Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
OW_Wiebelkinderen_CelesteMeijs_head_large.jpg
Leren
Moeite met leren door minder goede prikkelverwerking
Een op de drie tot vier kinderen in het basisonderwijs heeft een niet-optimale verwerking van zintuiglijke prikkels. Sommige kinderen zijn te gevoelig of juist niet gevoelig genoeg voor prikkels om goed mee te doen in de klas. Er worden hulpmiddelen gebruikt om de aandacht van deze kinderen te stimuleren, maar die hulpmiddelen werken niet altijd en soms zelfs averechts als ze niet goed worden gebruikt.

Dit zijn enkele bevindingen die naar voren komen uit het Wiebelkinderen Onderzoek naar Betere Breinprestaties en LeerEffecten (de WOBBLE-studie). Dit onderzoek is onlangs uitgevoerd door onderzoekers van de Open Universiteit in samenwerking met Maastricht University, Ergotherapie midden Limburg, Movare en een groot aantal scholen in Limburg.  

Sensorische prikkelverwerking

In elke klas zijn er wel kinderen die zitten te wiebelen op hun stoel, die zich terugtrekken in een rustig hoekje in de klas, die uit het raam staren, die niet reageren op het noemen van hun naam, of die ontploffen als het drukker is in de klas. Dit gedrag kan te maken hebben met een niet-optimale sensorische prikkelverwerking. Dat is een proces waarbij het zenuwstelsel zorgt voor een passende reactie op zintuiglijke prikkels, de sensorische ervaringen die via de zintuigen naar de hersenen gaan. Er zijn verschillende soorten sensorische ervaringen: visueel, auditief, geur, tactiel en smaak. In het brein wordt door middel van aandacht bepaald welke sensorische informatie voorrang krijgt op andere, waarop gereageerd of gelet wordt en waarop niet. Als de sensorische prikkelverwerking niet optimaal verloopt, kan dit gevolgen hebben voor het gedrag in de klas, de concentratie en de schoolprestaties.

Verschillen

Iedereen verwerkt binnenkomende prikkels (geluiden, bewegingen enzovoort) op een andere manier. Een prikkel moet een drempelwaarde bereiken voordat deze wordt waargenomen. Deze drempelwaarde is voor iedereen verschillend. Sommigen hebben een hoge drempel en merken prikkels niet snel op. Anderen hebben een lage drempel en merken prikkels snel op. Een persoon kan de drempel reguleren door zelf prikkels toe te voegen door bijvoorbeeld te wiebelen of door prikkels weg te nemen door bijvoorbeeld handen over de oren te houden. Personen die de drempel niet reguleren missen mogelijk prikkels (kind dat naar buiten staart) of raken juist overprikkeld. 

Onderzoek naar effect hulpmiddelen

Kinderen die moeite hebben met hun sensorische prikkelverwerking krijgen soms een hulpmiddel zoals een tangle, wiebelkussen of geluiddempende koptelefoon omdat men denkt dat deze helpen de prikkelverwerking te reguleren door prikkels toe te voegen (tangle en wiebelkussen) of weg te nemen (geluiddempende koptelefoon). Of deze hulpmiddelen werken is maar beperkt onderzocht, en dan vooral bij kinderen met diagnoses zoals ADHD en autismespectrumstoornissen en in studies met een laag aantal proefpersonen. Het is belangrijk om op een wetenschappelijk onderbouwde wijze beter in kaart te brengen welke hulpmiddelen effectief zijn en voor welke kinderen. In de WOBBLE-studie is daarom bij een groot aantal kinderen in groepen 4 van verschillende scholen wetenschappelijk onderzocht of het gebruik van een hulpmiddel ter bevordering van de sensorische prikkelverwerking effect had op aandacht- en rekenprestaties.

Bevindingen

De belangrijkste bevindingen van het onderzoek zijn:

  • Een niet-optimale prikkelverwerking komt relatief vaak voor op de basisschool; 29 tot 36 procent van de kinderen heeft een niet-optimale prikkelverwerking.
  • Kinderen met een niet-optimale sensorische prikkelverwerking laten minder goede prestaties zien op een aandachts- en rekentest dan kinderen met een optimale sensorische prikkelverwerking.
  • Het inzetten van hulpmiddelen zonder rekening te houden met sensorische prikkelverwerking kan leiden tot slechtere prestaties op een aandachts- en rekentest.
  • Bij kinderen die van nature precies genoeg informatie meekrijgen uit de omgeving, kunnen hulpmiddelen averechts werken: ze leiden mogelijk tot het onnodig toevoegen of weghalen van sensorische prikkels en daarmee slechtere prestaties.

Lees ook het interview met de onderzoekers in De Limburger.