Wij zorgen er graag voor dat u een goede website ervaring bij ons heeft. Daarom maken wij gebruik van cookies.
Hiermee kunnen wij ook advertenties aanpassen aan uw interesses en kunt u pagina’s delen via social media.
Bekijk ons privacybeleid voor meer informatie.

Meer lezen
En toen was er een nieuwe universiteit

Geschiedenis

De Open Universiteit bestaat sinds september 1984 – koningin Beatrix verrichtte de officiële opening – toen de eerste studenten zich inschreven.
De universiteit heeft echter een voorgeschiedenis die teruggaat tot het begin van de jaren zeventig. Zo werd het begrip ‘levenslangleren’ al gebruikt door minister Marga Klompé tijdens de kabinetsperiode 1967-1971, als ‘bijdrage tot de vorming van bewuste en mondige mensen’. De termen tweede kans en tweede weg deden in 1971 en 1972 de intrede bij het ministerie van Onderwijs. De typering tweede kans viel goed in het toenmalige klimaat waarin veel volwassenen geen goede opleidingsmogelijkheden hadden gehad tijdens hun jeugd.

Voorbereiding oprichting

Na verscheidene rapporten/voorstudies, nota's en adviezen kwam de toenmalige minister van Onderwijs en Wetenschappen, Van Kemenade, in 1977 met de beleidsnota 'Open Universiteit in Nederland'. Deze nota bracht een proces van voorbereiding op gang dat uiteindelijk leidde tot de Wet op de Open Universiteit die op 1 januari 1985 in werking trad. De Open Universiteit had toen al een periode van bijna drie jaar 'kwartier maken' achter de rug. In 1981 werd het hoofdkantoor in Heerlen gevestigd. De gunning aan Heerlen was één van herstructureringsmaatregelen voor de sinds 1965 ingezette (ingrijpende) sluitingen van de mijnen in Limburg. Verspreid over Nederland en België zijn in de loop der jaren studiecentra opgericht.

Onderwijsdoelstelling

De Open Universiteit werd opgericht om wetenschappelijk onderwijs te bieden aan iedereen die daarvoor de vereiste interesse en capaciteit heeft. Zij heeft als maatschappelijke taak het aanreiken van een tweede kans of tweede weg voor het volgen van hoger onderwijs aan volwassenen die daar eerder niet aan zijn toegekomen. De Open Universiteit maakt hoger onderwijs voor velen toegankelijk door het ontbreken van formele toelatingseisen, een groot aantal vrijheidsgraden (plaats, tijd en tempo) en een zorgvuldig ontwikkeld didactisch model voor begeleide zelfstudie.

Vanaf het begin trekt de Open Universiteit een grote populatie studenten aan die hoog opgeleid zijn en hun kennis willen actualiseren. Deze markt van voortdurende om-, her- en bijscholing is steeds belangrijker geworden.

Innovatiedoelstelling

Toen de opbouwfase was afgerond, is in 1995 de innovatieve taakstelling aangescherpt die de Open Universiteit sinds haar oprichting had. De Open Universiteit werkt - vaak samen met andere universiteiten, hogescholen, profit- en non-profitorganisaties - hard aan de vernieuwing van opleidingen en onderwijs. De studenten van vandaag en morgen vragen om nieuwe vormen van leren. Zelfstudie, online begeleiding en digitale leeromgevingen passen in de vernieuwde manier van communiceren. Een drukke baan hoeft geen belemmering te zijn voor het behalen van een bachelor- of masterdiploma.