'Real life' contacten nog vaak basis voor online criminele netwerken
Cybercriminele netwerken ontstaan nog vaak vanuit sociale banden die leden in het ‘echte leven' met elkaar hebben. Zij kennen elkaar bijvoorbeeld vanuit de buurt waarin zij zijn opgegroeid of vanuit de gevangenis. Maar ook online forums vormen een bron voor rekrutering. Die maken dat netwerken met weinig leden toch wereldwijd actief kunnen zijn. Dit stelt onderzoeker Rutger Leukfeldt in zijn proefschrift ‘Cybercriminal networks. Origin, growth and criminal capabilities'. Hij promoveert op vrijdag 30 september 2016 om 13.30 uur aan de Open Universiteit in Heerlen.

Cybercriminele netwerken

Cybercriminele netwerken richten hun pijlen op klanten van financiële instellingen. Door bijvoorbeeld phishing, malware en hacken weten zij veel geld te stelen. Om deze netwerken zo goed mogelijk te kunnen bestrijden is het belangrijk inzicht te hebben in de achtergronden en het functioneren van cybercriminele netwerken en in de verschillen tussen deze en traditionele criminele netwerken. Op basis van veldwerk in Nederland, Duitsland, Engeland en Amerika bestudeerde Rutger Leukfeldt de ontstaans- en groeiprocessen van cybercriminele netwerken. Ook onderzocht hij hun structuur, werkwijzen en selectie van doelwitten.

Buurtgenoot of gevangenismaat

Leden van cybercriminele netwerken hebben nog altijd een voorkeur om samen te werken met mensen die ze kennen uit de fysieke wereld, ontdekte Leukfeldt. In Nederland geldt dit voor de meeste criminele netwerken. Leden groeiden bijvoorbeeld op in dezelfde buurt of zaten in dezelfde gevangenis. Maar ook sociale banden die online zijn ontstaan worden benut. Forums worden gebruikt voor het verwerven van kennis of het werven van specialisten zoals malwareontwikkelaars en vervalsers van identiteitspapieren. Er zijn overigens ook netwerken die volledig zijn gebaseerd op het gebruik van online forums. Door deze manier van werken worden de beperkingen van traditionele sociale banden (die bijvoorbeeld alleen toegang geven tot mensen binnen dezelfde regio of in eigen land) weggenomen. Deze netwerken kunnen daardoor wereldwijd actief zijn, met slechts een beperkt aantal leden.

Doelwitten

Bestaande criminologische theorieën blijken ontoereikend om inzicht te bieden in de selectie van doelwitten. "Misschien zijn in plaats van de kenmerken van individuen, de kenmerken van derde partijen (die bijvoorbeeld klantgegevens beheren) steeds belangrijker geworden bij de selectie van geschikte doelen", aldus Leukfeldt.

Over Rutger Leukfeldt

Rutger Leukfeldt (Groningen, 1982) behaalde in 2010 zijn master graad in Criminology aan de University of Leicester (UK). In de periode 2007-2016 was hij verbonden aan het lectoraat Cybersafety van de NHL Hogeschool en de Politieacademie. Daarnaast was hij vanaf 2012 als buitenpromovendus verbonden aan de Open Universiteit. In de periode 2007-2012 werkte Rutger als onderzoeker en/of projectleider mee aan verschillende onderzoeken op het gebied van cybercrime voor zowel publieke als private opdrachtgevers. Enkele voorbeelden zijn onderzoek naar de werkwijzen en daderkenmerken van cybercriminelen, onderzoek naar slachtofferschap van cybercrime onder burgers en onderzoek naar de doorstroom van cybercrimezaken binnen de strafrechtketen. Vanaf 2012 heeft Rutger zich full-time bezig gehouden met een promotieonderzoek naar cybercriminele netwerken. Op dit moment is Rutger als postdoc onderzoeker ‘Cybercrime' verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Promotie

Rutger Leukfeldt verdedigt zijn proefschrift ‘Cybercriminal networks. Origin, growth and criminal capabilities' op vrijdag 30 september 2016 om 13.30 uur aan de Open Universiteit in Heerlen. Zijn promotor is prof. dr. Wouter Stol van de Open Universiteit. Zijn co-promotor is dr. Nicolien Kop van de Politieacademie.