null Sporen van het lichamelijke - over lichaam en geest in de rouw van heden en verleden

CW_MndvdGeschiedenis_Artikel_WouterSchrover_head_large.jpg

Sporen van het lichamelijke - over lichaam en geest in de rouw van heden en verleden

'Alles is er nog. Als ik in de kamer ben, ruik ik haar nog steeds. Een lekkere meisjeslucht. Kan verbeelding zijn, hoor.' Aldus voormalig staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), in een interview op 21 juli 2021 met de Volkskrant, over de geur in de kamer van zijn overleden dochter Julia. Blokhuis' ervaring staat niet op zich: voor veel nabestaanden houden juist de sporen van de lichamelijke aanwezigheid van een overledene de herinnering aan haar of hem levend.

In de negentiende eeuw doet zich een betekenisvolle culturele verandering voor: de schilderkunst, die werkt op basis van gelijkenis tussen beeld en afgebeelde, krijgt gezelschap van de fotografie, waarvan de werking berust op aangrenzendheid (door middel van de inval van licht op een lichtgevoelige laag), oftewel de nabijheid van beeld en afgebeelde. Het nieuwe medium zorgt ervoor dat voor veel meer mensen een concreet beeld de herinnering aan een overleden persoon kan helpen levend te houden.

Foto: Post-mortemportret van een onbekende oude vrouw, daguerreotypie. Objectnummer RP-F-F14377, Rijksmuseum Amsterdam.

Fotografie en haarwerkjes

In die tijd ging het meestal om post-mortemfotografie, aangezien er tijdens het leven veel minder werd gefotografeerd dan tegenwoordig. Het is een traditie die nog niet helemaal is uitgestorven, hoewel heden ten dage vooral foto’s die tijdens het leven genomen zijn bij rouwenden een belangrijke plaats innemen. Daarnaast kunnen video’s een overledene in beeld én geluid bij dierbaren terugbrengen. Er is zelfs een bedrijf dat belooft dat een gestorvene nabestaanden 'levensecht (kan) toespreken' door middel van de holografische weergave van een video: tijdens de uitvaartplechtigheid spreekt hij of zij dan, ten voeten uit en ogenschijnlijk driedimensionaal, zijn of haar laatste woorden uit.

Er zijn ook andere culturele uitingsvormen die werken op basis van nabijheid met het lichaam van een overleden persoon. In de negentiende eeuw was het haarwerkje een bekend rouwfenomeen. Het haar van een overledene werd verwerkt in een sieraad of uit het haar werd, bij wijze van kunstig herinneringsobject, een voorstelling van bijvoorbeeld een kerkhof gemaakt.

Foto: In een ovaal medaillon zijn met mensenhaar een grafwerk met treurwilg, zeis en een gevleugelde zandloper afgebeeld op een benen plaatje. Objectnummer 20343, Museum Rotterdam.

Hedendaagse rouw

Tegenwoordig zijn haarwerkjes niet meer zo gangbaar, maar wel worden volop sieraden verkocht waarin je een haarlok kunt doen. Uitvaartverzorgers bieden zo’n sieraad in allerlei varianten aan. Ook populair zijn sieraden met de vingerafdruk van een betreurde dierbare. Een nabestaande vertelt op de website van uitvaartverzekeraar DELA: 'Het hangertje met de vingerafdruk van mijn vader draag ik elke dag. Als ik het vastpak, is het alsof ik hem even aanraak. Zo heb ik mijn vader bij me en daar voel ik me door gesterkt.'


Foto: Halssnoer met gouden slot met haarwerk. Objectnummer Z.16-64, Nederlands Openluchtmuseum.

De overledene in zijn of haar nabijheid voelen is ook het motief van veel mensen om in huis een gedenkplaats of altaar in te richten. In Wat doen we met de spullen? (2021) schrijft journalist Dick Wittenberg over de wijze waarop zeven kinderen na het overlijden van hun negentigjarige moeder met haar nalatenschap omgaan. Dochter Antoinette heeft in het huis van haar moeder, waar ze vaak komt om de bezittingen te inventariseren, een gedenktafel ingericht, waardoor ze 'zich niet moederziel alleen voelt als ze in dit lege huis komt. 'Hoi moeder', roept ze al in de deurpost. Ze wacht nog elke keer op haar stem.' De gedenktafel bestaat onder meer uit een foto van moeder en een 'glazen pot met krammetjes die moeder overhield van een operatie aan een vernauwde beenslagader'. Het zijn sporen van een voorbij bestaan die de herinnering levend houden.

Uiteraard zijn ook asresten sporen van het lichamelijke. Met de steeds toenemende populariteit van crematie is het aanbod van sieraden, armbanden, bedels, sculpturen, knuffelstenen en andere objecten waarin de as van een overledene kan worden bewaard, inmiddels niet meer te overzien. Ook een tatoeage laten zetten met as behoort tegenwoordig tot de mogelijkheden. Overigens weet iedere tatoeëerder te vertellen dat in zo’n tatoeage niet daadwerkelijk as zit: bij het mengen met de inkt zakt de as namelijk naar beneden. Het gaat om het idee.

21 gram

De Nederlandse kunstenaar Mark Sturkenboom heeft met 21 grams: Poetic Justice (2016) een object gemaakt dat het verlangen naar verbondenheid met een overleden geliefde op originele wijze uitdrukt. Het is een prachtig afgewerkt kistje dat verschillende sporen van de overledene kan bevatten, zoals diens trouwring en favoriete geurtje. In een interview met podcastmakers van het AD zei Sturkenboom er zelf over: 'Het is een herinneringskistje met daarin een urn. En dat kistje herbergt eigenlijk alle mooie herinneringen die een weduwe heeft aan haar overleden man.' Ook vertelde de kunstenaar dat het kistje op slot kan: de sleutel heeft de vorm van het profiel van de overledene. In de urn zit een gouden capsule waarin precies 21 gram as past. Daarmee verwijst Sturkenboom naar een Amerikaanse arts die aan het begin van de twintigste eeuw een - al direct hevig bekritiseerd - experiment uitvoerde waaruit zou blijken dat de ziel 21 gram weegt: het verschil in gewicht van een persoon vlak vóór en vlak ná overlijden. De urn zelf is gemaakt van glas en de vorm ervan refereert, aldus de kunstenaar, aan 'een seksuele intimiteit die je ook niet meer hebt' als weduwe.


Foto: Mark Sturkenboom presenteert zijn herinneringskistje 21 grams bij Vice TV.

Duidelijk is dat de urn uitdrukking geeft aan zowel geestelijke als lichamelijke verbondenheid en dus niet alleen uitnodigt tot stil mijmeren bij kaarslicht. Terwijl de urn opgevat kan worden als spoor van het verlangen naar nabijheid van de nabestaande, is een ander element in het kistje te beschouwen als het zinnebeeld van de onmogelijkheid om die nabijheid ten volle te ervaren, namelijk: een in gif gedrenkte sigaret waarmee de rouwende het eigen leven beëindigen kan.

Objecten met asresten, een haarlok of een vingerafdruk, foto’s van de overledene en andere zaken - variërend van een favoriet parfum tot operatiekrammetjes - die aan hem of haar doen denken: het zijn lichamelijke sporen die de geestelijke verbondenheid tussen overledene en nabestaande oproepen. Soms is die band tussen lichaam en geest zeer uitgesproken, zoals bij het op de huid aanbrengen van met as gemengde tatoeage-inkt en bij Sturkenbooms kunstzinnige kist. Het dode lichaam zelf is na het overlijden voor nabestaanden echter altijd slechts aanwezig tot het moment van de uitvaart, wanneer het wordt begraven of verbrand.

Plastineren en begrafeniskannibalisme

Dat kan ook anders. Zo presenteert een in 2018 door de TU Delft gepubliceerd rapport plastineren en begrafeniskannibalisme als mogelijke vormen van lijkbezorging. Bij begrafeniskannibalisme wordt het dode lichaam bereid en vervolgens gegeten door de nabestaanden. Het kwam vroeger voor in een aantal niet-westerse regio’s. Plastineren is een proces waarbij lichaamsvocht en -vet worden vervangen door plastic, waardoor het gevilde lichaam geconserveerd wordt. De bekendste voorbeelden van geplastineerde lichamen zijn te vinden in Body Worlds-tentoonstellingen van de geestelijk vader van de plastinatietechniek, de Duitse anatoom Gunther von Hagens (1945-2026). Daar dienen ze vooral een educatief en esthetisch doel.

Foto: Geplastineerde lichamen in Body Worlds. Foto Body Worlds Amsterdam. © All rights reserved by bodyworldsnl.

Overigens stellen de Delftse onderzoekers, die het ministerie van Binnenlandse Zaken adviseren, deze vormen van lijkbezorging niet als wenselijk voor (vanwege morele, emotionele, culturele, milieutechnische en gezondheidsredenen) – toch is het een prikkelende gedachte. Het geplastineerde lichaam van oma in de woonkamer? Het zou kunnen. De nieren proeven van je beste vriend na diens overlijden? Niet onmogelijk.

Verleden, heden, toekomst

En zoveel verschillen deze opties niet van de wél gangbare manieren om een overledene te gedenken. De herinneringsfunctie van zowel begrafeniskannibalisme als tatoeëren met as berust op een samengaan van het zorgvuldig bewerkte lichaam van de overledene met dat van de nabestaande(n). Het geplastineerde lichaam wekt weliswaar de schijn van authenticiteit, maar is in feite het product van een ingewikkelde chemische bewerking, zo heeft cultuurwetenschapper José van Dijck betoogd in The transparant body (2005). Esthetiek en herinnering gaan een verbond met elkaar aan, zoals sieraden met een haarlok of vingerafdruk dat eveneens doen. En waar zo’n lok of afdruk naar het oorspronkelijke lichaam verwijst, maar er zeker niet mee samenvalt, geldt dat evenzeer voor het geplastineerde lichaam. Ongetwijfeld zijn er mensen te vinden die hun lichaam na hun overlijden op een mooi plekje in huis zouden wensen, wellicht tussen opgezette favoriete huisdieren.

Sporen van het lichamelijke hebben een duidelijke herinneringsfunctie. Dat hadden ze vroeger al (post-mortemfotografie, haarwerkjes) en dat hebben ze nog steeds. De manieren waarop die sporen gestalte krijgen, zijn veranderd; daarvan getuigen bijvoorbeeld de populariteit van gedenkplaatsen in huis en het ruime aanbod aan ashouders en vingerafdruksieraden. Een praktijk als het tatoeëren met as is een niche, maar zeker geen uitzondering meer. En wat de toekomst ook te bieden heeft, herinneringspraktijken zullen ten minste gedeeltelijk in het teken blijven staan van de afwezige aanwezigheid van het lichaam van de overledene.

Wouter Schrover

Deze tekst verscheen in een iets andere versie eerder in tijdschrift voor funerair erfgoed Terebinth (2022), jaargang 36, aflevering 1.

Wouter Schrover is begeleider bij de propedeuse- en premastercursus Academisch schrijven. Het thema lichamelijkheid staat centraal in een van de themapakketten in deze cursus.