null Hoe krijgen we tante Sjaan van tachtig aan de gezondheidsapp?

PSY_CatherineBolman_Gezondheidsapp_18920_head_large.jpg
Gezondheid
Hoe krijgen we tante Sjaan van tachtig aan de gezondheidsapp?
Om in beweging te blijven wandelt thuiswerkend Nederland er vrolijk op los met de stappenteller. Beeldbellen met de huisarts gaat tussen de Teams-vergaderingen door. De vraag is: bereiken al die mooie e-health toepassingen wel de mensen waarvoor ze bedoeld zijn? 'Voor kwetsbare groepen zijn veel gezondheidsapps en websites te ingewikkeld', zegt hoogleraar e-health Catherine Bolman. 'Ik ben pas tevreden als tante Sjaan van tachtig haar bloeddruk en hartslag thuis kan meten, zodat ze minder vaak naar het ziekenhuis hoeft.'

Zeker is er reden voor optimisme, vindt Bolman. 'Door corona kwam digitale zorg, oftewel e-health, in een stroomversnelling. Dat is goed nieuws, want e-health is een containerbegrip voor tal van digitale toepassingen die helpen om de leefstijl en gezondheid van mensen te verbeteren. Of verslechtering te voorkomen door zelfmanagement te ondersteunen. Die applicaties variëren van gezondheidsapps tot beeldbellen met de huisarts en thuismonitoring voor chronisch zieken.'

E-health een zegen

Voor wie opgroeide met de mobiele telefoon, internet en sociale media is e-health een zegen. Hoe fijn is het als je een foto van die gekke moedervlek kunt doorsturen naar de huisarts? Check. En je dezelfde dag nog wordt teruggebeld. Maar is e-health ook zo handig als je oud en kwetsbaar bent. Moeite hebt met lezen. En nog nooit van je leven een app hebt gedownload?

Niet genoeg vaardigheden

'Meer dan veertig procent van de Nederlanders mist onder meer de technische vaardigheden om gebruik te maken van e-health. Denk aan ouderen, laagopgeleiden of mensen met een migratieachtergrond die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn. Door corona kwam digitale zorg ook voor deze groep wel ietsje dichterbij. Zo toont onderzoek van Nivel en de Open Universiteit aan dat het gebruik van e-health toenam in de huisartsenzorg. De vraag is of die ontwikkeling ook stand houdt als de nood straks minder hoog is.'

Maak het leuk!

Catherine Bolman hoopt van wel. 'Ik geloof in de meerwaarde van e-health als onderdeel van zorg en preventie en vind dat íedereen hiervan moet kunnen profiteren. Bij de Open Universiteit onderzoeken we daarom al jaren hoe we e-health voor kwetsbare groepen toegankelijk kunnen maken. Doen we dat niet, dan ligt het gevaar van ongelijke tweedeling in zorg op de loer.'
Hoe je dat doet: e-health bereikbaar maken voor iedereen? 'Een belangrijke eerste stap is om de kwetsbare doelgroepen bij de ontwikkeling van e-health toepassingen te betrekken en heel goed te luisteren naar hun behoeften. Daarbij is het belangrijk om het juiste digitale medium te kiezen: in sommige gevallen is een website beter dan een app, in andere gevallen juist niet. Afbeeldingen, korte begrijpelijke teksten, video’s en ander bewegend beeld zijn essentieel. Ik zeg ook altijd: maak e-health programma’s leuk! Bouw quizjes en beloningen in gezondheidsapps. Mensen zouden zich kunnen linken aan anderen. Zo hebben ze het idee samen te werken aan hun gezondheid en kunnen ze vol trots laten zien wat ze doen. Maar bovenal geldt dat mensen het idee moeten hebben dat e-health hen wat oplevert.'

Blended care

Ook een goede begeleiding bij het gebruik van digitale toepassingen kan uitkomst bieden. Bolman: 'Blended care is een mooie combinatie van persoonlijke zorg en een e-health. Om een voorbeeld te geven: Open Universiteit ontwikkelde met de Universiteit Maastricht de Kanker Nazorg Wijzer. Een online portaal dat kankerpatiënten na hun behandeling helpt om hun leefstijl aan te passen. In eerste instantie werd dit portaal als stand alone device ondergebracht bij Kanker.nl. Actieve zoekers konden het portaal zo vinden, maar het punt is: veel mensen zoeken niet!'
'Zonde, want onderzoek toont aan dat patiënten die de Kanker Nazorg Wijzer raadplegen onder meer minder vermoeid en minder somber zijn. En die gezondheidswinst gun je iedereen na kanker. Om meer mensen te bereiken wordt de toepassing nu aangepast naar een blended vorm. De bedoeling is dat de huisartspraktijk patiënten na een behandeling actief wijst op de Kanker Nazorg Wijzer en hen op weg helpt in het gebruik. Het plan is dat praktijkassistentes afspraken maken om ervaringen te bespreken. Dat is voor mensen gelijk een goede stok achter de deur om de e-health toepassing te blijven gebruiken.'

Geïntegreerde zorg

'Een bepaalde groep zal altijd de voorkeur geven aan een begeleidend arts van vlees en bloed. Maar het staat vast dat niemand om e-health heen kan. Onder meer doordat de zorg zich steeds meer van het ziekenhuis naar thuis verplaatst.
Zo is Maastricht UMC+ al ver met de ontwikkeling van Molly: een digitale hupverlener voor hartpatiënten. De patiënt monitort zichzelf. En op basis van de uitslag geeft Molly adviezen of past de behandeling zelf aan. Dit soort technologische innovaties zijn niet meer tegen te houden. Daarom ben ik pas tevreden als we ook tante Sjaan van tachtig goed leren hoe ze zelf thuis haar bloeddruk en hartslag kan meten.'

Corona Melder

'Maar niet alleen tante Sjaan heeft hulp nodig bij e-health', denkt Bolman. Er zijn inmiddels zoveel apps op de markt dat zelfs digital natives soms door de bomen het bos niet meer zien. 'Als je een moedervlek laat beoordelen, moet je wel zeker weten dat de app waarmee je dat doet betrouwbaar is. Onder meer de GGD appstore kan je daarbij helpen. Deze kijkt niet alleen welke bijdrage een app levert aan je gezondheid, maar ook of deze gebruiksvriendelijk is en je privacy voldoende waarborgt.'
'Op het moment doet de overheid veel onderzoek naar de Corona Melder. Bolman werkt hier vanuit de Open universiteit aan mee. Een interessante vraag is: wat doen mensen ná een melding. Officieel moet je in quarantaine en je direct laten testen als je klachten hebt. Zonder klachten kan dat vanaf dag vijf. Dat lukt nog wel. Maar hoe krijgen andere app-gebruikers vervolgens zo snel mogelijk een (anonieme) melding als je besmet bent? Dat proces verloopt minder soepel. Bij jong en oud.'