Hoe meet je samenwerking die écht impact maakt?

MST_CPCSBD_BigDataStatistiek_15733_head_large.jpg

Hoe meet je samenwerking die écht impact maakt?

Universitair docent dr. Dieudonnee Cobben werkt op het snijvlak van onderzoek, beleid en praktijk. In haar werk ziet zij dagelijks hoe complex publiek-private samenwerking kan zijn. Hoe kun je die samenwerking zo meten en sturen dat ze tot echte impact leidt? En hoe meet je die impact? Dit zijn de vragen die ze wil beantwoorden in haar onderzoek.

Wat levert het op en hoe kan het beter?

Cobben: 'Ik zie dagelijks hoe complex samenwerking tussen organisaties kan zijn, zeker wanneer publieke en private partijen samen maatschappelijke opgaven willen aanpakken. Toch is juist die samenwerking essentieel om echte systeemverandering te realiseren.' Cobben onderzoekt hoe we samenwerking, waardecreatie, governance en gezamenlijke leerprocessen zo kunnen meten en sturen dat ze leiden tot echte impact. 'Met mijn onderzoek wil ik bijdragen aan beter inzicht in wat samenwerking oplevert, hoe die waarde ontstaat, en wat er nodig is om samenwerking duurzaam te versterken. Door impact zichtbaar te maken, kunnen netwerken en ecosystemen niet alleen verantwoorden, maar ook gerichter leren, verbeteren en vernieuwen.'

Dashboard om prestaties en impact inzichtelijk te maken

Cobben combineert een systematische literatuurstudie met cocreatie met praktijkpartners. Samen met praktijkpartners ontwikkelt ze een dashboard dat als concreet instrument kan worden ingezet om prestaties en impact van ecosystemen inzichtelijk te maken. Zo verbindt zij wetenschap en praktijk in de ontwikkeling van een meetinstrument dat niet alleen verantwoordt, maar vooral helpt versterken.

In samenwerking

Het onderzoek van Dieudonnee Cobben is onderdeel van het SNEL-initiatief (Samenwerkende Netwerken en Ecosystemen Limburg). Binnen dit initiatief werken we onder ander samen met CHILL (Chemelot), de Brightlands campussen, IWZO en Bouwmensen. Zij zijn betrokken in het programma als ecosysteempartners. SNEL heeft via het Nationaal Groeifonds financiering ontvangen.

De eerste inhoudelijke onderzoeksresultaten worden over 1,5 jaar verwacht.