Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
Zijn de denkers van toen ook nu nog relevant?
Filosofie is van alle tijden en stopt niet bij de grote Griekse denkers. Hun werk is baanbrekend geweest, maar heeft in latere tijden vele navolgers opgeleverd. Mensen die zich vragen stellen over ons mens-zijn en alles wat daarmee te maken heeft. Mensen als de Tsjechische filosoof Jan Patočka, wiens denkbeelden volgens prof. dr. Eddo Evink, hoogleraar filosofie aan de Faculteit Cultuur- en Rechtswetenschappen van de Open Universiteit, ook vandaag de dag nog relevant zijn. In het kader van de uitreiking van de Spinozalens schreef Evink een lesbrief over Patočka, bedoeld voor leerlingen van het voortgezet onderwijs.

De Stichting Internationale Spinozaprijs reikt elke twee jaar Spinozalenzen uit aan een levende en aan een dode denker. Eén van de laureaten is de Tsjechische filosoof Jan Patočka (1907-1977). Patočka was behalve filosoof een vooraanstaand dissident in de Tsjechische intelligentsia onder het communistische regime. Hij speelde een belangrijke rol bij het ontstaan van de dissidentenbeweging Charta 77. Eddo Evink, die het werk van Patočka al jaren bestudeert, werd gevraagd om een lesbrief te schrijven over de filosoof, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. "Pas gedurende de afgelopen jaren zien meer en meer mensen in dat Patočka een belangrijk denker was, wiens filosofie nog steeds uitermate relevant is.”

Organen in een lichaam

In de lesbrief schetst Evink niet alleen een beeld van het leven en de loopbaan van Patočka, maar gaat hij ook uitgebreid in op diens werk en filosofische gedachtengoed. Zo schreef Patočka veel over de verhouding tussen mens en wereld. Als we kijken hoe mensen daarover denken, blijken zich hier hardnekkige misverstanden voor te doen. Vaak zijn we geneigd om de wereld als het geheel van alle dingen tegenover ons te plaatsen, om ons vervolgens af te vragen hoe we die wereld kunnen kennen en hoe we dingen kunnen veranderen. Patočka had hier een heel eigen visie op. Hij maakte een vergelijking met ons eigen lichaam. Dat heeft een aantal organen die zelfstandig werken. We hoeven er gelukkig niet de hele tijd over na te denken hoe onze bloedsomloop, spieren en spijsvertering functioneren. Ze doen hun werk vanzelf wel. Bloedsomloop en spijsvertering zijn natuurlijk wel afhankelijk van het lichaam, zij hebben geen bestaan op zichzelf. We hebben er wel enige invloed op, bijvoorbeeld door veel te bewegen, door meer of minder, gezond of ongezond te eten. Onze organen werken dus veelal zelfstandig maar niet helemaal onafhankelijk, ze functioneren alleen als onderdeel van ons levende lichaam. Net zo zijn wij mensen allereerst onderdeel van de wereld om ons heen.

Beweging

Een ander onderwerp waar Patočka veel over schreef, is beweging. Het lijkt misschien vanzelfsprekend dat alles altijd in beweging is, maar dat is het niet. Wetenschappers en filosofen hebben altijd gezocht naar zekerheid, naar wat onveranderd blijft, naar een vaste kern (de waarheid, God, materie?) waar de rest dan omheen beweegt. Patočka benadrukte echter dat alles voortdurend beweegt. Wie wij mensen zijn, kan ook alleen in vormen van beweging worden gedacht. Patočka onderscheidde drie fundamentele bewegingen die ons tot mens maken. De belangrijkste volgens hem is de beweging waarmee mensen zich het duidelijkst onderscheiden van andere levende wezens. De mens kan zich bewust verhouden tot de wereld als geheel en tot het eigen leven als geheel. Wij zijn in staat om vragen te stellen en na te denken over de wereld en over onszelf. Patočka noemt dit de beweging van waarheid of van doorbraak. Hij bedoelt hiermee dat de gebruikelijke kaders van ons denken en samenleven ter discussie worden gesteld, worden doorbroken. We nemen geen genoegen meer met antwoorden als “zo hebben we dit altijd gedaan” of “zo heeft God het gewild.” Nee, we willen weten hoe het écht zit.

Aansprekend

Evink bestudeert het werk van Patočka al jaren en schreef er vele artikelen over. “Veel van wat Patočka schrijft, spreekt mij erg aan. Na mijn proefschrift over Jacques Derrida heb ik me onder andere verdiept in de relatie tussen fenomenologie, hermeneutiek en deconstructie, en daarbij bleek ik zijn filosofie heel goed te kunnen gebruiken. Natuurlijk heb ik op een aantal punten ook wel kritiek - zo gaat de vergelijking van mens en wereld met organen en lichaam niet meer helemaal op -, maar de positieve waardering overheerst.”

Belangrijk

Hoe belangrijk acht Evink het werk van Patočka? “Patočka ontwikkelde, onder meer in reactie op het existentialisme, belangrijke ideeën over onderwerpen als mens-zijn, verantwoordelijkheid en vrijheid. Ook zijn analyses van de moderne cultuur, die vooral wordt beheerst door wetenschap en techniek, zijn - hoewel enigszins eenzijdig -, nog steeds van belang. Patočka’s boeken werden intussen in meerdere talen vertaald, zijn filosofie wordt steeds meer bestudeerd. Vooral in de hedendaagse politieke discussies over Europa kunnen we nog veel van Patočka leren.”

Download de Jan Patočka lesbrief.