van de gevels is de link met de geschiedenis van de ENKA behouden. Een deel van de fabriek wordt nog steeds gebruikt: zo is de oude westhal ingericht als fietscomplex. Voor veel mensen is de ENKA een begrip, de fabriek heeft de verstedelijking en de bijbehorende voorzieningen van Ede in gang gezet.

Meer weten over Ede en de ENKA tijdens het interbellum? Kijk dan op 6 september naar aflevering 2 van de zesdelige serie 'Een bezeten wereld' van Andere Tijden op NTR.