Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
CW_DrugsgebruikAlsOpstand_head_large.jpg
Drugsgebruik als opstand
Webcolumn Cultuurwetenschappen - door Gemma Blok - september 2018

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Vinkenoog (1928-2009) omschreef zijn gebruik van hasj, weed en LSD als een 'guerilla tegen de samenleving'. Hij en zijn vrienden waren de pioniers van recreatief drugsgebruik in naoorlogs Nederland, toen de heipalen van de wederopbouw nog volop dreunden en de vaders met hun broodtrommels onder de snelbinders naar hun werk fietsten. Vinkenoog cum suis zagen hun drugsgebruik als maatschappelijk protest. Ze noemden zich de 'ronde' mensen, die zich verzetten tegen de 'vierkante' mensen: de aangepaste burgers die als schapen in de rij stonden en gewoon doorgingen met het leven zoals dat zich aan hen aanbood, of ze dat nou prettig vonden of niet.

Verzet

Bij opstand denken we meestal aan politiek en gewelddadig protest, maar deze pioniers zagen het ook als een vorm van verzet om je in de geest buiten de samenleving te plaatsen. Om je niet te laten verlokken tot consumptie door reclames. Om je niet te laten pushen door de prestatiemaatschappij. Door je bewustzijn te verhogen met drugs gingen 'vensters voor je open' en zag je in hoe je al vanaf je vroege jeugd werd gemanipuleerd om te doen wat anderen wilden. Zo werd het verzet geboren en kon je beginnen je te onttrekken aan alle maatschappelijke spelletjes. Het was een geweldloze, maar zeer effectieve manier om een dikke middelvinger op te steken naar ouders, leraren, priesters en dominees. Ronde mensen waren vrije mensen.

Negerorkestjes

Ondertussen waren deze Nederlandse pioniers niet zo uitzonderlijk als ze zelf graag dachten. Achteraf kunnen we constateren dat ze onderdeel waren van een breder proces van 'Amerikanisering' dat ons land destijds doormaakte. Op cultureel gebied gingen de neuzen na 1945 steeds meer in de richting staan van de Verenigde Staten; niet in de laatste plaats natuurlijk vanwege hun hulp in de strijd tegen de nazi’s en economische steun na de Tweede Wereldoorlog. In de bioscoop trokken Rebel without a cause en Westside Story een massapubliek. Maar ook de Amerikaanse drugs-subcultuur stak de Atlantische oceaan over.

In de Verenigde Staten was in de jaren twintig een explosieve mix ontstaan van jazz, zwarte emancipatiedrang en drugsgebruik. Opstandige jonge Afrikaans-Amerikaanse mannen kwamen samen in dancings in de New Yorkse wijk Harlem, destijds het hart van emancipatiebeweging de 'New Negro Movement'. Dansend op de nieuwe opzwepende jazzmuziek ontwikkelden ze een rebelse ideologie, waarin het roken van marihuana gekoppeld werd aan protest tegen hun onderdrukte positie .'Light up and be somebody' was hun slogan. Hun grote voorbeeld was Louis Armstrong, die zich had opgewerkt van armoedige kolensjouwer tot beroemde jazzmusicus. Dat hij graag blowde was geen geheim: hij trad vaak stoned op en zong ook over zijn drugsgebruik – in straattaal, herkenbaar voor ingewijden.

Na 1945 waaide deze subcultuur over naar Nederland. In Duitsland gelegerde Amerikaanse militairen die op verlof naar Amsterdam kwamen, gebruikten en verkochten hier cannabis. Jazzmusici, meestal ook Amerikanen, kregen hun drugs aangeleverd van Creoolse zeelieden. De handel was geconcentreerd in Rotterdam op Katendrecht en in Amsterdam op de Zeedijk en Nieuwedijk, 'de enige plaatsen namelijk waar de weinige negerorkestjes, welke ons land rijk is, emplooi vinden.' Het was ook op de Zeedijk, in dancings als de Cotton Club en Casablanca, dat Simon Vinkenoog zijn eerste jointjes rookte.

De naald als wapen

De link tussen drugsgebruik en rebellie bereikte zijn hoogtepunt in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De Amerikaanse LSD-goeroe Timothy Leary, een ontslagen Harvard psycholoog, moedigde met zijn beroemde slogan Turn on, tune in and drop out de jeugd aan om hun geest te verruimen met psychedelica en te gaan leven volgens hun eigen wensen en inzichten, zelfvoorzienend en los van de consumptiemaatschappij. Het werd dé slogan van de 'psychedelische revolutie' van de jaren zestig. De meest radicale rebellen grepen hem aan om hun werk of studie te laten vallen, hun huis te verkopen, zich aan te sluiten bij een commune of in een busje door Amerika of de wereld te gaan trekken: on the road, zoals schrijver Jack Kerouac al had beschreven in zijn beroemde boek uit 1957.

Anderen leefden hun rebellie uit in steeds extremere vormen van drugsgebruik: ze promoveerden van cannabis en LSD via speed naar het gebruik van heroïne, een sterk werkend opiaat (gemaakt van de natuurlijke stof opium) waardoor je je enorm prettig gaat voelen. Heroïne heeft naast een kalmerende en pijnstillende werking ook een euforisch effect, dat eind jaren zestig in poëtische termen werd bezongen door Lou Reed en zijn band de Velvet Underground. Het spuiten van heroïne kreeg in subculturele kringen een hoge status: wie een naald in zijn arm durfde steken om de ultieme kick te verkrijgen, ging een grens over en behoorde tot de 'eredivisie' van drugsgebruikers. De naald was een nog krachtiger wapen in de geweldloze strijd tegen de samenleving dan de joint.

Agenda-hedonisme

De rebelse droom verloor veel van zijn glans in de jaren tachtig, toen duizenden jonge mannen en vrouwen zwaar verslaafd waren geraakt aan de heroïne. Omdat deze verboden drug erg duur was, en adequate zorg schaars, raakten ze snel aan lager wal. De aanblik van deze verloederde 'junkies' was geen goede reclame voor de opiaten. Maar tegelijkertijd kwam er eind jaren ’80 een nieuwe drug op de markt, samen met een nieuwe muziekstroming: de ecstasy en de housemuziek veroorzaakten een 'tweede psychedelische revolutie'. Massa’s mensen kwamen op de been om nachtenlang te dansen op deze technologische beats zonder melodie en zonder einde.

Maar deze tweede psychedelische revolutie was een stuk milder. De ontdekking van de XTC viel weliswaar samen met het einde van de Koude Oorlog en leidde tot slogans als 'drop pills, not bombs', maar echt opstandig was de sfeer niet. Mensen vierden feest in het weekend, om daarna gewoon weer verder te gaan met hun studie of werk. Oude hippies klaagden: deze nieuwe generatie was te pragmatisch. 'Agenda-hedonisten' gingen ze heten: mensen die hun lolletjes goed planden.

Is er nu nog iets over van de romantische link tussen drugs, opstand en zelfontplooiing? Het lijkt erop dat drugsgebruik zodanig wijdverbreid is geraakt dat het van een subculturele onderstroom bijna het nieuwe normaal is geworden. Het is de vraag wat nog het shockeffect is van populaire hitjes als 'Kind van de duivel' van Jebroer '(Feesten alsof iedere dag hier mijn laatste is/Gooi drank en drugs op mijn kist!)' of 'Drank en Drugs' van Lil Kleine en Ronnie Flex ('als je bitch wil chillen is dat geen probleem, dan kom ik erheen en niet alleen/want ik heb drank en drugs'). Die laatste song was vooral erg populair op kinderfeestjes en campingdisco’s.

Gemma Blok