Veiligheid ten dienste van vrijheid: naar een geraffineerd en gelaagd beleid
April is de Maand van de Filosofie. Jaarlijks worden in april door heel Nederland en Vlaanderen filosofische nachten, programma’s, lezingen, debatten en festivals georganiseerd. Dr. Tom Giesbers, verbonden aan de faculteit Cultuurwetenschappen, schreef in dit kader deze webcolumn.

Een militaire parade. Veiligheid als uiterlijk vertoon. Bron: Wiki Commons.
Wanneer was de laatste keer dat jij je onveilig voelde?
Iedereen kan veiligheid wel aan zijn of haar eigen ervaring koppelen. Aan de andere kant is het lastige aan grip krijgen op veiligheid dat er zo veel soorten veiligheid zijn. Toch ga ik ze met elkaar in verband brengen, om tot duidelijke adviezen voor beleid te komen.
Daarvoor moeten we op zoek naar een gedeelde noemer. Wat hebben veiligheid op straat, internationale veiligheid, cybersecurity en sociale veiligheid met elkaar gemeen? In ieder geval hebben ze allemaal de potentie om ons persoonlijk te raken. We herkennen het gevoel van onveiligheid wanneer we het hebben. Dat is een intuïtief verband, maar dat is niet genoeg voor een analytisch begrip. We willen het fenomeen 'veiligheid' juist in al haar veelzijdige verschijningen begrijpen. Wat maakt iets onveilig? En wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor die onveiligheid?
De burger en haar zekerheden
Even terug de geschiedenis in. Aan het einde van de achttiende eeuw stelde men de vraag naar de aard en het doel van veiligheid voor het eerst op een coherente manier. Wanneer een vraag ineens heel doortastend gesteld wordt dan is er meestal een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling aan vooraf gegaan die nieuwe inzichten heeft opgeleverd. Wanneer voor je gevoel alles verandert dan zie je sommige zaken ineens glashelder. Zo ook de veiligheid. In dit geval was de aanleiding voor de nieuwe optiek de herijking van ideeën over de staat die in de loop van de zeventiende en achttiende eeuwen plaatsvond.

Enkele belangrijke politieke traktaten uit de zeventiende en achttiende eeuwen. Van links naar rechts: Locke, Fenelon, Spinoza, Montesquieu, Rousseau, Kant. Bron: Wiki Commons.
Voorheen werd de staat als het hoofd van een top-down model gezien, waarbij burgers vooral vazallen waren, of slechts een onderdeel van een economische rekensom. Sinds de Verlichting en de Franse revolutie werden de burger, en de maatschappij die burgers samen vormen, centraal gesteld in allerlei baanbrekende traktaten over de politieke filosofie. Daarin werd onder andere betoogd dat de staat geen specifieke religieuze of economische belangen boven de belangen van haar burgers mocht waarderen.
Aan de ene kant was de staat nu een dienstige staat, waar burgers uit vrije overweging voor kiezen. Anders vertrok men wel naar een andere staat. Anderzijds hebben burgers mensenrechten die gewaarborgd dienen te worden. Zowel in direct beleid als op het vlak van constitutionele rechten wordt de waarborging van de belangen van de burger ineens de centrale focus van het politieke denken, en vindt dat bovendien ook snel zijn uitvoering, in de vorm van allerlei grondwetten.
En uitgerekend die waarborging wordt het nieuwe bestaansrecht van de staat, volgens Johann Gottlieb Fichte, een Duits idealistische filosoof die ons de eerste filosofische definitie van veiligheid gaf. 1 Die waarborging moet de vorm van hebben van wat hij, in het Duits, Sicherheit noemt. Sicherheit heeft hier een dubbele zin die fundamenteel zal blijken voor het moderne begrip van veiligheid.
'Tegelijk ziet Fichte alle waarborgingstaken van de staat in het kader van zekerheid bieden aan de burger.'
Fichte bouwt voort op soorten Sicherheit die zijn tijdgenoten gebruikten om de taak van de staat rond internationale oorlogsvoering te beschrijven. 2 Een staat moet zijn burgers zekerheid bieden in tijden van oorlog, dan wel door oorlog te voorkomen, dan wel door de oorlog effectief en voorbereid te voeren. Tegelijk ziet Fichte alle waarborgingstaken van de staat in het kader van zekerheid bieden aan de burger. Sicherheit is dus veel breder dan alleen internationale veiligheid. In het garanderen van de veiligheid van burgers die toerist in het buitenland zijn komen internationale veiligheid en de directe veiligheid van burgers samen. Een staat moet zich op het internationale toneel hard kunnen maken voor de veiligheid van haar staatsburgers. Lukt dat niet, dan is dat een aanleiding voor een internationaal incident, oplopende tot militaire acties, omdat de rechten van onze burgers in het buitenland geschonden worden. Tegelijkertijd is dat internationaal incident ook een crisis van de zekerheid die de staat alle burgers gelijk biedt als beginsel van de rechtsstaat. Doorgaans lossen landen dat op door de veiligheid van elkaars burgers binnen eigen grenzen te garanderen, hoewel dit principe steeds lastiger te hanteren is door de opkomst en toename van spionage activiteiten.
'Het niet eenduidig beschermen van staatsburgers in het buitenland de veiligheidsgarantie schaadt die de staat universeel aan al haar burgers geeft'.
Het is in deze wederzijdse garantie juist niet belangrijk wat voor individuele burgers het betreft. Dat hebben we bijvoorbeeld in maart gezien bij de repatriëring van Nederlandse influencers in Dubai. 3 Die hebben als staatsburger recht op dezelfde behandeling als burgers die slechts toerist zijn, en de schending van hun rechten zou een mogelijke aanleiding kunnen zijn voor het verder betrekken van Nederland in de oorlog in en om Iran. Het veiligheidsvraagstuk, in de beide zinnen van Fichte, vormt hier een verbindende factor in beide belangen, omdat het niet eenduidig beschermen van staatsburgers in het buitenland de veiligheidsgarantie schaadt die de staat universeel aan al haar burgers geeft. Als de staat er voor kiest om uitzonderingen te maken, dan is dat een reële aanleiding voor andere burgers om te twijfelen aan de manier waarop de staat hun veiligheid garandeert.
Waarom was die veiligheid nou eigenlijk zo belangrijk voor een vrijheidsdenker pur sang als Fichte? Fichte zag vrijheid als de mogelijkheid van een individu om concreet te handelen naar zijn of haar eigen doeleinden. 4 Door dat te doen op een manier die zijn of haar mogelijkheden vergroot, door een soort zelfverheffing dus, wordt vrijheid concreet geuit. Maar we moeten ook meteen erkennen dat we daarin worden begrensd door anderen, die precies hetzelfde willen doen. Door te leven in een samenleving geven we eigenlijk gezamenlijk een klein beetje van onze handelingsmogelijkheden op, om zo allemaal beter onze vrijheid te verwezenlijken. De samenleving is zo groot en complex dat we elkaar niet, zoals in een kleine gemeenschap, kunnen aanspreken wanneer men zich niet aan dit sociale contract houdt. 5 En omdat we al stukjes handelingsvrijheid opgeven aan elkaar is het in de grotere afweging van de deelname aan de maatschappij ook geoorloofd om stukjes handelingsvrijheid aan de staat af te staan, als de staat dan ook garant kan staan dat we daarmee onze vrijheid kunnen verwezenlijken.
'De grote moderne crux van veiligheid: veiligheid is idealiter juist geen inperking van vrijheid.'
En daarin ligt de grote moderne crux van veiligheid: veiligheid is idealiter juist geen inperking van vrijheid. Het gaat hier niet om een tegenstelling. Vrijheid en veiligheid zijn juist wederzijds afhankelijk. Wanneer we hechten aan echte verwezenlijking van onze vrijheid en het beteren van onszelf en de mensheid, dan moeten we tot op zekere hoogte accepteren dat onze directe handelingsvrijheid incidenteel én structureel wordt ingeperkt door de staat. Voor die directe onvrijheid krijgen we echte vrijheid terug, die we concreet kunnen maken in ons eigen leven.
Tenminste, dat is het idee. Lang niet iedereen lijkt zich van deze wisselwerking bewust, en dat heeft twee bezwaarlijke gevolgen. Één: mensen kunnen hun vrijheid om deze (en andere redenen, die ik later noem) niet verwezenlijken. En twee: de politiek heeft af en toe de neiging om puur performatieve veiligheidsmaatregelen te nemen, die helemaal niet effectief zijn in het faciliteren van de vrijheidsverwezenlijking van haar burgers.
Veiligheidsmaatregelen: spierballenbeleid of effectief beleid?
Om die gevolgen én mogelijke oplossingen in beeld te krijgen gaan we nog heel even terug naar de scherpe blik van Fichte. De veiligheidstaak van de staat had voor hem eigenlijk heel vergaande gevolgen. De staat heeft als taak om haar burgers van voedsel en werk te voorzien. Doet het dat niet, dan kan een burger zich met recht onttrekken aan diens verplichtingen aan de staat. 6 Eigenlijk scharen we daarmee het thema bestaanszekerheid dat de vorige Nederlandse verkiezingen domineerde ook onder de noemer van veiligheid. En vanuit de oorspronkelijke nadruk op zekerheid als gedeelde noemer van veiligheid zal dat ook niet verbazen.

De inzet van politie en ME bij de rellen rond de troonwisseling in 1980. Bron: Wiki Commons.
Ook de activiteiten van de politie (in het Duitse begrip van die tijd omvatte dat ook een groot deel van de administratieve staat) worden door Fichte geheel beschreven in termen van veiligheid. Voor hem vielen daar ook typische negentiende-eeuwse thema’s onder, zoals criminaliteitsbestrijding en het zorgen dat het samenscholen van grote groepen mensen in de openbare ruimte geen gevaar voor de medeburgers wordt. Dat laatste thema heeft in de afgelopen kabinetsperiode veel stof doen opwaaien. En nog steeds zijn pogingen om het demonstratierecht in te perken en de bevoegdheden van de veiligheidsdriehoek en de ME te vergroten prominente onderdelen van de verkiezingsprogramma’s van menig law and order partij.
Kortom, veel van de manieren waarop veiligheid tegenwoordig besproken wordt komen rechtstreeks uit de negentiende eeuw. Het lijkt erop dat de go-to oplossing uit die eeuw toch vooral een staat was die streng toezicht hield, en op een bepaalde manier leven we dus nog steeds in een negentiende-eeuwse surveillance maatschappij.
Toch heeft de twintigste eeuw ons inzichten gegeven die deze conceptie van de openbare orde en de instrumenten die de staat heeft om onze veiligheid te bevorderen hebben veranderd. En die inzichten raken heel direct aan iets dat misschien wel het belangrijkste inzicht over veiligheid is dat Fichte ons geboden heeft.
'Wat we daarmee eigenlijk zeggen is dat veiligheid slechts een gevoel is'
Veiligheid is niet te kwantificeren, zeker niet als we alle verschijningen van (on)veiligheid die ik eerder noemde in acht nemen. 7 Wanneer men veiligheid meet, dan wordt gemeten wat mensen vinden, doorgaans in een peiling. Dat presenteren we vervolgens als een representatieve afspiegeling van de maatschappij. 8 Wat we daarmee eigenlijk zeggen is dat veiligheid slechts een gevoel is, met alle subjectieve karakteristieken die bij gevoelens horen. Ook moeten we concluderen dat onveiligheid eigenlijk de meest primaire vorm van dat gevoel is. Wanneer we ons onveilig voelen, dan worden we ons ineens bewust van de afwezigheid van veiligheid, en dan denken we pas na over wat ons veiliger zou doen voelen. Veiligheidsmanagement, voor zover het zich verhoudt tot de rechtsstatelijke taak van de overheid, gaat dus op een heel fundamenteel niveau over het managen van gevoelens.
Wanneer de overheid haar werk in het garanderen van de openbare orde goed doet, dan is dat dus juist niet zichtbaar. Of tenminste, dat zou het geval moeten zijn als we de inzichten van Fichte volgen. Er zijn wel degelijk mensen die zouden tegenwerpen dat ze zich veilig voelen wanneer ze blauw op straat zien, of wanneer ze op het vliegveld een lid van de marechaussee met een geweer zien lopen. Ook daar, zou ik betogen, is een gevoel van onveiligheid aan vooraf gegaan. In veel gevallen is er zelfs sprake iets dat we een paranoïde fantasie zouden kunnen noemen: men leeft al zo lang met een gevoel van onveiligheid dat de mogelijkheid dat er iets onveiligs kan gebeuren continue parallel naast de realiteit bestaat, en vaak de realiteit ook enigszins ondergraaft. Aangejaagd door herinneringen aan mogelijke onveilige situaties met criminaliteit en, in het geval van de marechaussee, aanslagen op een vliegveld, omarmen sommigen maar al te graag performatief veiligheidsbeleid en ineffectieve maatregelingen. Er is bovendien ook een veiligheids- en beveiligingsindustrie die dankbaar gebruik maakt van de mate waarin veel mensen paranoïde fantasieën van onveiligheid hebben geïnternaliseerd. We zeggen misschien dat het plaatsen van een camera ons een veilig gevoel geeft, maar we leven nog steeds met het fantasiescenario van onveiligheid. Dat nemen we er niet mee weg. Echte oplossingen voor onveiligheid moeten dus elders worden gezocht dan in generiek spierballenbeleid, zoals meer camera’s of meer blauw op straat.
Eigenlijk is beleid dus veel effectiever wanneer de overheid haar garanties niet hoeft te verkopen met uiterlijke symbolen van veiligheid, maar als het daadwerkelijk gevoelens van onveiligheid kan voorkomen. Een voorwaarde voor effectief beleid is dus dat het (on)veiligheid echt als een gevoel benadert. Een gevoel dat soms reëel, soms niet reëel en soms reëel, maar slecht geïnformeerd is.
Veiligheidsbeleid: effectiviteit in interventie, preventie en rehabilitatie
De overheid garandeert in principe de openbare orde, maar de effectiviteit van die garantie merken burgers alleen wanneer ze zich onveilig voelen. Eigenlijk merken we veiligheidsbeleid alleen op wanneer we het gevoel hebben dat het faalt. En daar kan geen enkele law and order benadering tegenop boksen. Ongeacht hoe pocherig de spierballentaal is blijft er een non-relatie tussen beleid en gevoelde onveiligheid. Er zal hooguit, in gevallen van paranoïde fantasieën, sprake zijn van symptoombestrijding.
Bovendien is strengere wetgeving over vrijwel de hele linie ineffectief gebleken. Hogere strafmaten schikken niet af. 9 Meer blauw op straat leidt misschien tot meer aanhoudingen voor kleine vergrijpen, maar doet niets voor de geweldige misdaad waar we doorgaans juist bang voor zijn. 10 Eigenlijk wordt onze maatschappij de afgelopen decennia zelfs steeds veiliger als het om dat soort misdaden gaat, zonder dat daar specifiek beleid aan gekoppeld is. 11 Maar die statistische kennis strookt gigantisch met het beeld dat velen uit hun mediaconsumptie krijgen. Hoe kan een overheid deze steeds irreëler wordende gevoelens van onveiligheid nog effectief wegnemen? 12
Een echt effectief beleid zou op drie manieren het gevoel van onveiligheid moeten wegnemen. Het moet interveniëren in de factoren die gevoelens van onveiligheid aanzwengelen en versterken, bijvoorbeeld door het aanpakken van social media bubbels en sensationele media die, bij gebrek aan een beter woord, angstporno verspreiden. Tegelijkertijd moet men ook de achterliggende aanjagers van die realiteitsverarming aanpakken. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan interventies om de invloed van geopolitieke en commerciële actoren die aansturen op deze mediaconsumptie te beperken. Het gaat hier om unieke transnationale processen die zowel de integriteit van de staat als het vermogen van burgers om hun vrijheid te realiseren ondermijnt. Alleen de staat kan, idealiter in nauwe samenwerking met de EU, hier een effectieve interventie doen. Dat is ingewikkeld, maar de reframing van het probleem als een inbreuk op de vrijheid van burgers en dus van het bestaansrecht van de staat kan helpen om de urgentie hiervan te laten indalen bij beleidsmakers. Wellicht helpt het recente inzicht dat spionnen in het binnenland via internet geronseld worden door Rusland en Iran daarbij. 13
'Omgaan met die gevoelens is een grote winst die we zelfs moeten zien als een essentiële vaardigheid voor autonoom burgerschap.'
Dit soort interventies pakken doorgaans alleen problemen aan die al de kop hebben opgestoken. Als we alleen acute problemen aanpakken dan hebben we nog steeds geen grip op het veiligheidsgevoel van de Nederlander. Daarom is preventie minstens even belangrijk. Met preventie doel ik niet op het voorkomen van misstanden, maar juist op de rol van onderwijs in het vaardig maken in het op waarde schatten van onveiligheid als gevoel. Het leren omgaan met die gevoelens is een grote winst die we zelfs moeten zien als een essentiële vaardigheid voor autonoom burgerschap.
Één van de problemen van veiligheidsmaatregelen is dat daarbij veel keuzes op een hoog niveau worden gemaakt die impact op de directe beleving van de burger hebben. Die keuzes zijn voor de burger, maar gaan in elke communicatie vooral over de burger.
Wanneer we een stukje van onze potentiële handelingsvrijheid opgeven voor veiligheid dan gaat dat om een abstracte veiligheidsmaatregel die niet in de sfeer van afstemmen met de mensen in onze directe omgeving past. Dat wordt dus niet direct ondervangen en verantwoord door empathie voor de ander. Het is daarom uitermate moeilijk voor mensen om zich te committeren aan abstracte begrenzingen. Dat is iets dat we echt moeten leren, idealiter in het basis- en middelbare onderwijs. We moeten leren dat we die vrijheden voor onszelf en onze naasten opgeven. Met andere woorden, we moeten de impliciete keuze expliciet maken. Hierin heeft onderwijs een belangrijke taak, misschien wel de meest fundamentele taak, veel fundamenteler dan het arbeidsklaar maken van burgers. Het maakt ons burgerklaar.
Tenslotte zijn er ook structurele aanjagers van gevoelens van onveiligheid die het beste met maatschappelijke rehabilitaties opgelost kunnen worden. Een daarvan is de beperkte geopolitieke visie van de gemiddelde burger. Het is bijvoorbeeld heel lastig voor een doorsnee burger om de ernst van een internationale oorlogsdreiging te overzien, zeker als die burger onderhevig is propaganda die door social media wordt verspreid. Dat wordt anders wanneer de effecten van die dreiging in het binnenland zichtbaar worden in een symbolisch effect. Dat inzicht hebben legio overheden in het verleden in hun hart gesloten.

In 1917, aan de vooravond van de Februarirevolutie, werd een vreedzame arbeidersdemonstratie beschoten door de politie. Bron: Wiki Commons.
Ook het aanpakken van sociale ongelijkheid, dat wil zeggen het oplossen van structurele problemen in de burgerlijke samenleving lost de voedingsbodem voor criminaliteit effectiever op dan een hogere strafmaat, waarvan we al decennia weten dat het niet effectief is. Een samenleving zonder kansarme onderklasse, die bovendien goed onderwijs heeft genoten over veiligheid en vrijheid, zal zich ook minder snel verliezen in een social media bubbel, bijvoorbeeld een die Amsterdam afbeeldt als een no go zone vol criminaliteit. Een dergelijke bubbel wordt gevoed door structurele ongelijkheden tussen stad en platteland of tussen randstand en regio.
Op die manier hangen interventie, preventie en rehabilitatie nauw met elkaar samen, en volstaat het niet om slechts beleid op één of twee van de drie te voeren. Wel zijn het twee verschillende rangorden van tijdsinvestering. Interventies kunnen vrij direct uitgevoerd worden, al liggen er wel problemen bij het handhaven van interstatelijke entiteiten zoals Meta. Preventies kunnen ook direct gestart worden, maar het zal een generatie duren voordat een groep weerbare burgers veiligheidsvaardige burgers deze leerlijn door de verschillende niveaus van onderwijs heeft gevolgd.
Rehabilitaties, met name op grote structurele vlakken als sociale ongelijkheid, zijn intersectioneel en moeten langdurig aan alle kanten van de samenleving uitgevoerd worden. Op dat vlak is de staat dus inhaalwerk aan het doen, omdat het niet snel genoeg meegegroeid is met het begrip van de belangrijkste zekerheden die de staat moet bieden. Die zijn in de loop van de twintigste eeuw exponentieel toegenomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan allerlei basisvoorzieningen zoals openbaar vervoer en toegang tot het internet. In feite verzekert de staat nu dus een toegenomen levenstandaard. Dat betekent dat veel van de keuzes die zijn gemaakt om burgers hun vrijheid te laten verwezenlijken gewerkt hebben. En er zijn natuurlijk meerdere manieren om de zekerheid die we in onze vrijheidsverwezenlijking niet eens opmerken te garanderen. Zo hoeft voedselvoorziening niet direct te betekenen dat de overheid aan de deur brood bezorgt, maar kan dat zich ook uiten in het garanderen van distributieroutes, regulering van productie en voedselstandaarden. Toch zijn er ook probleemvlakken, met name in de sociale ongelijkheid, waar momenteel onvoldoende garanties geboden worden.
Wat we in ieder geval moeten concluderen is dat een toename in levensstandaarden burgers meer ruimte geeft om hun vrijheid te verwezenlijken. Dat is de gedeelde droom van het liberalisme én het socialisme. Maar daar volgt ook uit dat de garantietaken van de overheid zijn toegenomen en dat de overheid ook zal groeien. Sterker nog, die moet groeien als we gevoelens van onveiligheid echt willen aanpakken met het beleid dat ik hier slechts in het kort geschetst heb. Dat is bovendien ook een existentiële kwestie voor de staat en de democratie.
'Wanneer de staat deze taak niet vervult, of slechts voor enkele burgers, dan weekt de bevolking zich langzaam los van het democratische proces, verliezen ze het vertrouwen in de overheid'
Bestaanszekerheid is eigenlijk een heel geschikt nieuw woord voor een verzameling taken die we traditioneel aan de politiek toeschrijven. 14 Het garanderen van een bepaalde ondergrens van levensstandaarden van de burger is niet zomaar een traditie die eventueel ook door commercie ingevuld kan worden, het is een kerntaak van de staat. Wanneer de staat deze taak niet vervult, of slechts voor enkele burgers, dan weekt de bevolking zich langzaam los van het democratische proces, verliezen ze het vertrouwen in de overheid en, in het ergste geval, breken ze het sociaal contract door de (gewelddadige) criminaliteit in te gaan. Deze ontwikkelingen herkennen we uit de laatste jaren. Veel burgers verliezen het vertrouwen in de politiek, stemmen niet meer of stemmen voor het nieuwe merk du jour. Dat hebben we opnieuw gezien bij de grote winst van lokale partijen bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Dit soort taferelen zien we de laatste jaren steeds vaker. Dit is nog een afbeelding van de troonwisseling van 1980. Bron: Wiki Commons.
Ook zien we in toenemende mate dat jongeren die onder de armoedegrens leven, slecht onderwijs of slechte mentale zorg genieten en daarom steeds meer hun heil vinden in illegale manieren om hun geld te verdienen. Fichte had dus grotendeels gelijk: men checkt niet bewust uit wanneer de staat zijn zekerheidstaak niet vervult, maar allerhande recente ontwikkelingen, zoals populisme, jeugdcriminaliteit en het verheerlijken van het leven van de influencer moeten we eigenlijk zien als symptomen van iets dat breed wordt gevoeld onder veel burgers: de staat geeft onvoldoende zekerheid en verliest daarom langzaam burgerparticipatie en zelfs haar bestaansrecht.
Cybersecurity en veiligheid voor vrouwen op straat
Om te laten zien hoe deze visie op veiligheid veel complexe veiligheidsfenomenen samenbrengt én dat deze beleidsmatige benadering de kracht heeft om oplossingen te bieden voor deze fenomenen, beschouw ik nu kort cybersecurity en veiligheid voor vrouwen op straat.
In alle gevallen geldt dat beleid, als het zijn werk goed doet, juist niet opgemerkt wordt door burgers, omdat het onzichtbaar belemmeringen van vrijheid tegenwerkt of voorkomt dat deze ontstaan. Voor cybersecurity is interventie eigenlijk het meest recht toe rechtaan, omdat gegevensschending en het schenden van digitale infrastructuur expliciet verboden zijn. Sommige cybersecurity incidenten zijn ogenschijnlijk voor privé gewin, zoals bij de Odido hack. In dat geval vinden interventies plaats via internationale netwerken zoals Interpol. In veel gevallen zijn er echter ook onofficieel statelijke actoren verbonden aan groepen hackers, en dat wordt boven alles duidelijk door de doelwitten van de hacks: onze essentiële infrastructuur, waarvan we juist zekerheid willen. In dat soort gevallen zijn interventies lastig, en verankerd in zowel grote activiteiten van Nederlandse veiligheidsdiensten als geopolitiek beleid. Het lijkt er dus op dat we de internationale oorzaken van cybersecurity niet eenvoudig kunnen wegnemen. Juist hier helpt dan ook het inzicht dat onveiligheid in principe een gevoel is, waarvan we kunnen bestuderen of het overeen komt met een reële situatie. Het gevoel van onveiligheid rond cyberveiligheid bij ouderen kan een symptoom zijn van een digitale ongeletterdheid. Tegelijkertijd is cybersecurity voor veel burgers zo ondoorgrondelijk dat gevoelens van onveiligheid die wel reëel zijn niet eens optreden. Bepaalde databreuken in cybersecurity zouden signalen moeten zijn om onze digitale infrastructuur fors beter te beschermen. Als die urgentie bij veel burgers niet indaalt, dan gebeurt dat wellicht ook bij de overheid niet.
Zo zien we dat gevoelens van onveiligheid sterk verbonden zijn aan voorstellingsvermogen, en dus lang niet altijd aan de realiteit getoetst zijn. Sommige gevoelens van onveiligheid, zoals die bij ouderen, zijn vaak onterecht, terwijl in sommige gevallen gevoelens van onveiligheid die een signalerende functie moeten hebben juist ontbreken. Dat wijst erop dat bij zeer complexe zaken het gevoel van onveiligheid niet goed signalerend kan functioneren. Ook over deze discrepantie kan preventief onderwijs een grote winst boeken voor de maatschappij. De rehabilitatiekansen zijn hier ook overduidelijk. De kansen in onze samenleving zouden zo ingericht moeten zijn dat iedereen, ongeacht leeftijd of achtergrond, gevoelens van onveiligheid op het gebied van cybersecurity op waarde moet kunnen schatten, en kan signaleren wanneer men in aanraking komt met lokale veiligheidsrisico’s in onze digitale infrastructuur.
'Een massief statelijk falen, dat zich niet eenvoudig laat oplossen.'
Tenslotte de veiligheid van vrouwen op straat. We zien daar dat, hoewel er natuurlijk te veel reële misstanden zijn die de aanleiding zijn voor gevoelens van onveiligheid, het gevoel van onveiligheid ook wordt ingezet voor het op persoonlijk vlak signaleren van potentieel onveilige situaties. Vanuit de optiek dat de staat onze veiligheid moet garanderen ligt daar een massief statelijk falen, dat zich niet eenvoudig laat oplossen. Hoewel interventies in de vorm van reclamecampagnes en het politiek bespreekbaar maken van bedreigend gedrag van mannen belangrijk zijn, valt er hier het meeste te winnen in effectief preventief onderwijs en de geleidelijke rehabilitatie van ongelijkheden in de rollen van mannen en vrouwen in de openbare ruimte.
Conclusie
Ik heb betoogd dat een echt inzicht in de ware aard van onveiligheid als gevoel vraagt om effectief beleid. Het direct aanpakken van deze gevoelens is dan ook een veel effectievere manier om de publieke opinie van veiligheid en het vertrouwen in de staat te sturen dan populistische retoriek en spierballentaal. Politici moeten de noodzaak voelen ook om in haar zekerheidsfunctie beleid te ontwikkelen waar alle burgers baat bij hebben. Goed beleid op dit gebied is op legislatief niveau saai en technocratisch en op uitvoeringsniveau, het niveau dat voor burgers direct zichtbaar is, empathisch en betrokken. Natuurlijk doet de staat al veel goed op dit gebied, maar door de aard van veiligheid als een gevoel blijft dat grotendeels onzichtbaar. Nederland is bijvoorbeeld bovengemiddeld effectief in rehabilitatie na een gevangenisstraf, maar dat merken we niet, juist omdat we ons alleen onveilig voelen wanneer het mis gaat.
Tegelijkertijd moeten we er voor waken dat de overheid zich niet alleen richt op het gevoel van onveiligheid, maar ook op de verwezenlijking van de vrijheid waar het gevoel van onvrijheid eigenlijk de kanarie in de kolenmijn voor is.

De ME die in 1983 wordt ingezet voor het leegruimen van een kraakpand. Was dit symptoombestrijding van een grotere maatschappelijke ongelijkheid? Bron: Wiki Commons.
Het is dus niet zo gek dat het huidige kabinet een burgerbijdrage aan de veiligheid een vrijheidsbijdrage noemt. Dat is echter wel een symptoom van een bijzonder penibele situatie. Het is blijkbaar helemaal niet vanzelfsprekend dat de overheid zich inzet voor de geraffineerde veiligheid van burgers en die in de volle breedte van het mogelijke beleid aanpakt. Als de overheid om meer contributie moet vragen om de veiligheid te garanderen, dan is dat in de eerste plaats gênant, want ze geeft daarmee toe dat het heeft gefaald in haar primaire taak, maar ook bemoedigend, in de zin dat het blijkbaar bereid is om zich hernieuwd voor die taak in te zetten. We kunnen alleen hopen dat veiligheid nu geraffineerder wordt benaderd dan alléén als het vergroten van ons militaire materieel.
1 Zie mijn artikel over Fichte’s veiligheidsbegrip voor een nadere tekstuele, conceptuele en historische analyse: Giesbers, Tom. 'The Shackles of Freedom. The Modern Philosophical Notion of Public Safety' in: The Cultural Construction of Safety and Security (Routledge, 2024).
2 Voor een overzicht van zijn tijdgenoten, zie mijn artikel over Fichte’s veiligheidsbegrip voor een nadere tekstuele, conceptuele en historische analyse: Giesbers, Tom. 'The Shackles of Freedom. The Modern Philosophical Notion of Public Safety' in: The Cultural Construction of Safety and Security (Routledge, 2024), 69-74.
3 'Nederland gaat voorlopig geen Nederlanders repatriëren: 'Kan niet veilig'
4 Fichte laat zich in veel van deze politieke opvattingen waarbij de mens in de kracht van zijn handelingen wordt gezet rijkelijk inspireren door onze grote Nederlandse filosoof, Spinoza. Ook Spinoza bespreekt de doelen van de staat in termen van veiligheid, maar werkt deze niet zo fijnmazig en actueel uit als Fichte.
5 Op de achtergrond van deze redeneringen ligt natuurlijk het denken van Rousseau over het sociale contract, waarvan Fichte probeert om het in een continuïteit met het verwezenlijken van onze vrijheid te denken.
6 Giesbers, Tom. 'The Shackles of Freedom. The Modern Philosophical Notion of Public Safety' in: The Cultural Construction of Safety and Security (Routledge, 2024), 81-2.
7 Veiligheid is geen kwantificeerbaar fenomeen. Dat maakt het een kwalitatief verschijnsel, het domein dat de geesteswetenschappen van binnenuit kennen.
8 Zie hiervoor bijvoorbeeld de Veiligheidsmonitor van CBS.
9 'Zorgen zwaardere straffen voor een veiligere samenleving?', https://www.eur.nl/nieuws/zorgen-zwaardere-straffen-voor-een-veiligere-samenleving
10 'Blauw op straat: onderzoek naar de effecten van politiewerk'
11 Volgens het CBS dalen de hoeveelheden gewelddadige misdaden gestaag over het afgelopen decennium. Dat is conform trends over de afgelopen zeventig jaar. Over de exacte aanleiding van deze daling lopen de meningen uiteen, maar deze lijkt in ieder geval te correleren met de stijging van de welvaartstandaard.
12 Ik neem hier veiligheid rond gewelddadige misdaad als voorbeeld. Uiteraard zijn er legio soorten veiligheid waar de dreiging reëel en soms zelfs toenemend is. Aan het einde van dit essay bespreek ik er twee.
13 'Van Weel: aanslagplegers synagoge waarschijnlijk geronseld', Bron: NOS.
14 We moeten dan wel afstand nemen van de huishoudboek-achtige manier waarop dat begrip tot nu toe is gehanteerd. Levenskosten zijn onderdeel van bestaanszekerheid, maar daar hoort ook zoveel meer bij.