Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
Home_Stuntelen_Filosofie_HermanSimissen_15681_head_large.jpg
Samenleving
Iedereen stuntelt, mag een wetenschapper dat ook?
April is de maand van de filosofie. In 2019 staat het thema 'Ik stuntel, dus ik ben' centraal. Waar falen door veel mensen wordt gezien als iets negatiefs, ziet universitair docent Herman Simissen dat heel anders: 'Alle mensen stuntelen. Dat is niet erg, als je er maar wat van leert.' Vergissen is menselijk, maar artsen, agenten en politici zijn ook mensen, net als wetenschappers. Kan de wetenschap zich fouten permitteren in tijden van nepnieuws en media die op uitersten uit zijn? Kan de filosofie meer begrip creëren voor fouten? En kan een wetenschapper er wel naast zitten als de waarheid niet te bewijzen is?

Grote vragen

Vanaf de oudheid hebben grote denkers ethiek, geluk en waarheid aan de orde gesteld. Socrates stelde dat inzicht leidt tot juist handelen. Volgens Plato kunnen we alleen absoluut zeker zijn over dingen die we met ons verstand herkennen. Aristoteles vond juist dat wat we zien en horen onze ideeën beïnvloedt. Hij werd de grondlegger van de logica binnen de wetenschap. In de twintigste eeuw zijn het onder andere de relativiteitstheorie, de kwantumfysica en de evolutietheorie die de gemoederen bezig houden. De wetenschap is op zoek naar de waarheid. Op een verkeerde manier, aldus filosoof Karl Popper, want wetenschap moet niet zoeken naar bevestiging, maar juist naar ontkenning.

Het gelijk van Popper

Zelfs als je duizenden witte zwanen vangt, kun je de stelling 'Alle zwanen zijn wit' niet bewijzen. Maar met één zwarte zwaan is het tegendeel wel bewezen. Zoek je dus goed en lang naar een zwarte zwaan zonder deze te vinden, word je stelling wel steeds aannemelijker. Dat is volgens Popper het meest haalbare voor een theorie. De waarheid niet kunnen aantonen, is voor sommigen ontmoedigend. Popper daarentegen was juist heel optimistisch. Hij zag ook het aantonen dat theorieën uit het verleden vals blijken als vooruitgang. Onderzoekers komen stapsgewijs steeds dichter bij de waarheid door openlijk in discussie te blijven. Onderzoeksdata vervalsen is een extreem voorbeeld van hoe je een open discussie frustreert. Dat zou Popper verafschuwen. Foute theorieën die later verworpen worden, zijn daarentegen onderdeel van goede wetenschap. In feite is een theorie niet meer dan een hypothese.

Klare taal

Harde onderzoeksresultaten zijn niet af te zetten tegen onbewezen theorie, zoals bijvoorbeeld in de discussie over vaccinaties wel gebeurt. Dat we vandaag de dag wetenschap soms wegzetten als 'ook maar een mening', zou Popper behoorlijk misnoegd hebben. Hij stelde zeer hoge eisen aan onderzoek. De resultaten ervan moesten echter niet alleen beschikbaar zijn voor academici. Daarom was een toegankelijke schrijfstijl heel belangrijk voor Popper en andere filosofen in zijn tijd. Duidelijke taal maakt overleg mogelijk en discussie is onmisbaar voor vooruitgang. Een goede analyse van een probleem is een goede start voor discussie. Een probleem van verschillende kanten bekijken, daar ligt de expertise van filosofen.

Het nut van filosofie

Filosofen richten zich doorgaans niet op alledaagse vraagstukken. De vragen van Griekse filosofen zijn echter nog steeds actueel. Ook het werk van Popper wordt 25 jaar na zijn dood nog dagelijks behandeld in collegezalen en in de maand van de filosofie ook in kranten, tijdschriften en lezingen. Er is geen waarheid die onomstotelijk vast staat. Als politici dat zouden beseffen, was er meer rust in discussies. In reactie op het totalitair regime in Duitsland in de jaren '30 schreef Popper het boek 'De open samenleving en haar vijanden'. Daarin vraagt hij om bescherming voor de democratie. Net als bij wetenschap, komen in een open forum de beste plannen voor verbetering boven drijven. Social media zijn zo’n open forum. Popper zou er zeker kansen in hebben gezien, speculeert Simissen, maar van hoe we ze gebruiken zou hij gegruweld hebben, bijvoorbeeld van de manier waarop op de persoon wordt gespeeld. Wetenschap was volgens hem de kunst van het systematisch versimpelen. Hebben we in onze complexe werkelijkheid dan niet meer behoefte dan ooit aan goede wetenschap?

Dr. H.G.J.M. Simissen is universitair docent en onderzoeker bij de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen van de Open Universiteit. Zijn expertise ligt op het gebied van Europese geschiedenis in de twintigste eeuw, met enige nadruk op de cultuurgeschiedenis respectievelijk de geschiedenis van de Europese integratie. Een tweede expertise betreft de filosofie van de cultuurwetenschappen, in het bijzonder de filosofie van de geschiedenis.

Zijn onderzoek richt zich voornamelijk op de geschiedfilosofie van de Duitse filosoof Theodor Lessing (1872-1933), die in zijn boek Geschichte als Sinngebung des Sinnlosen een eigen kijk op de aard en betekenis van de geschiedschrijving ontwikkelde. Naast zijn werk is hij hoofdredacteur van het tijdschrift 'Streven'.