null Moet je besmette kunstenaars en hun werk boycotten?

CW_GregorLangfeld_BesmetteKunst_19795_head_large.jpg
Samenleving
Moet je besmette kunstenaars en hun werk boycotten?
In 1932 schreef Louis-Ferdinand Céline de roman Reis naar het einde van de nacht. Een meesterwerk. Daar waren literatuurcritici en -liefhebbers het al snel over eens. Maar Céline schreef nog veel meer. Onder andere pamfletten waarin zijn Jodenhaat overduidelijk naar voren kwam. Moet je de kunstenaar en zijn oeuvre dan boycotten?

Gregor Langfeld is hoogleraar Moderne en hedendaagse kunstgeschiedenis aan de faculteit Cultuurwetenschappen. Hij heeft nog een ander voorbeeld, dat aansluit op het onderzoek dat hij verricht naar Duitse kunst tijdens de machtsperiode van de nationaalsocialisten. Die eisten destijds realistische kunst, terwijl avant-gardistische kunst onder de naam 'entartete' kunst in de ban werd gedaan. Gregor: 'De Duitse regisseur Leni Riefenstahl maakte de film Triumph des Willens over een NSDAP-partijdag in Neurenberg. Triumph des Willens bezit filmtechnisch ontegenzeglijk over een grote esthetische waarde, maar had als hoofddoel de nazi-ideologie te propageren. Hier raak je aan de grens van een puur formalistische of uiterlijke kijk op de kenmerken van een kunstwerk.' Riefenstahl werd na 1945 lange tijd gestigmatiseerd en genegeerd en verdiende een dun belegde boterham als fotograaf.

Preciseren en nuanceren

Discussies over de waarde van besmette kunstwerken en de vraag of die en hun makers een plek verdienen in de canon zijn van alle tijden. Ook van deze tijden. Toen de oorlog tussen Rusland en Oekraïne al volop bezig was, had president Poetin een online meeting met vooraanstaande mensen uit de Russische cultuursector. Hij beklaagde zich erover dat het Westen een duizend jaar oude cultuur met alle macht probeert te cancelen. De vraag is of dat zin heeft. Gregor: 'Wat bedoelt Poetin met die uitspraak? Het Westen koestert zijn erfgoed juist. Om de vraag te beantwoorden op mijn expertisegebied: 'nazikunst' is inderdaad lange tijd taboe verklaard. De laatste jaren is daar mondjesmaat verandering in gekomen. Een voorbeeld is de tentoonstelling Design van het Derde Rijk in Design Museum Den Bosch. Door 'nazikunst' in haar originele verschijningsvorm te tonen, kun je in elk geval praten over de kunstzinnige waarde ervan of het gebrek daaraan. Daarbij moet je die kunst wel in de juiste context plaatsen. Het is aan de tijd de stereotiepe en vaak irrationele denkbeelden hierover te ontmystificeren en de kunstgeschiedschrijving op dit vlak te preciseren en te nuanceren. Het gaat niet om het canoniseren van deze kunst.'

Roofkunst en restitutie

Gregor doet ook onderzoek naar de restitutie van roofkunst tijdens de Tweede Wereldoorlog en in koloniale tijden. 'Pas in de jaren 90 van de vorige eeuw is er in Nederland een fundamenteel veranderde kijk ontstaan op het nationale restitutiebeleid. Mede omdat de Holocaustherdenkingscultuur toen een vaste plek kreeg binnen de maatschappij. Dat beleid was voorheen lange tijd terughoudend, om niet te zeggen kil en harteloos. De eigen collecties behouden en verrijken was de insteek. Het openbaar belang prevaleerde boven het belang om kunstwerken terug te geven aan de rechtmatige eigenaar. In de jaren 90 ondertekende Nederland de zogenoemde Washington Principles, een verklaring waarin een land belooft zich in te spannen om de rechthebbende van een kunstwerk te achterhalen. Daarnaast werd in 2001 de Restitutiecommissie voor naziroofkunst in Nederland opgericht.'

Briefwisseling gevluchte kunstenaars

'Op dit ogenblik richt ik mijn aandacht onder meer op de briefwisseling tussen George Grosz en Herbert Fiedler. Dat waren twee Duitse kunstenaars en vrienden die vanwege hun politieke denkbeelden nazi-Duitsland ontvluchtten. De eerste ging naar New York, de tweede vestigde zich in Amsterdam en vervolgens in het kunstenaarsdorp Laren. Hun briefwisseling draagt ertoe bij dat we het nationaalsocialisme niet als 'uitbehandeld' moeten beschouwen, al zijn er intussen vele jaren verstreken. In de huidige tijd van toenemend racisme, antisemitisme en antidemocratische bewegingen kunnen we nog steeds veel leren van Grosz’ en Fiedlers inzichten. Ook nu worden kunstenaars weer gedwongen hun land te ontvluchten. In dat verband ben ik van plan een theaterproductie te ontwikkelen waarin de huidige vluchtelingen een dialoog aangaan met de teksten uit de briefwisseling.'