null Europese landen leren aan Open Universiteit over aanpak mijnbouwschade

RW_Mijnbouwschade_head_large.jpg

Europese landen leren aan Open Universiteit over aanpak mijnbouwschade

Armoede, gezondheidsklachten, scheuren en verzakkingen in woningen. Vijftig jaar na de mijnsluiting werkt Heerlen nog steeds aan oplossingen voor de schade waar veel Europese landen in transitie nog tegenaan zullen lopen. Hoe kunnen deze mijnregio’s van elkaar en van Nederland leren? Ambtenaren en wetenschappers uit negen Europese landen waren vorige week te gast in Zuid-Limburg voor het Europees wetenschappelijk project EUMINDA dat onder leiding van de Open Universiteit de aanpak van mijnbouwschade onderzoekt. Ze bezochten de Oranje Nassau Mijn, oude mijnwerkerswijken en Enci groeve in Maastricht.

De Open Universiteit verwelkomde een kleine vijftig vertegenwoordigers uit Nederland, Finland, Polen, Tsjechië, Roemenië, Spanje, Griekenland, Oekraïne en Bosnië-Herzegovina. EUMINDA ontvangt 2,3 miljoen subsidie via Interreg Europe. Op het tweedaagse programma (24 en 25 september 2026) in Heerlen stonden lezingen, workshops en rondleidingen door de Oranje Nassau Mijn en voormalige mijnkolonies in Heerlen en de ENCI-groeve Maastricht.

Lessen uit het verleden

De tweedaagse bijeenkomst werd geopend door Elianne Dumollin-Schneiders, gedeputeerde van de Provincie Limburg. Zij benadrukte het belang van samenwerking, ook al verschillen de aard en omvang van mijnschade per land. De transities waar met name mijnregio’s in Oost-Europa nog voor staan, speelden vijftig jaar geleden in Limburg en later in Finland en Spanje. De vraagstukken waarmee zij kampen zijn in heel Europa herkenbaar. 'Hoe doen we recht aan mensen die worden getroffen? Hoe brengen we juridische, sociaaleconomische en milieuvraagstukken met elkaar in verband? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat lessen uit het verleden leiden tot beter beleid voor de toekomst?'

Nieuwe schaderegeling Heerlen

Kartrekker van het European Mining Damage (EUMINDA) project is Michiel Tjepkema, hoogleraar Overheidsaansprakelijkheid en mijnbouwschade aan de Open Universiteit. Hij nam de gasten mee in het Limburgse mijnbouwverleden. Ook vertelde hij over de nieuwe schaderegeling van de overheid voor duizenden bewoners die te maken hebben met scheuren en verzakkingen als gevolg van kleine aardbevingen en veranderingen in de bodem door stijgend grondwater na mijnbouw.

'Voor bewoners was het moeilijk om aan te tonen dat schade daadwerkelijk door mijnbouw is veroorzaakt', legt Tjepkema uit. 'Bovendien: de mijnbouwbedrijven die destijds actief waren, bestaan niet meer en claims waren verjaard.' Promovendus Arjan Wingelaar vult later aan: 'Die bewijslast vormt een belangrijk knelpunt. Om als huiseigenaar aannemelijk te maken dat schade door mijnbouw is ontstaan, is kostbaar onderzoek nodig. Dat maakt een schadeprocedure ingewikkeld, belastend en onbetaalbaar voor mensen.'

'In Limburg, legt Tjepkema uit, is nu dan ook het uitgangspunt dat bewoners worden ontzorgd door de bewijslast te verlichten, ingewikkelde procedures te vermijden en één herkenbaar loket in te richten. Het Instituut voor Mens, Milieu en Mijnbouw Limburg (I3ML) bestaat binnenkort een jaar.' Volgens Tjepkema kan deze benadering ook voor andere landen over een tijdje waardevol zijn.

Verschillende landen, herkenbare vraagstukken

Van de andere Europese landen is nu lang nog niet iedereen al met compensatie bezig. Dat is soms ook een kwestie van cultuur. 'Nederland staat bekend als compensatieland', weet promovendus Arjan Wingelaar die de juridische aspecten van mijnbouwschade in Europa onderzoekt. 'Maar in een land als Roemenië verhuizen mensen naar een andere woning in de omgeving als ze ernstige mijnschade hebben. Of ze krijgen een klein bedrag en dan is daarmee de kous af.'

In Roemenië spelen nog andere sociaaleconomische en milieuvraagstukken, zoals ook in Polen, Griekenland, Tsjechië en Oekraïne, die nu midden in het proces van mijnsluiting zitten. In het Poolse Olkusz liep een nieuw aangelegde snelweg onder water en veranderde het hele gebied in één groot meer door stijgend grondwater.

Passende banen

Projectmanager Pavlos Kilintzis van Region Union of Multiciples West-Macedonië in Griekenland maakt zich met name zorgen over de duizenden mensen die op het punt staan hun baan te verliezen. 'Er zijn nog steeds geen vervangende banen. Dat is het grootste probleem.' Tijdens de rondleiding door de wijken Beersdal en Vrieheide vertelt Eugène Huids, directeur van I3ML, over de misvatting in Limburg dat ontslagen mijnwerkers gecompenseerd konden worden met kantoorbanen door de komst van overheidsinstellingen als CBS en UWV.

Kilintzis: 'Wat wij daarvan kunnen leren is dat vervangende werkgelegenheid of herscholing passend moet zijn voor mensen die gewend zijn aan fysieke arbeid. Wat bij ons ook speelt is dat er veel werknemers zijn zonder vast contract, die lopen nu het risico buiten regelingen te vallen.'

Ook in Oekraïne staan ze door de oorlog voor problemen van een heel andere orde. 'Onze mijnen zijn vernietigd of bezet', vertelt projectmanager Kateryna Zablotska uit Oekraïne. 'Maar we hebben ook mijnen die nog in bedrijf zijn, en daar is een tekort aan arbeidskrachten omdat alle gezonde mannen aan het front vechten.'

Internationale rechtsvergelijking

Michiel Tjepkema kijkt terug op een geslaagde bijeenkomst. 'Ook al verschillen de problemen per land, er is één vraagstuk dat elke mijnregio bezighoudt: hoe stel je mensen centraal bij het rechtvaardig en eerlijk afhandelen van mijnbouwschade? Het project EUMINDA laat zien dat internationale rechtsvergelijking en kennisuitwisseling daarbij kunnen helpen.'

Stakeholders Limburg

Stakeholders van EUMINDA in Limburg zijn: de gemeente Heerlen, Stein, Sittard-Geleen, Voerendaal, Kerkrade, Brunssum, Landgraaf, I3ML, Provincie Limburg, Staatstoezicht op de Mijnen, Commissie Mijnbouwschade, Mijnmuseum Heerlen en Nationaal Programma Heerlen-Noord ondersteunen het project. EUMINDA ontvangt subsidie via Interreg Europe.