Optimisme versterkt mentale gezondheid
Een optimistische blik lijkt een bijdrage te leveren aan een goede mentale gezondheid. Dat komt naar voren uit een studie die OU-buitenpromovenda Lilian Jans-Beken heeft gedaan, samen met Sanne Peeters, Mayke Janssens, Johan Lataster en Nele Jacobs van de vakgroep Levenslooppsychologie van de Open Universiteit.

Longitudinale studie

Een artikel over het onderzoek is gepubliceerd in de editie van maart 2017 van vaktijdschrift De Psycholoog. Het betreft een longitudinale studie waarbij een groep van enkele honderden Nederlandse volwassenen op drie momenten online vragenlijsten heeft ingevuld. Met dit onderzoek zijn de longitudinale relaties (in de tijd) tussen psychische klachten, psychisch welbevinden en optimisme in kaart gebracht.

Twee-continuamodel

De onderzoekers zijn vertrokken vanuit het zogenoemde twee-continuamodel van mentale gezondheid van de Amerikaanse psycholoog Corey Keyes. Dat model maakt onderscheid tussen psychisch welbevinden en de aan- of afwezigheid van psychische klachten. Het suggereert dat mensen zich ondanks psychische klachten toch goed kunnen voelen door factoren die het psychische welbevinden bevorderen. Een van die factoren is optimisme: de verwachting van een goede uitkomst (ook als het moeilijk wordt) en de overtuiging dat moeilijkheden kunnen worden aangepakt.

Nut voor beroepspraktijk

De resultaten van de studie laten zien dat het optimistisme van mensen niet voorspellend is voor de mate van psychische klachten maar wel voor de mate van psychisch welbevinden. Een optimistische kijk gaat gepaard met meer psychisch welbevinden. Het kan in de beroepspraktijk van belang zijn om bij de cliënt te inventariseren in hoeverre een optimistische grondhouding aanwezig is en of er motivatie is om optimisme te cultiveren. Als de cliënt ervoor openstaat om aan een positieve levensverwachting te werken, dan kan dit bijdragen aan het versterken van de mentale gezondheid.