Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
CW_ArcadieVoorbij_MoniqueDickhaut_head_large.jpg
Leren
Promotie: Het Limburgse kunstdebat in de wederopbouwperiode
Het naoorlogse Limburg worstelde om en met de katholieke identiteit en het al dan niet gewenste culturele isolement. Pas na 1965 won het non-conformisme het van het traditionalisme; zowel in de samenleving in het geheel als de kunstwereld in het bijzonder. Dat stelt promovenda Monique Dickhaut. Ze zocht antwoorden op de vraag op welke wijze en tot op welke hoogte de kunst werd geclaimd voor en geprofileerd door de verschillende visies op de onder druk staande katholieke identiteit van Limburg. Dit onderzoek resulteerde in het proefschrift 'Arcadië voorbij. Het Limburgse kunstdebat in de wederopbouwperiode (1945-1965)' bij de Open Universiteit in Heerlen.

Arcadië voorbij

Tussen de twee wereldoorlogen was de mythe van het paradijselijke Limburg nog ongeschonden. Maar vanaf 1945 groeide ook in deze regio het besef dat Arcadië voorbij was. Volgens de conformisten behoorde herstel tot de mogelijkheden, de non-conformisten omarmden de nieuwe realiteit. Traditie en vernieuwing botsten in het kunstdebat. Dat had gevolgen voor de conventies in de Limburgse kunstwereld en voor de reputatie van kunstenaars en hun werk. Het rumoer rond de kruisweg en de schilderingen die Aad de Haas tussen 1946 en 1949 aanbracht in de Sint-Cunibertuskerk in Wahlwiller is er een sprekend voorbeeld van, net als de opkomst en ondergang van de Maastrichtse kunstenaarsbeweging Artishock in de jaren 1964-1966. De doorbraak van het culturele isolement bleek onvermijdelijk.  

Gezamenlijk succes 

Volgens de Amerikaanse kunstsocioloog Howard S. Becker zijn kunstopleidingen, opdracht- en subsidiegevers, galeriehouders, kunsthistorici, kunstcritici en het publiek gezamenlijk verantwoordelijk voor het succes van de kunstenaar en zijn werk. Kunsthistoricus Monique Dickhaut onderzocht de onderlinge relaties tussen deze actoren en hun invloed op het kunstdebat. Met name de rol van de kunstcritici was beslissend voor het kunstdebat, dankzij hun kritieken in de regionale media. Maar ook dankzij hun aandeel in de organisatie van kunstmanifestaties en hun voordrachten bij gelegenheid van de opening van tal van tentoonstellingen.

Kleurrijke schets 

Voorafgaand aan haar promotietraject was kunsthistoricus Monique Dickhaut bijna 25 jaar werkzaam als directeur en conservator van Museum aan het Vrijthof, waarvoor zij diverse tentoonstellingen samenstelde en boeken schreef over de kunst in Limburg in de twintigste eeuw. Haar proefschrift is een kleurrijke schets van de Limburgse kunstwereld. Aandacht is er ook voor Limburgse kunstenaars die direct na de oorlog naar Amsterdam vertokken om hun opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te voltooien en niet (meteen) terugkeerden naar Limburg. Ondanks of misschien wel dankzij hun afwezigheid speelden zij een belangrijke rol in het Limburgse kunstdebat. 

Kunsthistoricus Monique Dickhaut verdedigt haar proefschrift 'Arcadië voorbij. Het Limburgse kunstdebat in de wederopbouwperiode (1945-1965)' op 7 juni 2019 om 16.00 uur bij de Open Universiteit in Heerlen. Promotor is prof. dr.  L.H.M. Wessels (Open Universiteit), copromotor is dr. J.H. Pouls (Open Universiteit).

Monique Dickhaut

Monique Dickhaut