Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
PSY_Transgender_Vrienden_14623_head_large.jpg
Welke reactie krijgen familieleden van transgenders?
Een transitie doe je niet alleen. Je partner, maar ook ouders, kinderen, vrienden en familieleden hebben ermee te maken. Zij krijgen te maken met de reacties uit hun omgeving en moeten tegelijkertijd ook zelf de veranderingen verwerken. Een aantal onderzoeken focussen specifiek op dit thema. 

 

Transitie en partnerrelaties: wat maakt dat de relatie de transitie overleeft?

Studente Klinische psychologie Gillian Lentferink onderzocht voor haar masterscriptie het effect van de transitie op partnerrelaties: wat maakt dat een relatie de transitie overleeft? De transitie betekent een fundamentele verandering, niet alleen voor de transgender zelf, maar ook voor zijn of haar omgeving. En dan vooral voor de partner want de verandering van geslacht raakt de kern van de relatie en heeft een directe invloed op de eigen sexuele identiteit. Als mijn man een vrouw wordt, word ik dan lesbisch? Of vice versa: als mijn vrouw een man wordt, word ik dan homo?

Lees meer over dit onderzoek Wat betekent geslachtsverandering voor de partner?

De reacties die naasten van transgenders krijgen vanuit de omgeving

Studente Klinische psychologie Eva-Marijn Stegemann onderzocht voor haar masterscriptie welke reacties ouders, kinderen en partners van transgenders kregen vanuit de buitenwereld. Ze nam diepte-interviews af bij naasten van transgenders om te achterhalen welke reacties ze kregen. Daaruit bleek dat de naasten bijna allemaal een zekere mate van rouw ervoeren, ook al was men vaak ook blij dat het met de transgender een stuk beter ging na de transitie. Partners ervoeren vooral ook verwarring over hun eigen identiteit. (Bijvoorbeeld 'Ben ik nu dan lesbisch? Maar zo voelt het niet.') Kinderen en partners van transgenders hadden moeite met het tempo van de veranderingen en met een late coming out. Alle naasten misten professionele hulpverlening.

Stegeman onderzocht ook of de familieleden last hadden van associatief stigma dat wil zeggen dat ze vooroordelen ervaren alleen maar omdat ze geassocieerd worden met een transgender. De onderzochten ondervonden dat gelukkig maar weinig. Maar als het er was, was het ook wel ernstig en had de transgender zelf ook veel stigmatiserende reacties ervaren. Ouders sprongen bij negatieve reacties vooral op de bres en zochten de confrontatie op. Partners en kinderen daarentegen kozen meer voor vermijdend gedrag en probeerden zich niet te laten raken door stigmatiserende reacties.

Lees onze eerdere berichtgeving over dit onderzoek

Promotieonderzoek bij ouders van transgenderkinderen en -jeugdigen

De resultaten van de masterscriptie waren voor Eva-Marijn Stegemann reden om een promotietraject op te starten. Ten tijde van haar masteronderzoek stelde ze vast dat er weinig onderzoek was gedaan naar de ervaringen en gevoelens van naasten van transgenders tijdens het transitieproces en al helemaal niet als het gaat om onderzoek binnen verschillende groepen. In haar onderzoek richt ze zich specifiek op ouders van transgenderkinderen en -jeugdigen. Leeftijd en ontwikkeling spelen in die groep een belangrijke rol. Het kan zijn dat een jong transgenderkind als de puberteit aanbreekt toch kiest voor het geboortegeslacht. Of een adolescent kan bij het bereiken van 18-jarige leeftijd zijn ouders volledig buiten het transitieproject houden omdat hij of zij vanaf dat moment voor de wet en daarmee voor hulpverleners volwassen is. 

Het doel van het promotieonderzoek van Stegemann is meer en gedetailleerder zicht krijgen op de problemen van de groeiende groep ouders van transgender kinderen, om zo vervolgens een op theorie- en empirie gebaseerde ondersteunende interventie te ontwikkelen. Deze interventie voor ouders van transgenderkinderen moet goed implementeerbaar zijn. Hij moet ondersteuning bieden op praktisch gebied en bij de omgang met de sociale omgeving, maar hij moet ook ondersteunen bij het omgaan met de eigen gevoelens van ouders omtrent het transitieproces. Het proces omtrent de coming-out, transitie en periode daarna kan namelijk de relatie tussen ouders en transgender kinderen bemoeilijken, terwijl transgenders juist in deze meestal moeizame periode juist veel belang hechten aan sociale steun. De ouders ondersteunen in het omgaan met de eigen gevoelens is dus van groot belang.

Het promotieonderzoek bestaat uit vijf studies en richt zich op ouders van transgenderkinderen die in elk geval voor de buitenwereld al volledig leven in het wensgeslacht. Het is niet een vereiste dat de kinderen al een (volledige) lichamelijke transitie hebben ondergaan: of gestart wordt met hormoonbehandeling en chirurgie is immers afhankelijk van de leeftijd van het kind. De studie waar Stegemann op dit moment aan werkt is een kwalitatieve studie waarbij 20 ouders van transgenderkinderen worden geïnterviewd. De besproken onderwerpen zijn gevoel van dubbelzinnig verlies, tegenstrijdige gevoelens, zorgen voor de toekomst, angst voor stigmatisering, de zorgrol van ouders, het tempo van de transitie, verwarring van de eigen identiteit, moeite met fysieke verandering en aandacht voor andere kinderen. Daarnaast zullen praktische problemen waar ouders tegen aan lopen worden bevraagd. In het interview zal ook gevraagd worden naar de manier waarop ouders met de door hun beschreven problemen omgaan en wordt gevraagd naar hun veerkracht en mate van sociale steun.

Lees ook het interview met Eva-Marijn: Geef je genderkind de ruimte

 

Gerelateerd onderzoek