Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
CW_Column_HermanSimissen_Kiesrecht_head_large.jpg
Het ontbreken van vrouwenkiesrecht blijft een tekort aan democratie
Webcolumn Cultuurwetenschappen - door dr. Herman Simissen - oktober 2019

Martha Tausk en de strijd voor het vrouwenkiesrecht

In 2019 wordt herdacht dat Nederland sinds honderd jaar algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen kent. Bij de herdenkingen - onder meer door tentoonstellingen in het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag en in het Gronings Museum - gaat de aandacht vooral uit naar het vrouwenkiesrecht. Terecht en begrijpelijk: op 28 september 1919 trad de wet-Marchant in werking, waarmee het actief en passief kiesrecht werd uitgebreid naar vrouwen, twee jaar nadat het voor mannen was ingevoerd. Aan de verwezenlijking van het vrouwenkiesrecht was een periode van maatschappelijke en politieke strijd vooraf gegaan, waarmee de namen van onder anderen Wilhelmina Drucker (1847-1925), Aletta Jacobs (1854-1929) en Clara Meijer-Wichmann (1885-1922) onlosmakelijk verbonden zijn. De strijd om het kiesrecht voor vrouwen die in Nederland werd gevoerd, stond geenszins op zichzelf: in verschillende Europese landen werd zij in dezelfde periode gevoerd.

Zo ook in Oostenrijk, waar de sociaaldemocrate Martha Tausk (1881-1957) een belangrijke voorvechter van het vrouwenkiesrecht was. Zij was de eerste vrouw in Oostenrijk die zitting had in het parlement van een Oostenrijkse deelstaat, Stiermarken. Hoewel in de Oostenrijkse stad Graz een park naar haar is vernoemd om de herinnering aan haar leven en werk levend te houden, is Martha Tausk in haar vaderland enigermate in vergetelheid geraakt. Dit kan het gevolg daarvan zijn, dat zij zich verhoudingsgewijs vroeg, in 1934, gedesillusioneerd terugtrok uit de actieve politiek - en daarvan, dat zij de laatste decennia van haar leven niet doorbracht in haar geboorteland, maar in ballingschap in Nederland, in Nijmegen.

Achtergrond

Martha Tausk werd op 15 januari 1881 in Wenen geboren als Martha Frisch. Haar vader Moriz Frisch (1849-1913) had er een drukkerij. Hij was een overtuigd sociaaldemocraat, en betrokken bij de oprichting van de Arbeiter-Zeitung (1889). Hij kende zo tal van kopstukken van 'das rote Wien', en van de sociaaldemocratie in Oostenrijk. Samen met zijn echtgenote Anna Kluh (1855-1903) zorgde hij ervoor, dat zijn dochter Martha - anders dan veel van haar generatiegenotes - na de lagere school verder leerde. Toch zou Martha Tausk geen diploma van de middelbare school behalen: nog voordat zij eindexamen had kunnen doen trouwde zij met Victor Tausk (1879-1919), een studiegenoot van haar broer Jutz (1879-1949). Het jonge paar woonde eerst in Mostar, daarna in Sarajevo; Victor Tausk werkte er bij het plaatselijke gerechtshof, respectievelijk op een advocatenkantoor. Victor en Martha Tausk kregen drie kinderen, van wie het oudste bij de geboorte overleed. Hun huwelijk was niet bepaald gelukkig: Martha Tausk voelde zich, zo ver weg van haar familie en vrienden in Wenen, geïsoleerd en eenzaam, en Victor en zij pasten wat levensstijl en opvattingen betreft minder goed bij elkaar dan verhoopt. In 1905 keerden zij terug naar de Oostenrijkse hoofdstad, maar gingen gescheiden van tafel en bed leven; in 1908 werd de formele scheiding tussen beiden uitgesproken, al bleef hun omgang vriendschappelijk en goed. Vanaf de terugkeer naar Wenen was Martha Tausk voor de zorg en het levensonderhoud van haar zonen Marius (1902-1990) en Hugo (1903-1969) vooral op zichzelf aangewezen. Victor Tausk was wel bekommerd om de opvoeding van de kinderen, maar slaagde er nauwelijks in financiële ondersteuning te bieden; hij probeerde met weinig succes een loopbaan als journalist en schrijver op te bouwen.1 Martha Tausk werkte aanvankelijk als boekhouder in de drukkerij van haar vader; na diens overlijden werkte zij elders, ook in administratieve functies.

Sociaaldemocrate

In 1911 werd Martha Tausk lid van de SDAP, de sociaaldemocratische arbeiderspartij van Oostenrijk. Dit op aanraden van Otto Bauer (1881-1938), een vriend van haar vader uit de kringen rond de Arbeiter-Zeitung. - Bauer was een van de leidsmannen van de sociaaldemocratie in zijn vaderland, en een van de grondleggers van het zogeheten 'austro-marxisme': het streven het socialisme in Oostenrijk langs parlementaire weg te verwezenlijken. - Het lidmaatschap van de SDAP voelde voor Martha Tausk als een soort thuiskomst: zij had er veel, en stimulerende contacten, juist datgene wat zij sinds en in haar huwelijk zo had gemist. Op haar beurt was de partij zeer ingenomen met Martha Tausk. Zij bleek te beschikken over bovengemiddelde oratorische talenten, en werd volop ingezet om te spreken op partijvergaderingen en verkiezingsbijeenkomsten. Ook als publiciste liet zij zich gelden: zij schreef regelmatig in verschillende partijorganen, zoals het blad Neues Frauenleben. In haar toespraken en artikelen bepleitte zij een rechtvaardiger samenleving: een vermindering van de verschillen in rijkdom en macht tussen arm en rijk. Daarbij besteedde zij veelvuldig aandacht aan de achtergestelde positie van de vrouw in de Oostenrijkse samenleving. Daarin zou, zo benadrukte zij, alleen verandering kunnen komen als er veel meer werk werd gemaakt van het onderwijs aan, en de vorming van vrouwen.

Vrouwenkiesrecht

In het verlengde hiervan ligt haar pleidooi voor het vrouwenkiesrecht, dat zij in de jaren voor, maar ook tijdens de Eerste Wereldoorlog in woord en geschrift herhaaldelijk naar voren bracht. Zo wees zij in het najaar van 1918, in een artikel in de Arbeiterinnen-Zeitung, op een toespraak die de Amerikaanse president Woodrow Wilson (1856-1924) in de Senaat had gehouden. Wilson had betoogd, dat invoering van het vrouwenkiesrecht in de Verenigde Staten absoluut noodzakelijk was. Hij beschouwde het zelfs als een voorwaarde om de oorlog succesvol te kunnen voortzetten. Martha Tausk van haar kant stelde, dat het haar heel wat liever was geweest wanneer hij de noodzaak van vrouwenkiesrecht had opgevoerd als voorwaarde om de oorlog te kunnen beëindigen. Hoe dit ook zij, 'het ontbreken van vrouwenkiesrecht blijft een tekort aan democratie', aldus Martha Tausk. 'Alleen al in het belang van het voorkomen van nieuwe oorlogen, maar vooral als een wezenlijk onderdeel van de luid verkondigde democratie die de gepijnigde landen als enige verworvenheid aan deze waanzinnige oorlog overhouden, moet het vrouwenkiesrecht worden gevestigd', voegde zij hieraan toe.2 Zij was van opvatting, dat bij de komende vredesonderhandelingen het kiesrecht voor vrouwen even belangrijk zou moeten zijn als het recht op zelfbeschikking voor naties. Vrede en democratie - daarbij inbegrepen het vrouwenkiesrecht - zouden in de toekomst hand in hand moeten gaan.

Parlementslid

Het ideaal dat Martha Tausk voorstond werd sneller bewaarheid dan zij vermoedelijk verwachtte in oktober 1918, toen zij de aangehaalde zinnen schreef. Na de ineenstorting van de Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, werd het algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen bijna stilzwijgend en als vanzelfsprekend ingevoerd. Voorafgaand aan de eerste verkiezingen werd in het Duitstalige gedeelte van Oostenrijk een noodparlement ingesteld, waarin vertegenwoordigers van verschillende maatschappelijke geledingen werden benoemd. Hetzelfde gebeurde in de verschillende deelstaten; in Stiermarken werd Martha Tausk in het noodparlement benoemd, waarmee zij de eerste vrouw in Oostenrijk werd die een dergelijke functie bekleedde. Na de verkiezingen behield zij haar zetel. Als parlementslid zette zij zich in het bijzonder in voor de verbetering van de maatschappelijke positie van de vrouw. Zo streed zij voor opheffing van het verbod voor onderwijzeressen, om na hun huwelijk te werken. Ook pleitte zij voor betere arbeidsvoorwaarden voor dienstbodes. Zij verzette zich tegen het strafbaar stellen van abortus, vanuit de gedachte dat in de praktijk alleen arbeidersvrouwen hierdoor werden getroffen, niet de welgestelden. Meer in het algemeen streed zij voor betere sociale voorzieningen, eerst en vooral ten behoeve van de arbeidersklasse.

In 1927 verliet Martha Tausk het parlement van Stiermarken, toen zij in de senaat van Oostenrijk werd gekozen - en de provinciale politiek verruilde voor de landelijke. Maar die overstap viel tegen: zij had niet het gevoel dat zij als senator werkelijk iets kon betekenen voor de bevolking, in haar beleving stond zij te ver weg van de problemen van alledag. Het was dan ook een uitkomst toen haar per augustus 1928 een baan werd aangeboden op het secretariaat van de Sozialische Arbeiter-Internationale in Zürich, als secretaris voor internationale vrouwenzaken. Ook kreeg zij de verantwoordelijkheid voor een nieuw tijdschrift, Frauenrecht, dat zich richtte op Zwitserse arbeidersvrouwen. In dit blad ging zij, onder meer, campagne voeren voor het vrouwenkiesrecht, dat in Zwitserland nog niet was ingevoerd - het zou tot maar liefst 1971 op zich laten wachten.

In 1934 besloot Martha Tausk terug te keren naar Oostenrijk. Directe aanleiding was de korte burgeroorlog die daar in februari van dat jaar had plaatsgevonden. In de nasleep ervan werd de sociaaldemocratie verboden, en prominente sociaaldemocraten - onder wie haar jongste zoon Hugo, die enige tijd in gevangenschap werd gehouden - werden vervolgd. Martha Tausk was ervan overtuigd dat haar plaats te midden van haar vervolgde partijgenoten was. Tegelijk nam zij afscheid van de actieve politiek, gedesillusioneerd door de politieke ontwikkelingen in Oostenrijk na de Eerste Wereldoorlog.

Ballingschap

Na de Anschluß van Oostenrijk bij Duitsland, op 12 maart 1938, besloot Martha Tausk haar geboorteland te ontvluchten, vanwege de toenemende repressie in het land. Zij vestigde zich in Nederland, in Nijmegen, waar haar oudste zoon Marius woonachtig was. - Marius Tausk werkte sinds november 1926 voor Organon in Oss, waarvan hij in 1929 directeur werd, een functie die hij zou bekleden tot aan zijn pensionering in 1967. Vanaf 1933 woonde hij met zijn gezin in Nijmegen. - Hoewel Martha Tausk besefte dat zij na de Duitse inval in Nederland in mei 1940 in het oog werd gehouden door de Sicherheitsdienst, was zij, buiten medeweten van haar zoon, betrokken in verzetswerk. Samen met haar onderbuurvrouw, de onderwijzeres Netty Gnodde (1894-1989), bood zij onderdak aan onderduikers. Ondanks de risico’s die zij hiermee nam, overleefde zij de oorlog zonder al te grote problemen. Een terugkeer naar Oostenrijk overwoog zij na 1945 niet: zij stond uitermate kritisch tegenover de naoorlogse politieke ontwikkelingen in haar geboorteland. Oostenrijkse politici stelden het graag voor, alsof hun land een slachtoffer van het Derde Rijk was geweest, terwijl de Anschluß in 1938 door een groot deel van de bevolking met veel enthousiasme was begroet. Echte politieke veranderingen bleven uit na de val van het Derde Rijk, en daarmee verloor Oostenrijk iedere aantrekkingskracht voor Martha Tausk: zij bleef in Nijmegen.

Martha Tausk overleed na een ziekbed op 20 oktober 1957; zij werd begraven op het kerkhof 'Rustoord' in Nijmegen. Haar overlijden kreeg slechts bescheiden aandacht in de Oostenrijkse pers, wellicht omdat zij al zo lange tijd in ballingschap leefde. Toch had zij grote verdiensten voor haar vaderland, met name ook in de strijd voor de verwezenlijking van het vrouwenkiesrecht.

Dr. Herman Simissen verzorgt bij de faculteit Cultuur- en Rechtswetenschappen van de Open Universiteit zowel onderwijs voor de sectie filosofie als voor de sectie geschiedenis. Zijn onderzoek betreft vooral de filosofie van de geschiedenis, waarin hij bij de Open Universiteit promoveerde op een dissertatie over Theodor Lessing. Uitstapjes naar historisch onderzoek - zoals in bovenstaande bijdrage - zijn hem echter niet vreemd.

Literatuur

  • Dorfer, Brigitte, Die Lebensreise der Martha Tausk. Sozialdemokratie und Frauenrechte im Brennpunkt, Innsbruck 2008
  • Langkau-Alex, Ursula, 'Naturally, many things were strange but I could adapt'. Women Emigrés in the Netherlands', in: Sybille Quack (red.), Between Sorrow and Strength. Women Refugees of the Nazi Period, Cambridge, Mass. 2002, 2de druk, blz. 97-120
  • Simissen, Herman, 'Politiek vluchteling in Nederland. De Nijmeegse jaren van Martha Tausk', in: Jaarboek Numaga. Gewijd aan heden en verleden van Nijmegen en omgeving LXV (2018), blz. 122-139

Later raakte Victor Tausk gefascineerd door de opkomende psychoanalyse. Hij ging geneeskunde studeren, met het doel zich onder leiding van Sigmund Freud verder te bekwamen in de psychoanalyse. Hij publiceerde verschillende nog altijd bestudeerde artikelen over aspecten van de psychoanalyse. In 1919 maakte hij een einde aan zijn leven, mogelijk omdat hij zich door Freud afgewezen voelde. Mede door deze zelfverkozen dood groeide hij uit tot een minor celebrity in de geschiedenis van de psychoanalytische beweging.

2 Martha Tausk, 'Die Frauen für den Frieden! - Den Frieden für die Frauen', in: Arbeiterinnen-Zeitung, 27. Jahrgang, nr. 21, 22 oktober 1918, blz. 4.



Meer columns