Onderzoek helpt bij inschatten onveilige gezinssituaties
Onderzoek helpt bij inschatten onveilige gezinssituaties
Jaarlijks komen rond de 130.000 meldingen binnen bij Veilig Thuis van vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Indien nodig wordt hulp ingeschakeld, en in ernstige gevallen wordt de Raad voor de Kinderbescherming geïnformeerd of melding gedaan bij de politie. Professionals van Veilig Thuis werken onder hoge tijdsdruk en moeten vaak ingrijpende beslissingen nemen. Een online taxatietool helpt ze de veiligheidssituatie in een gezin in te schatten en adequaat te handelen. Dit zogenaamde veiligheidsbeoordelingsinstrument is bedoeld om te zorgen voor objectieve rapportage en eenduidig optreden.
Kwaliteitsonderzoek
Veilig Thuis vroeg de Open Universiteit om de kwaliteit van het veiligheidsbeoordelingsinstrument te onderzoeken. Dr. Brenda Erens van de vakgroep Klinische psychologie legde het instrument langs de wetenschappelijke maatstaf en bracht in kaart waar professionals tegenaan lopen via onder meer online vragenlijsten diepte-interviews. Ze voerde het onderzoek uit samen met collega's dr. Ellin Simon en Daniel Rijfers.
Problemen met validiteit
De eerste conclusies van het onderzoek zijn nu bekend. Hieruit blijkt dat professionals vinden dat het veiligheidsbeoordelingsinstrument structuur biedt en hen ondersteunt bij het maken van beslissingen. Anderzijds blijkt dat het instrument niet op een standaard wijze wordt gebruikt en dat er verwarring bestaat over begrippen. De validiteit van het instrument is momenteel onvoldoende voor het accuraat inschatten van de veiligheid in gezinnen. Ook blijkt de veiligheidsbeoordeling onvoldoende aan te sluiten bij de laatste wetenschappelijke inzichten rondom veiligheid-en risicotaxatie.
Besluitvorming verbeteren
Door die tekortkomingen komen professionals regelmatig tot verschillende veiligheidsinschattingen. De onderzoekers formuleerden verschillende aanbevelingen voor onderzoek en praktijk om de consistentie en besluitvorming te verbeteren. Doel is een veiligheidsbeoordelingsinstrument dat niet alleen inhoudelijk sterk en wetenschappelijk onderbouwd is, maar óók werkbaar is in de dagelijkse praktijk. Uiteindelijk moet dat bijdragen aan meer veiligheid voor kinderen, gezinnen en andere betrokkenen.