null Laten we het eens hebben over het bos!

NW_Column_RaoulBeunen_OverBossen_17059_head_large.jpg
Laten we het eens hebben over het bos!
Over het belang van bossen, bomen en ander groen is heel veel geschreven. Bossen worden “de longen van de aarde” genoemd, ze zijn van belang voor CO2 opslag, beïnvloeden neerslag patronen, hotspots van biodiversiteit, ze zorgen voor verkoeling, bevorderen welzijn en het zijn populaire landschappen en recreatiebestemmingen.

Toch worden overal ter wereld bossen op grote schaal gekapt om plaats te maken voor palm olie en soja plantages of veehouderijbedrijven. Ook (illegale) houtkap, bijvoorbeeld voor biomassa centrales leidt op heel veel plaatsen tot een vernietiging van bos. En wie herinnert zich niet de dramatische beelden van de bosbranden in de Amazone en Australië van afgelopen zomer?

Die afname van bos heeft uiteraard grote gevolgen voor biodiversiteit en klimaat. Een onlangs in Nature gepubliceerde studie laat bijvoorbeeld zien dat als gevolg van het wereldwijze afname van bosoppervlakte het vermogen om via bossen CO2 op te slaan steeds verder afneemt.

De massale kap van bos leidt tot veel maatschappelijke verontwaardiging. Zeker ook in Nederland, waar mensen op allerlei manieren bezwaar maken tegen de kap van bomen en bos.

Gelijktijdig zijn er ook initiatieven voor het (opnieuw) aanplanten van bos. Het Rijk en provincies hebben in de onlangs gepresenteerde bossenstrategie de ambitie uitgesproken om het oppervlakte bos in Nederland in de komende 10 jaar met 10% uit te breiden om de biodiversiteit te herstellen en de doelen uit het klimaatakkoord te halen. Dat betekent dat er in Nederland 37.000 hectare bos bij moet komen.

Vergelijkbare ambities zijn er ook in Vlaanderen. Daar was al in 1994 afgesproken om het bosareaal met 10.000 hectare uit te breiden. Van die ambitie is weinig terecht gekomen. En ook daar gaat de kap van bos, ondanks allerlei protesten door.

Kwaliteit van bossen

Ook ten aanzien van de kwaliteit van de Nederlandse en Vlaamse bossen zijn uiteenlopende en soms tegenstrijdige ontwikkelingen zichtbaar. Aan de ene kant is die kwaliteit toegenomen doordat bossen ouder worden en meer natuurlijk worden beheerd. Als gevolg daarvan worden bossen meer divers en blijft er ook meer dood hout aanwezig. De aanwezigheid van dood hout is ontzettend belangrijk  voor de biodiversiteit. Bijna de helft van de bosfauna is gebonden aan dood hout. De fauna is bossen doet het dan ook relatief goed. 

Een goed voorbeeld van een soort die heeft geprofiteerd van de ouder wordende bossen in Nederland is de Middelste Bonte Specht. Tot halverwege de jaren 90 werd deze soort slechts sporadisch waargenomen, met name in het oosten en zuiden van het land, maar in de afgelopen 10 jaar heeft de soort zich met succes op heel veel plaatsen in Nederland weten te vestigen.

Stikstof

Toch geeft dit plaatje een vertekend beeld. Lang niet in alle bossen gaat het namelijk goed met de natuur. De grootste boosdoener is het afgelopen jaar vrijwel continue in het nieuws geweest: stikstof. Het verschil is ontwikkeling van de fauna wordt heel goed zichtbaar als onderscheid wordt gemaakt tussen bossen met een lage en met een hoge stikstofdepositie.

Het gemiddelde beeld is dus vooral positief omdat bossen waar de stikstofdepositie relatief laag is het goed doen. Daar waar de stikstofdepositie hoog is gat de biodiversiteit hard achteruit.

Met name de bossen op de hogere zandgronden, zoals de bossen op de Veluwe hebben zwaar te leiden onder de stikstofdepositie. Als gevolg daarvan verzwakken en sterven veel bomen en nemen de beschikbaarheid van voedsel en kalk af. Bekend is het verhaal van koolmeeskuikens die als gevolg van kalkgebrek geboren worden met gebroken pootjes, maar veel gevolgen zijn minder direct zichtbaar, zoals de verzuring en de afnemende beschikbaarheid van voedsel. Pas als bomen massaal sterven wordt heel duidelijk zichtbaar dat het ecoysteem niet langer gezond is.

Naast de veel te hoge stikstofdepositie vormt ook verdergaande verdroging een bedreiging voor de kwaliteit van bossen op de hogere zandgronden. En de combinatie van verzuring en verdroging maakt  die bossen weer kwetsbaar voor ziekte en aantasting door insecten.

In een uiterste poging om de kwaliteit van de bossen te herstellen wordt nu geëxperimenteerd met het uitstrooien van steenmeel. Een drastisch maatregel waarvan de effecten, zeker op lange termijn, nog onvoldoende bekend zijn.

Het Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN) doet al decennia lang onderzoek naar de verschillende ecosytemen en het beheer daarvan. Het netwerk bundelt heel veel kennis en heeft een paar jaar geleden een special themanummer over het onderzoek naar het droog zandlandschap gepubliceerd in het tijdschrift Landschap

De toekomst

Zolang de overheid veel te weinig doet om de stikstofdepositie te verminderen, verdroging te voorkomen en de grootschalige kap voor biomassacentrales te stoppen ziet de toekomst van veel Nederlandse bossen er nog niet heel rooskleurig uit. De oplossing voor deze problemen zit niet in een bossenstrategie, maar in het aanpassen van het waterbeheer, de transitie van de vee industrie en het stoppen met het subsidiëren van het opstoken van bomen onder het mom van duurzame energie. De ervaring leert dat dit geen eenvoudige opgaven zijn.