GGW_Student_Heiko_van_der_Heijden_head_large.jpg

Heiko van der Heijden, student master Onderwijswetenschappen

Van vakinhoud naar onderwijs


Docent informatica Heiko vertelt hoe de master Onderwijswetenschappen zijn kijk op onderwijs veranderde.

Toen Heiko van der Heijden, hogeschool docent Informatica begon aan de (pre)master Onderwijswetenschappen aan de Open Universiteit, deed hij dat vooral uit nieuwsgierigheid. Hij gaf al jaren les in softwareontwikkeling, algoritmes en onderzoeksvaardigheden en begeleidde studenten als studieloopbaanbegeleider. Daarnaast was hij voorzitter van de opleidingscommissie. Toch merkte hij dat hij beter wilde begrijpen wat er eigenlijk gebeurt wanneer mensen leren.

Tijdens zijn didactische opleiding had hij wel praktische richtlijnen geleerd voor het geven van onderwijs, maar vaak zonder de onderliggende theorie.

'Je leert bijvoorbeeld dat je niet te veel tekst op een slide moet zetten, maar waarom dat zo is, wist ik eigenlijk niet. In deze master ontdek je dat daar complete theorieën achter zitten over hoe mensen informatie verwerken.'

Ook in zijn eigen onderwijs liep hij tegen vragen aan. Hij gaf onderzoeksvaardigheden aan studenten, terwijl hij zelf het gevoel had dat hij nog niet ver boven de stof stond. De master bood een kans om zich niet alleen als docent te ontwikkelen, maar ook als onderzoeker.

'Met deze master hoopte ik niet alleen beter les te geven, maar ook beter te begrijpen hoe onderzoek werkt en hoe je studenten daarin begeleidt.'

Tegelijkertijd wilde hij breder leren kijken naar onderwijs. Zijn lessen stonden immers niet op zichzelf, maar maakten deel uit van een groter geheel binnen een opleiding en organisatie. De taal en concepten om dat systeem te begrijpen, miste hij nog.

Nieuwsgierigheid als startpunt

De keuze voor Onderwijswetenschappen was niet vanzelfsprekend. Heiko twijfelde namelijk ook over een master in Computer Science. Toch viel de keuze uiteindelijk op de onderwijskant. In het verleden had hij al een tijd als softwareontwikkelaar gewerkt en hij wist dat hij niet meer de hele dag code wilde schrijven. Hij was altijd nieuwsgierig naar nieuwe kennis, hij geeft daarmee aan: 'Wat is er mooier dan een master doen over het leren?'

 

Tijdens de studie merkte hij bovendien hoe verrijkend het is om samen te werken met studenten uit andere sectoren. In een vak over kwalitatief onderzoek werkte hij bijvoorbeeld samen met een docent uit het basisonderwijs en een professional uit een grote overheidsorganisatie. Dat leverde niet alleen nieuwe inzichten op, maar ook praktische ideeën.

'Van een docent uit het basisonderwijs leerde ik bijvoorbeeld actieve werkvormen die ik later weer in mijn eigen hbo-onderwijs kon gebruiken.'

Studeren naast een baan

De master volgde hij naast zijn baan van 32 uur per week. Eén werkdag hield hij vrij voor studie. Dat maakte het combineren van werk en studie goed mogelijk, al betekende het ook dat er soms 's avonds nog gestudeerd moest worden wanneer deadlines naderden.

Toch gaf de studie hem vooral energie. Naarmate hij verder kwam in de opleiding merkte hij hoe zijn vaardigheden groeiden: academisch schrijven werd makkelijker, theoretische modellen werden begrijpelijker en hij kon inzichten steeds beter toepassen in zijn eigen onderwijspraktijk.

'Op een gegeven moment merkte ik: ik kan dit gewoon. Of het nu gaat om een academisch stuk schrijven of een theorie doorgronden. Dat gaf echt een wauw-gevoel.'

De flexibiliteit van de Open Universiteit speelde daarbij een belangrijke rol. Docenten zijn goed bereikbaar en denken mee wanneer het even lastig wordt. Ook het contact met medestudenten bleek waardevol. Met een aantal van hen heeft Heiko nog steeds regelmatig contact, bijvoorbeeld om ervaringen uit te wisselen of elkaar tips te geven.

Anders kijken naar onderwijs

Wat hem vooral is bijgebleven, is hoe de studie zijn manier van kijken naar onderwijs heeft veranderd. Waar hij eerder vooral dacht in termen van kennisoverdracht - een docent vertelt iets en studenten nemen dat op - ziet hij onderwijs nu als een complex samenspel van factoren.

'Vóór de master dacht ik dat onderwijs vooral een overdracht van informatie was. Inmiddels kijk ik veel breder naar wat onderwijs met mensen doet.'

Door de master is hij ook bewuster gaan kijken naar wat er achter gedrag van studenten schuilgaat. Studenten die niet gemotiveerd lijken, zijn niet per definitie ongemotiveerd; vaak spelen er andere factoren mee. Theorieën zoals de zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci maakten hem bijvoorbeeld bewuster van het belang van autonomie, verbondenheid en competentie.

In zijn eigen onderwijs probeert hij daarom meer aandacht te besteden aan de randvoorwaarden waarin studenten leren. Simpele dingen, zoals namen onthouden of oprechte interesse tonen, kunnen al bijdragen aan een omgeving waarin studenten zich gezien voelen.

Theorie naar de praktijk

Veel inzichten uit de master gebruikt hij inmiddels direct in zijn eigen onderwijs. Zo past hij de multimediaprincipes van Mayer toe bij het ontwerpen van presentaties. Door visuele en auditieve informatie bewust te combineren, sluit hij beter aan bij hoe studenten informatie verwerken.

Ook kijkt hij anders naar het ontwerp van onderwijs. Waar hij vroeger vooral naar afzonderlijke lessen keek, ziet hij nu beter hoe verschillende onderdelen van een opleiding samenhangen. Leerdoelen, toetsing, begeleiding en studiebelasting vormen samen het ontwerp van een curriculum.

Voor wie is deze master interessant?

Volgens Heiko is de master niet alleen waardevol voor docenten. Iedereen die zich bezighoudt met leren en ontwikkelen kan er volgens hem veel aan hebben, bijvoorbeeld HRD-professionals, beleidsadviseurs of bedrijfsopleiders. De opleiding gaat immers niet alleen over lesgeven, maar over de wetenschap achter leren en onderwijs.

Voor mensen die twijfelen of de studie bij hen past, heeft hij een eenvoudig advies: 'Je kunt altijd beginnen met één vak. Bij de Open Universiteit betaal je per cursus en heb je een jaar de tijd om die af te ronden. Zo kun je ontdekken of het bij je past.'