null Het woord als wapen

CW_Column_TedLaros_Woord-als-wapen_17056_head_large.jpg
Het woord als wapen
Webcolumn Cultuurwetenschappen - door Ted Laros - maart 2020

Als thema voor de Boekenweek van dit jaar koos de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek: ‘rebellen en dwarsdenkers’. Rebelse en dwarsdenkende schrijvers zijn belangrijk voor de maatschappij, zo stelt de CPNB, want het lezen van hun boeken zet . . . aan tot nadenken, zodat lezers begrip ontwikkelen voor anderen en minder vasthouden aan vooroordelen . . . Van de dromerige dwarsdenker die veilig thuis afreist naar een andere wereld tot de rebel die zijn messcherpe pen als wapen gebruikt tegen de status quo. In de literatuur is er ruimte voor al die geluiden. Het lef van schrijvers om taboes te doorbreken en een steen in de vijver te gooien is van levensbelang voor onze samenleving. Daarom koesteren we de vrijheid die door schrijvers genomen wordt om tegen de stroom in te werken, om dwars en vervelend te zijn, onaangepast en onafhankelijk.

De Zuid-Afrikaanse auteur André P. Brink (1935-2015) was een auteur die er - net als andere Afrikaanstalige auteurs van zijn generatie zoals Breyten Breytenbach (1939) en Ingrid Jonker (1933-1965) - in de jaren zestig van de vorige eeuw heel bewust voor koos om zijn pen te gaan gebruiken als wapen tegen de toenmalige status quo in zijn land. Brink had in de vroege jaren zestig in Parijs gestudeerd en had daar kennis gemaakt met het existentialisme.

André Brink

Eén van de voormannen van het existentialisme, Jean-Paul Sartre (1905-1980), had tijdens de Tweede Wereldoorlog deel uitgemaakt van het literaire verzet en onmiddellijk na de oorlog, toen Frankrijk gezuiverd werd van collaborateurs en er een verhit debat gevoerd werd omtrent de zuivering van het literaire veld, zijn concept van de littérature engagée ontwikkeld. Sartres concept vormde een reactie op de tot dan toe dominante literatuuropvattingen van het literaire establishment: de theorieën van l’art pour l’art en het realisme/naturalisme - twee posities die zich kenmerken door disengagement met de wereld waarin de schrijver leeft en waarin de schrijver zich terugtrekt in de spreekwoordelijke 'ivoren toren'. Voor Sartre had de schrijver een verantwoordelijkheid richting de hem/haar omringende wereld. Hij plaatste zich met zijn engagement uitdrukkelijk in een traditie die liep van Voltaire via Émile Zola naar André Gide, maar hij baseerde zijn concept van littérature engagée op zijn eigen filosofie van de vrijheid, een filosofie die hij in L’Être et le Néant (1943; Het zijn en het niet) ontwikkelde. Sartres concept van geëngageerde literatuur bracht niet met zich mee dat de schrijver zich op enigerlei wijze moest laten leiden door politieke agenda’s; de schrijver had bij hem veeleer de plicht om zich in te zetten voor universele verlichtingsidealen.

The guts to say: NO

In de late jaren zestig kiest Brink ervoor Sartres theorie van de littérature engagée consequent in de praktijk te gaan brengen. Uit verschillende stukken die hij had gepubliceerd in de loop van die jaren en de vroege jaren zeventig was duidelijk geworden dat hij erop uit was om via de literatuur het apartheidssysteem te gaan bestrijden. In vrij ondubbelzinnige woorden verkondigde hij in een artikel dat in de anti-apartheidskrant Rand Daily Mail verscheen op 20 juni 1970:

If it is true that Afrikaans writers do have greater freedom vis-à-vis censorship than others . . . what have they done with this freedom? How have they used it? The depressing answer is: no Afrikaans writer has yet tried to offer a serious political challenge to the system . . . We have no one with enough guts to say: NO. . . . [I]f Afrikaans writing is to achieve any true significance within the context of the revolution of Africa (of which we form part) and within the crucible in which this country finds itself, it seems to me it will come from these few who are prepared to sling the "NO!" of Antigone into the violent face of the System.

De roman waaraan hij op dat moment werkte en die in 1973 zou verschijnen, Kennis van die Aand (Kennis van de avond), vormde duidelijk Brinks eigen Antigoneske 'NEE!'. Brinks vaste uitgever Human & Rousseau durfde het niet aan om het boek, dat de lotgevallen van de 'Kleurling' in Zuid-Afrika schetst, te publiceren, omdat gevreesd werd dat het boek verboden zou worden door de toenmalige censuurraad. Uitgeverij Buren durfde het wel aan. De letterkundige Ampie Coetzee, die het manuscript van de roman beoordeelde voor Buren, pleitte vurig voor uitgave:

Dis ’n dokument van vertrapping, uitbuiting, mishandeling, moord; dis ’n dokument van die verhaal van die kleurling in Suid-Afrika. Dit is al genoeg motivering vir publikasie; want dit het nou tyd geword dat die Afrikaanse romanskrywer ’n beeld gee van wat werklik met ’n deel van sy mense gebeur.

Coetzee benadrukte echter ook, dat wanneer Buren over zou gaan tot het publiceren van de roman, ze er rekening mee moest houden dat de kans inderdaad groot was dat het boek verboden zou worden:

Uiterlik gaan die grootste probleme by die publikasie van die werk die oordele van die Publikasieraad [d.w.z. censuurraad – TL] wees. Skrywer en uitgewer sal hieroor iets moet bedink, ’n beleid moet formuleer. Dit sal tragies wees as dié roman na verskyning verbied word; tragies vir die skrywer, die uitgewer én die leser.

De vrees van Human & Rousseau en Coetzee bleek gegrond: Kennis van die Aand werd het eerste Afrikaanstalige literaire werk dat verboden werd door de censuurraad. Brink en zijn uitgever vochten het verbod aan bij het Hooggerechtshof, maar het hof handhaafde het verbod. In de jaren die volgden zouden ook werken van andere Sestigers, de schrijversgroep waartoe Brink gerekend werd, verboden worden - werken van Breyten Breytenbach en Etienne Leroux, bijvoorbeeld.

In de vroege jaren tachtig, toen het censuurregime versoepelde, werd het verbod op de roman opgeheven en werd de roman (onder bepaalde restricties) weer verkrijgbaar. Dat de roman zijn doel bereikt had, was op dat moment al duidelijk. Literatuurwetenschapper Thys Human merkte onlangs nog op dat 'Kennis van die aand 'n . . . roman [is] wat met reg deur Ampie Coetzee bestempel word as "een van die beiteltjies [beitels – TL] van die woord wat apartheid se fondamente help breek het".' Zoals de CPNB het verwoordt in haar beschrijving van het Boekenweekthema van dit jaar: 'Boeken kunnen weerstand oproepen, kunnen verboden worden en verbrand, maar de kracht van de woorden laat zich niet temmen.'

dr. Ted (T.S.E.) Laros


Meer columns