Deze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek voor u nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen uw internetgedrag binnen en buiten onze website volgen en verzamelen.
Hiermee kunnen wij en derde partijen advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u informatie delen via social media.
Klik op 'Ik ga akkoord' om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op om uw voorkeuren voor cookies te wijzigen. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie.
Home_Omgevingswet_SaskiaBisschops_15593_head_large.jpg
Samenleving
Krijgen burgers meer te vertellen in hun leefomgeving?
Burgers worden mondiger. Er ontstaan steeds meer burgerinitiatieven, gedreven door betrokken bewoners die zich inzetten voor een betere, mooiere of sociaal sterkere wijk of stad. Burgers krijgen daarmee meer zeggingskracht in hun leefomgeving. Steeds vaker vragen overheden of projectontwikkelaars omwonenden en andere belanghebbenden hun input te delen bij grote bouwplannen en wijzigende gebiedsbestemmingen, bijvoorbeeld. Burgerparticipatie groeit aan beide zijden van het spectrum, maar welke rechten heeft een burger eigenlijk? Geeft de nieuwe Omgevingswet dorps- en stadsbewoners meer macht?

Saskia Bisschops en Daan Hollemans, beiden promovendi aan de faculteit Management, Science & Technology, onderzochten of burgers in de nieuwe Omgevingswet ook daadwerkelijk meer te vertellen krijgen. 'Met de nieuwe Omgevingswet, die in 2021 van kracht wordt, zal burgerparticipatie voor het eerst een wettelijke verplichting in de Nederlandse ruimtelijke ordening worden. Er is een stevige ambitie om burgers een prominentere rol in de duurzame ontwikkeling van hun fysieke leefomgeving te geven,' vertelt Bisschops.

Beperkte borging in de wet

De Omgevingswet kent echter slechts een beperkte borging op het gebied van burgerparticipatie. Alleen bij complexe projecten is participatie verplicht en slechts in de enge betekenis van consultatie. 'Concreet gaat het dan om complexe projecten die met een zogenoemd projectbesluit mogelijk gemaakt worden,' legt Hollemans uit. 'Als een ander kerninstrument wordt gebruikt, zoals een omgevingsvergunning, hebben burgers geen extra mogelijkheid tot participatie.' Overheden dienen te verantwoorden welke belanghebbenden ze bij een project betrekken, van omwonenden tot maatschappelijke organisaties. De Omgevingswet zegt echter niets over de invulling van die participatie, vertelt Bisschops. 'Dat is het lastige aan de Omgevingswet, die zegt niet hoe die burgerparticipatie er dan uit moet zien. Tegelijk biedt dit gemeentes ruimte om het zelf in te vullen, passend bij de situatie en het project waarover besloten moet worden. Burgerparticipatie is ook afhankelijk van wat de grote ruimtelijke vraagstukken zijn in een gemeente. Gaat het om de aanleg van een park of de herbestemming van een groot gebied? Bij elk project spelen andere belangen mee. Op dit moment is er bijvoorbeeld een grote woningvraag, daarvoor moet veel wijken. En ook op het gebied van mobiliteit gebeurt er veel.'

GOUDasfalt

Bij burgerinitiatieven zie je dat er een andere beweging ontstaat: 'Hier ligt een spanningsveld, want een burgerinitiatief ontstaat vaak spontaan uit onvrede over een bepaalde plek, bijvoorbeeld wanneer die lang braak ligt. Je ziet daarnaast dat burgerinitiatieven over het algemeen heel open en transparant zijn, juist om zoveel mogelijk mensen te betrekken en belangen mee te nemen.' GOUDasfalt is een goed voorbeeld van burgerparticipatie in de praktijk, ontstaan vanuit een burgerinitiatief. 'In Gouda is een fantastische nieuwe plek ontstaan waarvoor veel draagvlak is gecreëerd. Er is echt in geïnvesteerd om bedrijven en omwonenden in Gouda te betrekken. Dit initiatief transformeert in nauwe samenwerking met de gemeente en andere belanghebbenden een industrieel terrein dat niet langer gebruikt wordt tot een aantrekkelijke openbare ruimte met een stadsstrand, evenementen, ambachtelijke bedrijvigheid en stadslandbouw. De gemeente wil innovatief burgerschap en ondernemerschap de ruimte geven. Toch zijn er ook hier bezwaren en dat kun je niet altijd voorkomen.'

Decentralisatie

In het artikel Participatie: discrepantie tussen wet en praktijk?, in het themanummer van Rooilijn over de Omgevingswet, betogen Bisschops en Hollemans dat de lokale politiek een belangrijke rol krijgt bij de invulling van participatie in de ruimtelijke praktijk. 'In de nieuwe Omgevingswet worden, onder andere, beslissingsbevoegdheden gedecentraliseerd naar gemeenten. Er komt zo meer ruimte voor regionale verscheidenheid en lokaal maatwerk. Daarbij wordt vooral de bestuurlijke afwegingsruimte vergroot en niet zozeer de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad of de burgers,' legt Bisschops uit. Participatie in de wet gaat vooral over het recht om mee te denken en niet om mee te beslissen. Zouden burgers dat in de ideale situatie wel moeten kunnen? 'Een ideaalbeeld is lastig te schetsen omdat er altijd sprake is van een belangenafweging tussen verschillende partijen. Het is dan een taak van de gemeente en de gemeenteraad om die afweging te maken.'

Onderzoek naar burgerparticipatie

De rol van burgers bij de inrichting van hun leefomgeving is in beweging. Dat maakt verder onderzoek naar burgerparticipatie noodzakelijk. Daarbij focust Bisschops op de impact van burgerinitiatieven in gebiedsontwikkeling, terwijl Hollemans zich verdiept in de vertaling van beleidsprincipes naar wetgeving in de ontwikkeling van de Omgevingswet. 'Met de nieuwe Omgevingswet lijkt burgerparticipatie stevig neergezet te worden in de ruimtelijke wetgeving, maar in de praktijk zal nog moeten blijken hoe dat uitwerkt. We verwachten dat gemeenten veel energie steken in het betrekken van burgers bij ruimtelijke plannen. Burgers zullen bij concrete projecten echter niet altijd meer te vertellen krijgen. Omdat de initiatiefnemer verantwoordelijk wordt voor het inrichten van participatie is het van cruciaal belang dat de gemeente de afwegingskaders helder neerzet. Ook voor het geval de burgers het er niet mee eens zijn.'