Interview: praatgroepen en speeltuindagen
Britt Myren en Marjolein de Boer over alledaags gezondheidsactivisme
Van scripts voor doktersafspraken over de menopauze tot speeltuindagen waar transgender kinderen elkaar konden ontmoeten: dit zijn slechts enkele voorbeelden van alledaags gezondheidsactivisme. Helaas blijft deze vorm van activisme vaak onopgemerkt. Daarom doken onderzoekers prof. Marjolein de Boer (Open Universiteit) en Dr. Britt Myren (Atria), samen met stagiaires Dominique van Dongen, Hanna Blom en Iris Olde Hampsink, in de archiefcollecties van Atria en IHLIA. Zij onderzochten hoe mensen via persoonlijke verhalen en informele netwerken streden voor toegang tot zorg en voor zeggenschap over hun eigen lichaam.
In het kader van de Maand van de Geschiedenis werd onze docent Marjolein de Boer geïnterviewd over haar project over Alledaags gezondheidsactivisme dat zij samen met Atria uitvoert. Je kunt het interview ook terugvinden op de website van de Maand van de Geschiedenis.
Wat is alledaags gezondheidsactivisme?
De Boer: 'Meestal kennen we vooral iconisch of mainstream activisme. Daarmee bedoelen we vaak vormen van activisme die je op het nieuws ziet en met grote activistische helden als Greta Thunberg of Martin Luther King. Alledaags activisme, zoals de naam het eigenlijk al zegt, vindt vaak plaats in het alledaagse leven. Dan kun je denken aan praatgroepen, posten op sociale media of gewoon een discussie aangaan op een verjaardag.'
Myren: 'Wat vaak opvalt, is dat mensen handelen uit een soort individuele noodzaak, een soort gevoel van er klopt iets niet. Vaak is de boodschap ook: zelfs door iets kleins te doen kan je al een verschil maken.'
De Boer: 'Bovendien is het belangrijk dat alledaags activisme als een zelfstandige vorm van activisme begrepen wordt. Het is niet per se een voorbode op een grote activistische beweging of minder voorkomend of effectief dan iconisch activisme.'
Myren: 'Het is inderdaad een aparte vorm van activisme; iedereen kan bijdragen op diens eigen manier. Alledaags activisme is dus ook een enorm brede vorm van activisme. Daarom hebben wij ons specifiek gefocust op een thema, in dit geval gezondheid.'
Waarom is volgens jullie het zo belangrijk om onderzoek te doen naar dit soort activisme?
De Boer: 'Alledaags activisme wordt vaak vergeten, omdat het niet heel sexy is. Het zijn geen grote gebaren en vaak wordt deze vorm van activisme uitgevoerd door groepen die geen of weinig toegang hebben tot andere vormen van activisme. Protesteren of actievoeren is namelijk een privilege. Als je gaat demonstreren, ben je kwetsbaar en kan je bijvoorbeeld te maken krijgen met racisme, seksisme of politiegeweld. Door dus bewust te kijken naar alledaags activisme, kun je de verhalen van mensen die minder of geen gelijke kansen krijgen in de samenleving zichtbaarder maken.'
Myren: 'Tijdens dit onderzoek hebben we ontzettend veel materiaal bekeken en ook veel meer gevonden dan we vooraf hadden verwacht. Ik weet nog dat een van de stagiairs verbaasd was over de hoeveelheid die we tegenkwamen. Dan denk je: wauw, ze hebben al die dingen echt gedaan. Wat dapper, wat goed. Het waren misschien niet altijd grootschalige acties, maar ze waren wel van groot belang. En het mooie is: het ligt hier allemaal in het archief. We wisten alleen nog niet dat het er was.'
Jullie focus was transgenderzorg en de menopauze. Uit jullie onderzoek bleek dat praatgroepen een belangrijke rol speelde in het alledaags gezondheidsactivisme. Waarom waren deze praatgroepen zo belangrijk?
Myren: 'Een belangrijke functie van praatgroepen was de mentale steun die deelnemers bij elkaar vonden. Je kon ervaringen delen en horen dat je niet alleen was. Zowel bij het thema menopauze als transgenderzorg hadden mensen enorm veel vragen en weinig toegang tot kennis, omdat je nog geen internet had. Maar door met elkaar te praten, verspreidt de kennis zich steeds meer.'
De Boer: 'Ja, die kennisontwikkeling was heel belangrijk. Neem bijvoorbeeld praatgroepen voor vrouwen in de overgang die georganiseerd werden door VIDO- (organisatie Vrouwen In De Overgang). Hier praatte vrouwen over hun overgang-ervaringen, hoe ze met de klachten om konden gaan, en hoe ze ervoor konden zorgen dat ze serieus genomen werden door artsen. Dit was nodig omdat ze in een samenleving leefden waar die overgang-verhalen er niet of nauwelijks waren, en hierdoor kun je je eigen ervaringen minder goed begrijpen. Bovendien werkte die samenleving niet in hun voordeel, dus door met mensen te praten die in dezelfde situatie zitten, kun je ook beter begrijpen hoe je die problemen samen kon aanpakken. Ze ontwikkelde een groter vocabulaire om op te komen voor je eigen klachten.'
Wat gebeurde er in die praatgroepen en hoe kwam je met elkaar in contact?
Myren: 'Vanuit het onderzoek naar transgenderzorg zag je dat bijvoorbeeld een trans man een bar opende. In die bar was iedereen welkom en kon je alle vragen stellen die je had. Op die manier kon je heel informeel informatie ophalen. Nog een mooi voorbeeld waren de speeltuindagen, waar je als ouder van een trans kind in contact kon komen met andere ouders. Terwijl jouw kind gezellig met andere kinderen in de speeltuin speelde, kon jij als ouder elkaar ontmoeten.'
De Boer: 'Ja, bij VIDO werden scripts uitgedeeld die je mee kon nemen naar je huisarts. Daarin stond wat je wel en niet moest zeggen om doorverwezen te worden naar een specialist. Het was dus echt een soort voorlichting op: hoe kunnen mijn overgangsklachten serieus genomen worden.'
Zijn er verhalen die jullie het meeste zijn bijgebleven?
Myren: 'Ik vond het heel bijzonder om te lezen dat een dame haar hysterectomie (het verwijderen van de baarmoeder) heeft laten fotograferen. Niemand wist hoe dat eruitzag en daar hebben ze toen een flyer van gemaakt. Dat vond ik zo dapper.'
De Boer: 'Ja, die scripts die de vrouwen van VIDO voor elkaar schreven, zijn mij het meeste bijgebleven. Want stel je voor, zeker toen: de huisarts had een vooraanstaande functie binnen het dorp of de stad. Om vervolgens met een volledig script de praktijk in te lopen en je huisarts op die manier te confronteren. Ik vond dat zo krachtig.'
Hoe zorgden deze praatgroepen voor verandering?
De Boer: 'Het lijkt misschien klein, maar als één huisarts iemand serieus neemt, dan heb je kans dat hij of zij de volgende met dezelfde klachten ook serieus neemt. Zo maak je dus de weg vrij voor vrouwen die na jou komen.'
Myren: 'Als jij in de praatgroep de woorden vindt om je klachten en eisen te verwoorden, wie weet vertel je het dan ook aan de keukentafel. Of vertel je het aan de buurvrouw, die vertelt het weer op het schoolplein en zo kan iets gaan leven. Want ook in die praatgroepen van VIDO was er drang naar meer.'
De Boer: 'Ja, want eerst waren er weinig woorden om de overgang te beschrijven. De overgang zelf is ook een vage term, want welke overgang naar wat? In het Engels werd het 'the change' genoemd. Vager dan dat kun je het niet krijgen. Het lijkt klein, zoeken naar nieuwe woorden, maar het is zo betekenisvol. Het is de manier om met de buitenwereld te communiceren: dit is er aan de hand.'
Welke vormen van alledaags gezondheidsactivisme zien we nu?
De Boer: 'Interessant aan de huidige tijd is dat alledaags activisme zich ook naar de onlinewereld heeft verplaatst, met potentieel een groot bereik. We doen nu bijvoorbeeld onderzoek naar postpartum activisme waarbij vrouwen, die net bevallen zijn, hun lichaam tonen op social media. Zonder filters, en met striae, en een buik waar niet zo lang geleden nog een baby in zat. Dit soort posts zijn een duidelijke vuist tegen de strenge schoonheidsidealen waar vrouwen, ook net bevallen vrouwen, aan moeten voldoen in onze samenleving.'
Meer informatie
- Wil je meer weten over het alledaags gezondheidsactivisme van VIDO? Lees dan het artikel Hoe vrouwen de overgang politiek maakten.
- Herken jij jezelf in het onderwerp van alledaags activisme? Of heb je materiaal thuis dat past bij dit onderwerp? Stuur dan een mailtje naar: marjolein.deboer@ou.nl.
- Wil jij je verder verdiepen in de invloed van beeldvorming, stigma en cultuur op gezondheid?
Ontdek dan het korte focusprogramma Stigma, gezondheid en cultuur bij de Open Universiteit. Het programma bestaat uit drie cursussen: Ziek of zwak? Denken over stigma en gezondheid, De verbeelding van (on)gezondheid en Ziekte en zelfbeeld. Bekijk het programma en de brochure.
