Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
Veiligheid
Is een mensenrecht altijd absoluut?
Justitie wil in de strijd tegen de drugshandel postpakketten direct kunnen openen. Dat zou betekenen dat het in de grondrechten opgenomen briefgeheim wordt beperkt. Maar in hoeverre druist dat in tegen de mensenrechten en ons recht op privacy? Volgens Dave van Toor, actief als universitair docent in de cursussen Strafrecht & Mensenrechten en Formeel Strafrecht aan de Open Universiteit, is vrijwel geen enkel mensenrecht absoluut. Ook het briefgeheim niet.

Door de afschaffing van het onschendbare briefgeheim voor postpakketten kunnen volgens het Openbaar Ministerie verdachten sneller worden opgespoord en aangehouden. Nu duurt het vaak weken voordat de politie toestemming heeft gekregen van de rechter-commissaris voor het openen van een pakket. Daarom zou het briefgeheim, stevig verankerd in de Grondwet, moeten wijken in de strijd tegen drugshandel. Is het een kwestie van 'het doel heiligt het middel'?

Niet absoluut

Volgens Dave van Toor, die zich in zijn werk vaak begeeft op het grensgebied van psychologie en recht en regelmatig schrijft over mensenrechtelijke aspecten bij opsporingsmethoden (zijn proefschrift ging over neuropsychologisch onderzoek bij de verdachte en de verhouding van die methode ten opzichte van een aantal mensenrechten), gaat het ook in dit geval om een afweging. 'Het briefgeheim is nooit absoluut, vrijwel geen enkel mensenrecht is absoluut. Het gaat bijna altijd over de vraag onder welke bepaalde voorwaarden een mensenrecht mag worden beperkt, waarbij nu de eventuele inbreuk door een rechter-commissaris wordt getoetst. Daarentegen is volgens de Grondwet het afluisteren van een telefoon wel zonder rechterlijke toetsing mogelijk, waarbij de wetgever in het Wetboek van Strafvordering wel voor een rechterlijke toetsing heeft gekozen. Hoe dan ook, het briefgeheim is niet absoluut en de vraag is onder welke voorwaarden een inbreuk mag worden gemaakt.'

Argumenten

'Ik kan mij voorstellen dat dit onder het toezicht bij de rechter weg wordt gehaald, op grond van, zoals de media vermelden, effectiviteits- en efficiëntie-argumenten', zegt Van Toor. 'Wat mij betreft dient dat laatste dan wel goed te worden beargumenteerd. Is het ook echt zo dat het nu ineffectief of inefficiënt gebeurt? In het wetgevingsproces van opsporingsmethoden worden deze argumenten helaas zelden uitgewerkt. Verder moet ook altijd het complete plaatje voor ogen worden gehouden. In dit geval moeten we dan misschien niet meer kiezen voor een rechterlijke toets, maar wel zwaardere eisen stellen aan bij welk strafbaar feit de officier van justitie dit mag doen of alleen in het geval de verdenking tegen de verdachte sterk is, wat we dan 'ernstige bezwaren' noemen.'

Inbreuk

Hoe verhoudt zich de beoogde opheffing van het briefgeheim bijvoorbeeld tot de mensenrechten en het recht op privacy? 'Nogmaals, het gaat niet om het opheffen van het briefgeheim', aldus Van Toor. 'Zoals gezegd, vrijwel geen enkel mensenrecht is absoluut en het briefgeheim is dat nu ook niet. Het gaat om een afweging: onder welke voorwaarden is het acceptabel om een inbreuk op het briefgeheim toe te staan? Eigenlijk geldt dat voor alles wat onder 'privacy' valt. Wanneer, waarom en wie mogen met welk doel daarop een inbreuk maken? Bij zwaardere inbreuken, zoals in het geval van een doorzoeking van een woning, gelden dan hogere eisen, bijvoorbeeld een toetsing door een rechter. Terwijl bij minder ingrijpende inbreuken met minder strenge criteria wordt gewerkt.'

Balans

Al met al lijkt ons laatste restje privacy nu ook te worden opgeofferd aan 'de goede zaak'. Maar volgens Van Toor moeten we dit relativeren. 'Het gaat uiteindelijk altijd om een balans. Het is niet zo dat politie en justitie nu alle postpakketten gaan openen. Dat zullen zij alleen bij bepaalde afzenders doen en bij een verdenking van een bepaald misdrijf. Nu kunnen ook niet zomaar mensen worden afgeluisterd of gefouilleerd en ook hun woning kan niet zomaar worden doorzocht. Privacy bestaat nog steeds, zeker in de zin bij de traditionele methoden. Als het gaat om modernere technieken, zoals data mining, gebruik en analyse van openbare internetdata, et cetera, is dat een heel ander verhaal. Daarover is nog zoveel onbekend. Wie weet nu immers precies wat hij waar op welke website opslaat of laat opslaan? Laat staan dat hij alle toestemmingsverklaringen goed leest. In die gevallen is het niet goed voorzienbaar hoe bepaalde informatie bij politie en justitie terecht kan komen.'