Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
PSY_psychoseLataster_12016_head_large.jpg
Leren
Ik zie wat jij niet ziet: cultuurverschillen bij psychose
In het open access-tijdschrift BMC Psychiatry verscheen recent een artikel over een bijzonder psychologieonderzoek. OU-studente Margriet Vermeiden deed met de OU-vakgroepen levensloop- en klinische psychologie onderzoek naar cultuurverschillen bij psychotische symptomen. Ze vroeg psychologiestudenten in Nederland, Noorwegen en Nigeria te rapporteren hoe vaak ze bepaalde 'psychotische' ervaringen hadden meegemaakt en hoeveel (sociale) last ze daarvan ondervonden. De aanname vooraf was dat zulke ervaringen, zoals contact met geesten of voorouders, vaker voorkomen in culturen met een minder scherpe scheidslijn tussen wat 'echt' is en wat niet, zoals in Nigeria. Verder was de verwachting dat zulke 'psychotische' ervaringen in een dergelijke omgeving ook met meer acceptatie gepaard gaan, en daardoor minder stress opleveren.

Paranoia

Het eerste bleek te kloppen voor paranoia en 'vreemde verschijnselen'. De tweede aanname ging verrassend genoeg niet op. Psychologiestudenten aan de Universiteit van Lagos, waar Margriet het onderzoek deed, rapporteerden inderdaad vaker over vreemde ervaringen en paranoïde verschijnselen dan de Noorse en Nederlandse studenten. Ze bleken er echter niet minder last van te hebben, integendeel. 

Heksen en voodoo

Als meetinstrument gebruikten de onderzoekers de vragenlijst Community Assessment of Psychic Experiences (CAPE-42). De bekende Nederlandse psychiater Jim van Os stond aan de basis van die enquête en werkte mee als coauteur van het artikel. De CAPE-42 is in verschillende talen vertaald en ontwikkeld om te meten welke (subtiele) psychotische ervaringen voorkomen onder de algemene bevolking en hoeveel last mensen daarvan hebben. Vragen zijn bijvoorbeeld: 'Zie je wel eens dingen, mensen of dieren die andere mensen niet zien?', 'Geloof je in krachten van heksen, voodoo of het bovennatuurlijke?' en 'Heb je wel eens het gevoel dat er een complot tegen je wordt gesmeed?'. In dit onderzoek vulden in totaal 245 Nederlandse, 162 Noorse en 478 Nigeriaanse psychologiestudenten tussen achttien en dertig jaar de enquête in.

Risicofactor urbanisatie

Voor de hogere mate van symptoomgerelateerde stress die de Nigeriaanse deelnemers rapporteerden, staan in het artikel meerdere mogelijke verklaringen. Zo is Lagos een groeimetropool met twintig miljoen inwoners die geldt als een van de minst leefbare steden in de wereld. Urbanisatie is een veelgenoemde risicofactor voor psychotische klachten. Dit zou dus kunnen meespelen. Daarnaast verschilde de demografische samenstelling van de drie onderzoeksgroepen, hoewel hier in de analyses voor werd gecorrigeerd. Ten slotte kregen de Nigerianen de vragenlijst persoonlijk op papier uitgereikt en vulden de anderen de enquête online in. En ook de vertaling van de vragen kan een rol spelen. De auteurs doen op basis hiervan verschillende suggesties voor vervolgonderzoek.

Open access

De studie is als open access-publicatie toegankelijk voor iedereen, inclusief wetenschappers van universiteiten met weinig middelen. Ook werden de 'peer review reports' beschikbaar gesteld, zodat lezers zich een beeld kunnen vormen van hoe het artikel zijn uiteindelijke vorm kreeg. Johan Lataster, medeauteur en universitair hoofddocent aan de OU: 'Juist bij dit soort intercultureel onderzoek is het belangrijk om de conclusies en discussiepunten met zo veel mogelijk wetenschappers te kunnen delen.' Margriet Vermeiden werkte samen met de Universiteit van Lagos, en kreeg daarnaast hulp van twee medestudenten, Annemarije Busch en Karin Hilbink, voor de online vragenlijsten in Nederland en Noorwegen.

Lees het hele artikel in BMC Psychiatry (6 augustus 2019).