INF_Onderzoek_17354_head_large.jpg
Promoveren: Toelating
U kunt beginnen met een promotietraject als u beschikt over een mastergraad in de informatica, informatiekunde, bedrijfskunde of een nauw verwant gebied. Het onderwerp van het onderzoek moet passen binnen het onderzoekplan van de faculteit en aansluiten bij de expertise en interesses van één van onze hoogleraren.

Ingangseisen promotietraject

Van een promovendus wordt verwacht dat het onderzoek ongeveer jaarlijks een artikel oplevert dat geaccepteerd wordt door een internationaal peer-reviewed tijdschrift of een conferentie van daarmee vergelijkbaar niveau. Om dit te bereiken is het nodig dat ook een buitenpromovendus voldoende tijd kan besteden aan het onderzoek. Wat hier voldoende is hangt af van de mate van synergie met de werkkring, maar twee dagen per week kunnen besteden aan onderzoek is wel minimaal vereist.

Aan het promotietraject als buitenpromovendus gaat een fase vooraf waarin u een onderzoeksvoorstel schrijft. In deze fase bent u aspirant-buitenpromovendus en krijgt u 6 maanden de tijd om in samenspraak met de beoogd promotor een voorstel te formuleren; de OU zorgt intussen voor toegang tot de daarvoor noodzakelijke wetenschappelijke literatuur. Het voltooide voorstel wordt beoordeeld door een commissie, die daarbij uitgaat van criteria als relevantie, originaliteit en realiseerbaarheid.

Na goedkeuring van het voorstel wordt u volledig promovendus. Er wordt een contract afgesloten waarin wordt vastgelegd op welke faciliteiten u aanspraak kan maken, welke prestaties worden verlangd en hoe lang de overeenkomst geldig is. Vaak stelt ook de werkgever tijd en faciliteiten ter beschikking; ook de afspraken daarover worden vastgelegd. De duur van het promotietraject ligt gewoonlijk tussen 4 en 7 jaar.