Formeel strafrecht
Rechtswetenschappen | 5 EC
Code RB1402
Deze cursus heeft een vast startmoment. Kijk in het Jaarrooster wanneer de begeleiding is ingeroosterd.

Het strafproces kent een (chrono)logische volgorde. Van verdenking via opsporing en vervolging naar berechting, eventueel in hoger beroep en cassatie. Dat traject moet duidelijk bewegwijzerd zijn. Het strafproces vergt een voortdurende belangenafweging tussen verdedigingsrechten, grondrechten, het algemeen belang en criminaliteitsbestrijding. Wie mag in welke fase optreden? Welke middelen mag de overheid inzetten? Een verhoor mag wel met enige druk gepaard gaan, maar tot hoever mag die opgevoerd worden? Onder welke voorwaarden mag een telefoontap of een doorzoeking bevolen worden? Wat gebeurt er als voorschriften niet worden nageleefd tijdens het opsporingsonderzoek? Nadat eerst in het materiële strafrecht is bepaald welk gedrag straf verdient, moet in het strafproces vastgesteld worden of dat gedrag zich in werkelijkheid heeft voorgedaan. Uitgangspunt voor het strafproces is de tenlastelegging, simpel gezegd een juridische beschrijving van hetgeen de verdachte verweten wordt. De rechter is bij zijn beslissing gebonden aan deze tenlastelegging en voor de verdachte maakt de tenlastelegging duidelijk waar hij zich tegen heeft te verdedigen.

Algemeen

Inhoud

Strafzaken zijn, ook als ze nog 'onder de rechter zijn', vaak onderwerp van veel media-aandacht. Hierdoor is strafprocesrechtelijke terminologie ons niet vreemd: vooronderzoek, vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, verdachte, politieverhoor, rechtsbijstand, doorzoeking, huiszoeking, voorlopige hechtenis, opsporing, bewaring, inverzekeringstelling, aanhouding. Maar wat betekenen die termen nu eigenlijk precies en klopt de berichtgeving altijd? Vaak wordt vergeten dat het strafproces een tweeledig doel dient: zorgen dat schuldigen veroordeeld worden en voorkomen dat onschuldigen gestraft worden. Een verdachte is dus pas een dader als hij door de rechter is veroordeeld na een eerlijk strafproces.

Waar we in de cursus Materieel strafrecht vooral aandacht besteed hebben aan de vraag welk gedrag strafbaar is en onder welke omstandigheden een dader niet strafbaar is (de zogenaamde strafuitsluitingsgronden), ligt de nadruk in deze cursus Formeel strafrecht op de vraag wat er moet gebeuren indien het vermoeden rijst dat een persoon een strafbaar feit heeft begaan. Een element dat in beide cursussen - en overigens al in de cursus Inleiding Strafrecht - aan de orde komt is het zogenaamde rechterlijke beslissingsmodel van de artikelen 348 en 350 Wetboek van Strafvordering. In dit model komt feitelijk alle kennis omtrent het straf(proces)recht samen. In het kader van de verdere uitdieping van dit rechterlijk beslissingsmodel wordt in deze cursus bijvoorbeeld dieper ingegaan op de vereisten waar een tenlastelegging aan moet voldoen, onder welke voorwaarden die tenlastelegging kan worden gewijzigd door de officier van justitie, hoe een dagvaarding aan de verdachte betekend dient te worden, welke rechter bevoegd is om van de zaak kennis te nemen en onder welke voorwaarden de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging. Tevens wordt het Nederlands bewijsstelsel geïntroduceerd: hoe komt de Nederlandse strafrechter tot een bewezenverklaring? Daarnaast wordt aandacht besteed aan de sanctionering van vormverzuimen in het vooronderzoek: wat moet er bijvoorbeeld gebeuren met de verklaringen van verdachte die hij heeft afgelegd tijdens het politieverhoor als hij niet vantevoren in de gelegenheid is gesteld om een raadsman te consulteren? Dit is slechts een greep uit de onderwerpen die behandeld zullen worden in deze cursus, waarbij de constante belangenafweging tussen de instrumentele en rechtsbeschermende werking van het strafprocesrecht steeds een grote rol speelt.

Aanmelden

Aanmelden

Aanmelden is mogelijk voor iedereen.

Toelichting aanmelden

Deze cursus start maandag 30 april 2018. We adviseren om u uiterlijk maandag 16 april 2018 hiervoor aan te melden zodat u tijdig het cursusmateriaal ontvangt, toegang heeft tot de leeromgeving en (indien van toepassing) ingedeeld kunt worden in een studiegroep. Bij aanmelding na 16 april 2018 kunnen we dit niet garanderen. Aanmelden is mogelijk tot en met 29 april 2018.
Na de startdatum van de cursus is aanmelden niet meer mogelijk. De cursus wordt dit academisch jaar éénmaal aangeboden. Vanaf juli 2018 is het weer mogelijk om in te schrijven voor de start van het academisch jaar 2018-2019.

Deze cursus is wederzijds uitsluitend met de oude cursussen Strafrechtspleging 1 en/of Dwangmiddelen en kunnen dus niet tezamen in een opleiding worden ingebracht vanwege inhoudelijke overlap.

Voorkennis

De cursus veronderstelt kennis op het niveau van de cursus Inleiding recht (voorheen de Basiscursus recht) en de cursus Inleiding Strafrecht.

Begeleiding

Begeleidingsvorm

Deze cursus heeft een vast startmoment. Kijk in het Jaarrooster wanneer de cursus van start gaat en wanneer de begeleiding is ingeroosterd.

Online bijeenkomsten in het vierde kwartiel.

Docenten

Mw. mr. M. Attinger, dhr. drs. D. van Ekelenburg en mw. mr. dr. W. Dreissen.

Bereikbaarheidsoverzicht

Bereikbaarheidsinformatie docenten/examinatoren

Tentamen

Tentamenvorm

Regulier schriftelijk tentamen bestaande uit open vragen (ov).

Meer info

Cursusmateriaal

De cursus bestaat uit twee tekstboeken (B.F. Keulen en G. Knigge m.m.v. D.H. de Jong, 'Strafprocesrecht', 13e druk, Kluwer en F.A.J. Koopmans - bewerkt door F.J. Beichrodt, J.H.J. Verbaan en R.J. Verbeek, Het beslissingsmodel van 348/350 Sv, 13e druk, Kluwer), een aantal verplichte arresten (die u zelf moet opzoeken via de relevante elektronische databanken) en de teksten in de cursusstructuur van de online studieomgeving.

Digitale leeromgeving

Na inschrijving heeft u via de online studieomgeving (cursussite) toegang tot alle (praktische) informatie die van belang is voor deze cursus. U vindt op de cursussite bijvoorbeeld informatie over de begeleiding en u kunt er met medestudenten en docent(en) in discussie over de leerstof in de discussiegroep.