null Acht aspecten van toetsbekwaamheid volgens docenten

PSY_Geheugen_13641_head_large.jpg

Acht aspecten van toetsbekwaamheid volgens docenten

Uit onderzoek onder meer dan 500 hbo-docenten blijkt dat zij acht samenhangende aspecten van toetsbekwaamheid belangrijk vinden in hun toetspraktijk. Daarmee kunnen onderwijsinstellingen de professionalisering van docenten gericht ondersteunen.

Bij toetsbekwaamheid komt meer kijken dan het maken van een goede toets. Het gaat om professioneel handelen in uiteenlopende situaties. Docenten beoordelen studenten, geven feedback, werken samen met collega’s en werkveld, en hebben daarnaast vaak rollen in bijvoorbeeld curriculumontwerp of in borging van toetsing. Daardoor speelt toetsbekwaamheid zich niet alleen af in de klas, maar ook op opleidings- en organisatieniveau. Kennis over toetsen verandert bovendien voortdurend, bijvoorbeeld door ontwikkelingen zoals generatieve AI en nieuwe onderwijsconcepten.

Duurzame toetsbekwaamheid

Onderzoekers van de Open Universiteit en Maastricht University vroegen aan meer dan 500 docenten in het hoger beroepsonderwijs wat volgens hen belangrijk is voor toetsbekwaamheid. Het onderzoek is onderdeel van het promotietraject van Kitty Meijer aan de faculteit Onderwijswetenschappen van de Open Universiteit. Ze richt zich daarin op duurzame toetsbekwaamheid van docenten in het hoger beroepsonderwijs.

Vragenlijst voor de praktijk

Op basis van hun bevindingen stelden de onderzoekers een vragenlijst op om in kaart te brengen welke aspecten van toetsbekwaamheid belangrijk zijn in de toetspraktijk. Deze vragenlijst biedt geen afvinklijst, maar helpt om met docenten in gesprek te gaan over wat zij belangrijk vinden, waar ontwikkeling nodig is en hoe professionalisering beter kan aansluiten bij de dagelijkse toetspraktijk.

De acht belangrijkste aspecten van toetsbekwaamheid

Docenten vonden deze acht aspecten over het algemeen vrijwel even belangrijk:

  1. (Zelf)reflectie: zich bewust zijn van eigen toetskennis, vaardigheden, handelen en opvattingen.
  2. Actualiseren: op de hoogte blijven van ontwikkelingen en tijd nemen om toetsbekwaamheid verder te ontwikkelen.
  3. Zorgvuldig beslissen: weloverwogen keuzes maken op basis van argumenten en bewijs.
  4. Alignen: zorgen voor samenhang tussen onderwijs, toetsing, toetsbeleid en beoogde kwalificaties.
  5. Samenwerken: toetsexpertise inbrengen in het team en gebruikmaken van de expertise van anderen.
  6. Perspectieven zoeken: actief zoeken naar andere invalshoeken en feedback.
  7. Verbeteren en innoveren: de toetspraktijk systematisch verbeteren op basis van evaluaties.
  8. Omgaan met spanningen: het navigeren door de complexe eisen en dilemma's van toetsing.