PSY_Levensloop1_head_large.jpg
Onderzoeksthema's
 

Het onderzoek van de vakgroep is gegroepeerd rondom de volgende thema's:

Appreciating gratitude : het nut van dankbaarheid in het dagelijks leven

De relatief jonge vakgebieden van de levenslooppsychologie en de positieve psychologie besteden veel aandacht aan positieve individuele kenmerken en attitudes die bijdragen aan de kwaliteit van leven en die beschermen tegen psychopathologie. Bijvoorbeeld dankbaarheid.

Onderzoek laat een positief verband zien tussen dankbaarheid enerzijds, en welbevinden, religiositeit en spiritualiteit, en positief affect anderzijds. Dankbaarheid lijkt bovendien gezondheid te bevorderen, en tot een langere levensduur leiden. Er zijn ook negatieve associaties: tussen dankbaarheid en materialisme, afgunst, depressie, agressie en negatief affect. Dankbaarheid heeft een positief verband met de persoonlijkheidskenmerken extraversie, agreeableness en consciëntieusheid. En een negatief verband met neuroticisme. Daarnaast is ook aangetoond dat dankbaarheid gerelateerd is aan het ontwikkelen en onderhouden van positieve sociale relaties.

Het psychologische concept dankbaarheid kun je zien als een 'trait', een min of meer stabiel individueel kenmerk waarbij dankbaarheid verwijst naar een dispositie van een bredere levensoriëntatie gericht op het opmerken en waarderen van het positieve in de wereld. Daarnaast kun je dankbaarheid zien als een 'state', bestaande uit dynamische, wisselende toestanden van dankbare emoties. Deze kortdurende dankbare emoties worden vaak door de context getriggerd en verschijnen wanneer mensen hulp krijgen die waargenomen wordt als kostbaar, waardevol en altruïstisch. Deze dankbare emoties zetten vervolgens aan om de hulp niet alleen te waarderen maar ook te retourneren.

Vraagstellingen binnen dit thema zijn bijvoorbeeld:

  • Hoe komt dankbaarheid (als trait of als state) tot uiting in het dagelijks leven: is dankbaarheid geassocieerd met meer stressgevoeligheid? Met meer zelfwaardering?
  • Is dankbaarheid (als trait of als state) geassocieerd met meer welbevinden? Met meer geluk? Met meer veerkracht? Met minder psychopathologie?
  • Wat is de verhouding tussen dankbaarheid als trait (persoonskenmerk) en als state (dynamische ervaring)?

Veerkracht

Het denken over gezondheid is aan verandering onderhevig. Daar waar traditioneel gezondheid gedefinieerd werd als een toestand van volledig welzijn waarbij ziekte afwezig is, wordt gezondheid nu gezien als "het dynamisch vermogen van mensen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven". Met een dergelijke zienswijze komt de nadruk meer te liggen op de krachten van mensen, en in het bijzonder op veerkracht.

Veerkracht verwijst naar iemands bekwaamheid om terug te veren na het meemaken van een stressvolle gebeurtenis en/of tegenslag. Een effectieve adaptatie aan en interactie met een veranderende en voor het individu uitdagende omgeving, lijkt aan de basis te liggen van veerkracht. Het is echter nog onduidelijk hoe veerkracht dan precies tot uiting komt in de steeds veranderende context van het dagelijkse leven.

Onderzoek binnen dit thema kijkt onder andere naar:

  • de associatie tussen veerkracht en positief/negatief affect, eigenwaarde en stress-gevoeligheid in het dagelijkse leven
  • eigenschappen, die veerkracht kunnen bevorderen
  • strategieën om deze eigenschappen te stimuleren en versterken.  

Adversity: rising above and beyond

Onplezierige gebeurtenissen in het dagelijkse leven (zoals het overlijden van een naaste, een scheiding, een vreselijk ongeluk en een levensbedreigende ziekte) kunnen extreem stressvolle en traumatische ervaringen zijn. Sommige mensen zijn echter in staat zich aan te passen aan deze vervelende omstandigheden en maken zelfs positieve veranderingen door naar aanleiding van deze gebeurtenissen.

Dit onderzoeksthema richt zich op de rol van tegenslagen/stressvolle gebeurtenissen op (mentaal) welzijn en de invloed van mentale veerkracht (resilience) hierbij. Ook andere factoren die veerkracht beïnvloeden zoals persoonlijkheid, zelfcompassie e.d. kunnen in dit scriptiethema worden opgenomen. Daarnaast kan de associatie tussen het meemaken van stressvolle levensgebeurtenissen en het ervaren van persoonlijke groei onderzocht worden.

Vraagstellingen binnen dit thema zijn bijvoorbeeld:

  • De relatie tussen tegenslag en welzijn.
  • De relatie tussen tegenslag en psychosociale variabelen als sociaal gedrag, positief en negatief affect.
  • Het effect op welzijn van beschermende factoren die inherent zijn aan het individu (bijvoorbeeld IQ of temperament) en beschermende mechanismen die ontwikkeld kunnen worden in het omgaan met tegenslag (zoals coping stijl).
  • De relatie tussen veerkracht, humor etc en het omgaan met tegenslag.
  • Tegenslag en persoonlijke groei.
  • Sociale steun en omgaan met tegenslag.

Animal impact in real life: de invloed van huisdieren op psychosociaal functioneren in het dagelijks leven

Huisdieren spelen een belangrijke rol in het alledaagse leven. Hoewel onderzoek het positieve effect van de interactie met huisdieren op de algemene lichamelijke en geestelijke gezondheid laat zien, is er vrijwel geen onderzoek dat kijkt naar de band tussen mens en dier en het positieve effect hiervan op psychologische processen in het alledaagse leven zoals bijvoorbeeld affectiviteit en stressreactiviteit.

Dit onderzoeksthema richt zich op de relatie tussen interactie tussen mens en dier (Human Animal Interaction - HAI) en psychosociaal functioneren. Eerder onderzoek maakte vooral gebruik van retrospectieve zelf-rapportage. Dit onderzoekthema bestudeert de interactie tussen mensen en hun huisdieren direct in het dagelijks leven te onderzoeken, terwijl de interactie plaats vindt. Dat gebeurt via de experience sampling methode. Het onderzoekt ook het effect van deze interactie op allerlei aspecten van menselijk gedrag en de (geestelijke) gezondheid onderzocht worden.

Onderzoeksvragen binnen dit thema zijn bijvoorbeeld:

  • Wat is het effect van interactie tussen mens en dier op psychosociale variabelen als sociaal gedrag, positief en negatief affect, zelfwaardering, en stress-reactiviteit in het dagelijks leven?
  • Hoe verhoudt de interactie tussen mens en dier (HAI) zich tot andere sociale relaties (mens-mens interactie)?
  • Is het hebben van/relatie met een huisdier bevorderlijk voor de algemene (positieve) gezondheid?
  • Is het hebben van/de relatie met een huisdier van invloed op het hebben van sociale relaties en de kwaliteit ervan?
  • Wordt de interactie met het huisdier beïnvloed door variabelen als het type huisdier, de hechtingsstijl of persoonlijkheidskenmerken? En welke rol hebben deze variabelen op de associatie tussen HAI en psychosociaal functioneren?

Positive Ageing: zingeving en zelfdeterminatie bij ouderen

Gezonde of succesvolle veroudering staat tegenwoordig steeds meer in de belangstelling. Onderzoek laat zien dat het belangrijk is om een gezonde leefstijl aan te nemen. Tevens zijn er trainingen op de markt die handvaten bieden hoe om te gaan met cognitieve veranderingen bij het ouder worden. Het ervaren van een positief ouderwordingsproces vraagt echter ook om flexibiliteit en acceptatie met betrekking tot veranderende levensfasen en een actieve participatie (commitment) in het eigen leven. Zingeving is hierbij een belangrijk aspect wat tegenwoordig steeds meer bij het individu berust.

Vanuit psychologisch perspectief kan zingeving worden gezien als een psychologisch proces waarbij mensen in interactie met de sociaal-culturele omgeving betekenis toekennen en richting geven aan hun eigen leven in totaliteit of aan aspecten daarvan. Hierbij kunnen verschillende zingevingsthema’s worden onderscheiden zoals gezondheid, verbondenheid, individualiteit, activiteiten, materiele condities en het leven in het algemeen. Deze componenten overlappen deels met de drie basisbehoeften (autonomie, competentie en verbondenheid) vanuit de zelfdeterminatie-theorie die bijdragen aan het ervaren van welbevinden in het dagelijks leven.

Onderzoek binnen dit thema kijkt onder andere naar:

  • Welke componenten van zingeving zijn belangrijk bij mensen van middelbare en oudere leeftijd? En verandert de waarde van de verschillende componenten gedurende de levensloop?
  • Hoe verhouden de componenten vanuit de zelfdeterminatie-theorie (autonomie, competentie en verbondenheid) zich tot componenten van zingeving?
  • Is een hoge mate van zingeving geassocieerd met meer welbevinden? Meer veerkracht? En minder negatieve emoties?
  • Hoe kunnen zingevingsproblemen bij (normale) veroudering, chronische ziekte of zorg voor naasten positief worden beïnvloed? Welke factoren dragen bij aan het ervaren van zingeving bij deze specifieke populaties?

Positieve geestelijke gezondheid in de coachpraktijk

Hoewel coaching steeds vaker zijn weg vindt naar de gezondheidszorg, staat de wetenschappelijke onderbouwing van de effectiviteit en de werkzame elementen ervan nog in de steigers. De coachingspsychologie probeert tegemoet te komen aan deze behoefte aan verdere empirische evidentie, en put hiervoor onder andere inspiratie uit het wetenschapsveld van de positieve psychologie.

Een positieve benadering van geestelijke gezondheid staat daarbij centraal. Gezondheid wordt vanuit deze benadering gezien 'als het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven' (Huber et al., 2011). Gevoelens van welbevinden, autonomie, zingeving en met name persoonlijke veerkracht zijn sterk verankerd in dit nieuwe perspectief op gezondheid, en worden beschouwd als belangrijke indicatoren van de mate van optimaal functioneren (ook wel ‘floreren’ genoemd). Coaching heeft veel potentie om hier als interventie bij aan te sluiten, aangezien de coach ernaar streeft om mensen te begeleiden richting een door henzelf gedefinieerde staat van optimaal functioneren.

Er is echter nog weinig degelijk empirisch onderzoek verricht naar de effectiviteit van coaching voor het bevorderen van positieve geestelijke gezondheid en de werkzame mechanismen die hieraan ten grondslag kunnen liggen. Het onderzoek dat als onderdeel van dit scriptiethema wordt uitgevoerd heeft als doel om hier meer wetenschappelijke invulling aan te geven, en gebruikt daarvoor de zelfdeterminatie-theorie (ZDT) als theoretisch kader.

Vraagstellingen binnen dit thema zijn bijvoorbeeld:

  • In welke mate hangt de bevrediging van de basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid samen met de ervaring van positieve en negatieve emoties, gemeten in het dagelijks leven?
  • Welke invloed heeft coaching als interventie op het emotioneel, psychologisch en sociaal welbevinden van de coachee (cliënt)?
  • Draagt coaching bij aan gevoelens van waardengericht leven en veerkracht bij de coachee (cliënt)?
  • Welke kenmerken van de coach(relatie) versterken of belemmeren effecten van coaching op indicatoren van optimaal functioneren bij de coachee (cliënt)?