null Waarom de EU-aanpak tegen dwangarbeid nú relevant is

RW_Webcolumn_Relevantie_EU-aanpak_Dwangarbeid_28530_head_large.jpg

Waarom de EU-aanpak tegen dwangarbeid nú relevant is

Webcolumn Rechtswetenschappen - door Sonja Kruisinga - januari 2026

Over het uitbannen van dwangarbeid door de Europese Unie. Waarom het nu al van belang is om rekening te houden met de anti-dwangarbeidverordening.

Belemmering

Dwangarbeid vormt een ernstige schending van de menselijke waardigheid. Bovendien draagt dwangarbeid bij aan de instandhouding van armoede en vormt het een belemmering om iedereen waardig werk te bieden. Dit volgt uit de preambule van het Protocol van 2014 bij het Verdrag betreffende dwangarbeid van de Internationale Arbeidsorganisatie. Al in 1930 nam de Internationale Arbeidsorganisatie een verdrag aan ter voorkoming van dwangarbeid: het Verdrag betreffende de gedwongen arbeid, 1930.

Anti-dwangarbeidverordening

Recentelijk heeft de Europese wetgever verder invulling gegeven aan het bestrijden van het gebruik van dwangarbeid. Op 27 november 2024 hebben het Europees Parlement en de Raad een verordening aangenomen ter bestrijding van het gebruik van dwangarbeid in de Europese Unie, de anti-dwangarbeidverordening (hierna: de verordening). Deze verordening bevat een verbod op met dwangarbeid vervaardigde producten. Artikel 3 van deze verordening bepaalt dat marktdeelnemers met dwangarbeid vervaardigde producten niet in de Europese Unie in de handel mogen brengen en deze niet op de markt mogen aanbieden. Ook mogen zij zulke producten niet uitvoeren uit de Europese Unie. Daarbij geldt dat producten die online te koop worden aangeboden, worden geacht op de markt te zijn aangeboden indien het aanbod gericht is op eindgebruikers in de Europese Unie (artikel 4 van de verordening).

Ruim toepassingsgebied vraagt tijdige aanpassing

Hoewel de verordening pas met ingang van 14 december 2027 van toepassing zal zijn, is het nu al van belang om hiermee rekening te houden, aangezien de verordening een ruim toepassingsgebied heeft. Om ervoor te zorgen dat producten die in 2027 op de markt komen, voldoen aan de eisen die de anti-dwangarbeidverordening stelt, is het van belang nu al voorbereidingen te treffen om, waar nodig, productieprocessen aan te passen. Alle voorschakels die een rol spelen bij de vervaardiging van producten zullen hier ook rekening mee moeten houden. Zo is de definitie van een 'met dwangarbeid vervaardigd product' nogal veelomvattend: dit is 'een product waarvoor in enig stadium van de winning, oogst, productie of vervaardiging geheel of gedeeltelijk dwangarbeid is gebruikt, met inbegrip van de bewerking of verwerking in verband met een product in enig stadium van de toeleveringsketen' (curs. SK) (artikel 2 sub 7 verordening). Daarbij geldt dat de toeleveringsketen het systeem is van 'activiteiten, processen en actoren die betrokken zijn bij alle stadia voorafgaand aan het op de markt aanbieden van het product, geheel of gedeeltelijk, met inbegrip van bewerkingen of verwerkingen in verband met het product in een van deze stadia' (artikel 2 sub 8 verordening). Voor de definitie van het begrip 'dwangarbeid' verwijst de verordening naar de relevante verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (artikel 2 sub 1 verordening).

Databank en toezicht vooruitlopend op 2027

De anti-dwangarbeidverordening zal, zoals gezegd, van toepassing zijn met ingang van 14 december 2027. Vooruitlopend daarop is een aantal bepalingen al van toepassing met ingang van 13 december 2024 (artikel 39 van de verordening). Deze bepalingen hebben onder meer betrekking op de aan te wijzen toezichthoudende autoriteiten en het door de Commissie en de bevoegde autoriteiten te gebruiken informatie- en communicatiesysteem. Zo zal de Europese Commissie een databank opzetten die 'indicatieve, niet-uitputtende, op bewijsmateriaal gebaseerde, verifieerbare en regelmatig bijgewerkte informatie (bevat) over risico’s inzake het bestaan van dwangarbeid (…)' (artikel 8 lid 1 van de verordening). Deze databank is gebaseerd 'op onafhankelijke en verifieerbare informatie van internationale organisaties of institutionele, onderzoeks- of academische organisaties; de databank maakt geen informatie openbaar waarin marktdeelnemers rechtstreeks bij naam worden genoemd' (art. 8 lid 2 verordening). De databank zal uiterlijk op 14 juni 2026 in alle officiële talen van de instellingen van de Europese Unie openbaar worden gemaakt (art. 8 lid 3 verordening).

Bevoegde autoriteiten en handhavingsmaatregelen

De handhaving van het verbod op dwangarbeid vindt plaats via het publiekrecht. Elke lidstaat wijst één of meer bevoegde autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor het nakomen van de in de verordening neergelegde verplichtingen (artikel 5 lid 1 verordening). Vindt de vermoedelijke dwangarbeid plaats buiten het grondgebied van de Europese Unie, dan treedt de Europese Commissie op als de leidende bevoegde autoriteit. Wanneer de vermoedelijke dwangarbeid plaatsvindt op het grondgebied van een lidstaat, dan treedt een bevoegde autoriteit van die lidstaat op als de leidende bevoegde autoriteit (artikel 15 verordening). Mocht de leidende bevoegde autoriteit vaststellen dat sprake is van een gegrond vermoeden van schending van het verbod op dwangarbeid, dan opent zij een onderzoek naar de betrokken producten en marktdeelnemers. Stelt de leidende bevoegde autoriteit vast dat de betrokken producten in strijd met artikel 3 van de verordening in de handel zijn gebracht, op de markt zijn aangeboden of zijn uitgevoerd, dan bepaalt artikel 20 lid 4 van de verordening dat de leidende bevoegde autoriteit 'onverwijld' een besluit vaststelt met de volgende inhoud:

'a) een verbod om de betrokken producten in de Unie in de handel te brengen of op de markt aan te bieden en die uit te voeren;
b) een tot de marktdeelnemers waarop het onderzoek betrekking heeft gericht bevel om de producten die reeds in de handel zijn gebracht of zijn aangeboden op de markt van de Unie, uit de handel te nemen, of om inhoud van een online-interface waarmee wordt verwezen naar de betrokken producten of naar een assortiment waarin de betrokken producten zijn opgenomen, te verwijderen;
c) een tot de marktdeelnemers waarop het onderzoek betrekking heeft gericht bevel om de betrokken producten te verwijderen (…) of, indien onderdelen van het product die in strijd met artikel 3 blijken te zijn, vervangbaar zijn, een tot die marktdeelnemers gericht bevel om die onderdelen van dat product te verwijderen'.

Reikwijdte uit handel nemen producten

Met andere woorden, de leidende bevoegde autoriteit zal in geval van schending van artikel 3 van de verordening onder meer bepalen dat de betrokken producten uit de handel moeten worden genomen. Interessant daarbij is overigens dat de verordening geen betrekking heeft op 'het uit de handel nemen van producten die de eindgebruikers op de markt van de Unie hebben bereikt' (artikel 1 lid 2 verordening). Dat betekent mijns inziens dat een product dat eenmaal bij een consument in de kast staat, niet op grond van de hiervoor genoemde bepaling zal worden geraakt en dus rustig in de kast kan blijven staan. Uit de verordening volgt overigens dat een eindgebruiker niet alleen een consument is, maar ook een professionele eindgebruiker kan zijn (artikel 2 sub 13 verordening).