null Hoe waarheidsgetrouw zijn onze geschiedenisboeken?

CW_FourthBlow_Simissen_12556_head_large.jpg
Hoe waarheidsgetrouw zijn onze geschiedenisboeken?
Volgens drs. Herman Simissen, universitair docent bij de Faculteit Cultuur en Rechtswetenschappen van de Open Universiteit, is geschiedschrijving belangrijk in die zin dat de verhalen die worden verteld een samenleving samenbinden en haar een identiteit verlenen. Wat dat betreft is hij het roerend eens met de Duitse filosoof Theodor Lessing, wiens werk Geschichte als Sinngebung des Sinnlosen centraal stond in Simissens promotieonderzoek. Maar hoe betrouwbaar zijn die verhalen, hoe waarheidsgetrouw is onze geschiedschrijving?

Volgens Simissen is het een kwestie van interpretatie. 'Verstaan we onder 'betrouwbaar' 'waarheidsgetrouw', dan is geschiedschrijving niet waarheidsgetrouw in de strikte zin van het woord, en kan dat ook niet zijn. Waarheid in de strikte zin van het woord is onveranderlijk. De uitkomst van de optelsom 2 + 2 is 4, ongeacht waar, wanneer en door wie die som wordt gemaakt. In deze zin is geschiedschrijving niet waar. Vergelijken we onze schoolboeken van honderd jaar geleden met die van nu, dan zien we dat er heel andere verhalen over het verleden worden verteld, die maar zeer ten dele met elkaar in overeenstemming zijn. En over honderd jaar zien de verhalen er ongetwijfeld weer heel anders uit. Geschiedenisboeken zijn dus nooit waar, in die zin dat er een onveranderlijke waarheid over het verleden wordt verteld. Dat wil overigens niet zeggen dat de verhalen in die boeken volstrekt willekeurig zijn. Een historicus fantaseert er niet op los, maar doet zijn of haar werk altijd in een gemeenschap van collega’s, en in het bredere verband van een samenleving. Dat voorkomt dat een historicus om het even wat kan beweren.'

Lessing

Simissen ging voor zijn onderzoek naar geschiedschrijving te rade bij het werk van de Duitse filosoof Theodor Lessing (1872-1933. 'Mijn keuze voor Theodor Lessing werd mij ingefluisterd door mijn promotor (prof. dr. W.J. van der Dussen: red.). Hij wees me er ooit op, dat Lessing met Geschichte als Sinngebung des Sinnlosen een fascinerend boek over filosofie van de geschiedenis had geschreven, terwijl dat boek nauwelijks aandacht kreeg. Ik ben mij er toen in gaan verdiepen, en stuitte op een heel boeiende figuur die heel eigenzinnige en opmerkelijke opvattingen over geschiedschrijving had ontwikkeld. En die er principiële standpunten op nahield, ongeacht wat het hem kostte en wat de gevolgen waren. De waarde van zijn geschiedopvatting is voor mij vooral dat hij zich nadrukkelijk verzet tegen de vaak nogal naïeve opvattingen die historici hebben over hun vak. Er zijn nog steeds historici die oprecht menen dat zij het verleden kunnen beschrijven 'zoals het is geweest en zich daadwerkelijk heeft voorgedaan'. Lessing wijst er keihard op, dat dit een illusie is, en daarin heeft hij gelijk vind ik. Evenmin als Lessing geloof ik dus dat geschiedschrijving objectief kan zijn, of waar.'

Identiteit

'Als Lessing bijvoorbeeld benadrukt dat het bewijsmateriaal waarover we beschikken per definitie fragmentarisch en gekleurd is, dan valt daar weinig tegenin te brengen', aldus Simissen. 'Maar anders dan Lessing meen ik dat de methodes die historici hebben ontwikkeld ons toch in staat stellen conclusies te trekken uit het materiaal dat wél voorhanden is. Soms zijn dat zelfs conclusies die een historische figuur nu net probeerde te verhullen. Zo radicaal sceptisch als hij ben ik dus niet. En met Lessing denk ik ook dat de geschiedschrijving, ook wanneer zij het verleden niet kan beschrijven zoals het zich daadwerkelijk heeft voorgedaan, toch enorm belangrijk is voor een samenleving. De verhalen die historici een samenleving vertellen over het verleden vestigen en bevestigen de identiteit van die samenleving. Lessing verwijst graag naar het verhaal dat in Zwitserland wordt verteld over Wilhelm Tell. Dat verhaal is belangrijk voor de Zwitserse identiteit, ongeacht of Tell heeft bestaan of niet. Volgens Lessing is dat de functie van geschiedschrijving: verhalen vertellen die een samenleving samenbinden, haar een identiteit geven. Met Lessing wil ik dus concluderen dat het verleden niet kan worden beschreven zoals het zich heeft voorgedaan, maar dat geschiedschrijving desondanks van het grootste belang is. De samenbindende functie van geschiedschrijving is zelfs zo belangrijk, dat geschiedenis een verplicht examenvak op middelbare scholen zou moeten zijn.'

1984

Tenslotte, denkt Simissen dat er - net zoals George Orwell beschrijft in zijn meesterwerk '1984' -, opzettelijk wordt gerommeld met geschiedschrijving? 'Ik publiceerde een paar jaar geleden een artikel over dit onderwerp. Orwell kwam tot zijn idee over het herschrijven van het verleden, zoals dat in '1984' gebeurt, door zijn eigen ervaringen tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Daar zag hij hoe de pers veldslagen versloeg, niet volgens wat er was gebeurd, maar volgens wat er naar de mening van bepaalde politieke invalshoeken had moeten gebeuren. Dus ja: de geschiedvervalsing die Orwell beschrijft kwam op grote schaal voor. Juist daarom zijn vrijheid van wetenschappelijk onderzoek en persvrijheid zo belangrijk. Zij vormen een bres tegen dergelijk misbruik van de geschiedenis. We moeten overigens niet zo naïef zijn te denken dat overheidsbemoeienis met geschiedschrijving in het westen niet voorkomt. De kwestie rond de ondergang van het koopvaardijschip de Von Imhoff is bijvoorbeeld in Nederland door de regering in de doofpot gestopt.'